woensdag 9 december 2009
Kerstles 2! Djembé! En een hilarische klas B2B 09-12-2009
Het tweede gedeelte van de les ging vooral goed: Mirjam ging met de meiden van de klas werken aan de klokkenspelpartij. Wel alleen het stukje ‘just like the ones I used to know’. Ik ging met de jongens aan de slag met de djembés. Die waren nogal enthousiast. Ik sprak met hen een teken af waarop zij zouden stoppen met spelen. Ik zou mijn arm omhoog doen en mijn hand laten vallen op de djembé zodat er een harde klap klonk. Dit werkte goed. Ik ging eerst de leerlingen twee manieren van slaan op de djembé aanleren. Af en toe konden de leerlingen zich niet beheersen door heel vaak achter elkaar op de djembé te slaan natuurlijk. Hier ging ik dan op in. Het tromgeroffel zou aan het einde plaatsvinden met als eind een klap als ‘bas’. ‘En dan niet vervolgens nog een keer slaan, want dat klinkt niet vet op het eind.’ De leerlingen deden wat ik zei en na de harde klap was er echt een mooi moment van plotselinge stilte: ‘Vet.’ Het standaardritme van het liedje had ik de leerlingen daarvoor al aangeleerd. ‘Dus nu gaan we het geheel doen, met natuurlijk het tromgeroffel op het eind.’ (waar iedereen dan ook helemaal los gaat) Ik had zelfs tijd over om nog een ander ritme te spelen op de djembé met de jongens. Een aantal jongens konden mij goed nadoen. Een aantal ook niet. Het duurde even, maar het klonk wel vet. De jongens vonden het ook ‘cool’ om op de djembés te spelen. Niet veel later kwam Mirjam met de meiden uit de klas aanzetten met de klokkenspelen, metallofoons en xylofoons. Daar gingen wij even naar luisteren. Vervolgens lieten wij het zien. We moesten wel zachter spelen wanneer het liedje ‘gezongen’ werd. Ik nam het even snel door wat er ging gebeuren en wat lieten de jongens het goed zien wat ze konden! Daar was ik wel trots op. Het was leuk om te zien hoe enthousiast de jongens waren. Een probleempje ontstond er: de klokkenspelpartij werd langzamer gespeeld dan de ritmepartij. We gingen door middel van samenspelen kijken hoe we dat konden oplossen. Wij spelen wat langzamer djembé, de groep van Mirjam wat sneller de klokkenspelpartij.
Dit gaat volgende week helemaal goed komen! De leerlingen zijn verdeeld over de instrumenten. Volgende week sluiten we de Kerstlessenserie af.
Klas T1X is bezig geweest met het project Romeo & Julia. Er zijn hele mooie melodieen gecomponeerd! Mirjam en ik hebben hier en daar wat geholpen, maar over het algemeen waren de leerlingen zelf lekker bezig.
Mirjam en ik gaven tot slot klas B2B les. Dit was echt een onbeschrijflijke les. Echt Verschrikkelijk Leuk! We zouden ‘I’m dreaming of a white Christmas’ gaan zingen en spelen op de keyboards. Even inzingen en dan gaan we het lied zingen. Mirjam stond naast mij met zingen en ik begeleid de groep met de piano en zing mee. Ik nam even het intro door en telde af… Wat daar klonk was niet één gezamenlijke tel…maar een muppetshow van alle klanken van de piano door elkaar! Mirjam moest zo hard lachen en Gwen ook, dat de klas natuurlijk net zo hard door kon gaan lachen. Ik probeerde enigszins om de leerlingen even serieus te krijgen. Maar naast me klonk het gelach van Mirjam dat ook ik niet meer achter kon blijven. We hebben het stuk wel drie keer gezongen in totaal. Vervolgens gingen we aan de slag met de speelstukken. Dat ging goed! De leerlingen waren goed bezig! Ik speelde hier en daar de melodiepartij mee terwijl leerlingen de baspartij speelden. Dit ging echt goed en dat gaf mij een goed gevoel. In de klas geven we de leerlingen de beurt om aan elkaar te laten zien wat ze kunnen. Toen Gwen een leerling binnen liet, trok de leerling alle aandacht. En toen begon de leuke chaos: zoals Mirjam en ik het noemden. Wel ontdekte ik, toen een leerling een beatring pakte, dat de klas tezamen HEEL GOED IN DE MAAT KAN BLIJVEN KLAPPEN! Dat zal ik onthouden. Hoe dan ook, dit was wel een hele leuke les. Jammer dat Mirjam en ik het niet hebben opgenomen. (wel een stuk geluid, maar niet op film)
Volgende week maken we met klas B1B de Kerstlessenserie af en nemen we afscheid van onze klassen.
dinsdag 8 december 2009
Kerstlessenserie en ‘bezigheidstherapie’ 02-12-2009
De tweede les met klas T1X was, zoals Gwen het noemde: bezigheidstherapie. Daar moest ik wel om lachen. Doe leuk met die klas en ga lekker zingen. Liedjes begeleiden op de piano die ik nog nooit eerder gespeeld had. Ik kende zelfs een liedje niet. Maar het waren toch hits! Mirjam aan mijn zijde in haar handen klappend en zingend en de klas ging helemaal los. Helemaal met het lied ‘Hemel en aarde’. ‘Nog een keer! Nog een keer!’ Wat een geweldig gevoel!
In het tweede gedeelte van het blokuur van klas T1X zou Gwen beginnen met het project ‘Romeo en Julia’. De leerlingen moesten zelf een melodie componeren bij een emotie. Boos, verdrietig, verliefd, blij. Hoe klinkt dan de muziek? Gwen liet ze het zelf allemaal in tweetallen uitzoeken achter de keyboards. Wat een mooie melodieën konden die leerlingen maken! Zonder te vragen kon je vaak al horen voor welke emotie de leerlingen een melodie hadden gecomponeerd! Boosheid donderde in de lage tonen, verliefde melodieën kwamen zo uit de film van Romeo en Julia en een groepje had zelfs bij een standaard ritme-/begeleidingdeuntje een melodie verzonnen. Bij dat melodietje kon je lekker mee swingen! De leerlingen vinden het leuk en dat merk je in hun werk.
Van Gwen kregen we de opdracht om enkel de zang en de pianopartij aan de laatste klas te leren. Het lied ‘I’m dreaming of a white Christmas’ pikten ze met de zang sneller op als in de andere klas, merkte ik op. Waarom zou dat zijn? Ervaring? Of deden Mirjam en ik het anders? Ik denk dat Mirjam en ik nu wat duidelijker voor ogen hadden hoe we het lied gingen aanleren met zijn tweeën. Het overzicht pikt de klas op. Wij waren ook rustiger voor mijn gevoel. Dat pikt de klas ook op. De leerlingen waren lekker bezig met de pianopartij van ‘I’m dreaming of a white Christmas’. Je merkt dat als ze het lied goed kennen met zang, ze het leuk vinden om de pianopartij uit te pluizen.
Veel gedaan, veel geleerd. Ik ben benieuwd naar het verloop van de Kerstles van volgende week. Ik merkte dat het lastig is als je met zijn tweeën tegelijk lesgeeft. Je moet goed kijken naar de ander. Zeg jij dit of ik? Speel jij of speel ik? Voor de volgende Kerstles gaan Mirjam en ik beter de taken verdelen en hopen we zo een hoger lestempo en overzicht te creëren. Ik heb er zin in!
zondag 22 november 2009
Leerdoelen bereikt bij de ene klas, maar niet bij de ander 18-11-2009
Maar toen ineens had ik een plusmoment! Een leerling klapte een ritme met precies de drie verschillende soorten noten die we hadden behandeld! Ik schreef hem direct op: ‘Dit is wat je geklapt hebt.’ De leerlingen waren best onder de indruk dat ik dat zo snel kon. ‘Oké, hebben we allemaal goed opgelet? Dan gaan we nu dit ritme klappen met zijn allen!’ En iedereen klapte het ritme goed! Ik ben daar echt trots op.
Klas T1X was aan het begin van de les wel goed bij de les. Ik liet ze een opdracht maken uit het boek. Eerst legde ik klassikaal de opdracht uit. De leerlingen begrepen de opdracht helemaal, want de opdracht was door vrijwel iedereen goed gemaakt. Ik had de leerlingen alleen wel teveel tijd gegeven. Het werd al gauw rumoerig. Dus ik ging verder met mijn les. Ondanks mijn uitleg en vragen om stilte bleven de leerlingen rumoerig. Op een gegeven moment hield Gwen een preek, want dit is niet de eerste keer dat de leerlingen dit doen. Jammer, mijn les krijgt de volgende keer een vervolg. De volgende keer zorg ik ervoor dat de leerlingen geen moment krijgen om tussendoor te praten. Ik probeer net als bij klas B1B de tempo erin te houden.
Mijn eigen leerdoelen zijn bereikt bij klas B1B en daar ben ik trots op! Er zat echt een ‘flow’ in mijn les. Ik deed veel expressiever en ook hier werkt (net als op de basisschool) verhaaltjes vertellen. De leerlingen waren er helemaal bij met hun aandacht. En: mijn instructie was duidelijk!
Helaas hield ik de aandacht bij klas T1X er niet zo heel lang bij. Het zelfstandig werken aan de opdracht duurde te lang. Terwijl ik een leerling nog hielp waren er al meerdere leerlingen klaar. Ik had hier moeten ingrijpen en de les moeten vervolgen. Hier ga ik in het vervolg zeker op letten. Zo’n fout maak je eens, maar nooit meer!
woensdag 11 november 2009
Luisteropdrachten uit de methode 11-11-2009
Het was een zware dag vandaag. Het was voor mij zeer spannend, omdat ik mij niet kon voorbereiden op de opdrachten voor klas B1B. Ik nam de stof tezamen met de klas door. Wel legde ik uit wat grafische partituur is en behandelde ik motieven. Ik denk dat het goed was om even een zelfgemaakt voorbeeld te gebruiken en te bespreken wat er te zien is in de grafische partituur (lengte van noten en de hoogte van noten). Ik zong voor wat ik had opgeschreven, zodat de leerlingen een goed beeld ervan zouden krijgen. En dan op naar de luisteropdrachten! Helaas was het even een gedoe met de audioapparatuur, dit kostte mij tijd en vervolgens ontstond er ook weer onrust in de klas. Ik merkte dat de klas regelmatig onrustig was en ik zei er ook vaak wat van. Het was vermoeiend. Ik vond het wel vervelend dat er bij iedere opdracht uit het boek weer een nieuw stukje fragment hoort. Dan moet ik wel in stappen de opdracht doorlopen. Ik miste daardoor ook denk ik de tempo in de les. Hier wil ik de volgende keer wel goed aan werken; mijn lestempo moet omhoog. Misschien wel niet in stof, maar wel in het doen, doen, doen!
Bij klas T1X ging ik ook grafische partituur bespreken en motieven. We lazen over het feit dat motieven herkenbaar zijn en liedjes ook herkenbaarheid geven. Ik had een voorbeeld van een grafische partituur staan op het bord en behandelde deze net als bij klas B1B. Ik vond de reactie geweldig: de leerlingen ontdekten direct dat het een motief was van Beat it van Michael Jackson. Het was natuurlijk een voorbeeld en de eerste luisteropdracht zou gaan over Eftelingmuziek. Een leerling maakte ook een opmerking, die een beetje vervelend in de oren klonk: ‘Mevrouw we zouden Eftelingmuziek gaan doen, geen Michael Jackson.’ Ik ging daar meteen op een positieve manier op in: ‘Inderdaad! Michael Jackson! Goed gehoord!’ Dat vond ik wel een pluspunt in deze les: ondanks de vervelende toon waarop de leerling het zei, ga ik toch weer op een positieve manier hier op in. De les kon gewoon weer verder gaan. Helaas was ook deze klas flink rumoerig. Wat doe ik verkeerd? Ben ik onduidelijk geweest? Volgens mijn mentor niet. Maar de volgende keer zal ik meer gaan letten op mijn lestempo. Ik hoop hierdoor de meeste ‘ruis’ in mijn les ook te voorkomen.
Blogopdracht
De eerste vijf minuten van mijn les:
Op welke manier besteed ik aandacht aan de volgende twee punten?
Gagner:
- Belangstelling wekken
- Leerdoelen vertellen (vertellen hoe de les eruit ziet, wat is de relevantie)
Mirjam:
1. Mirjam gebruikt punt 1 goed aan het begin van de les. Ze geeft een terugblik op de vorige les en schrijft de punten op het bord. Wat was het ook alweer? Leerlingen zijn stil en benieuwd. Ze heeft de volledige aandacht. Ze laat de leerlingen er over nadenken en geeft ze de tijd.
2. Punt 2 komt later aan bod in de les. Ze werkt naar het punt toe waarover de les gaat. Aan het eind van de vier minuten weten de leerlingen waar het om gaat; namelijk grafische partituur; het opschrijven van muziek.
3 tips voor Mirjam:
- probeer punt twee eerder aan bod te laten komen bij de introductie
- stel de vraag over de vorige les aan de leerlingen zelf, schrijf dan pas de punten op
- houd de aandacht van de leerlingen erbij door weer de vraag bij hun te leggen; bv. op wat voor manieren kun je muziek noteren? Waarom noteren we muziek?
Wivineke:
1. Punt 1 wordt tot uiting gebracht omdat je aan het begin van de les zegt dat het gaat over motieven. Dit wekt belangstelling. Wat zijn motieven? Jammer dat ik meteen begon met het lezen uit het boek. Ik had eerst moeten uitleggen en dan moeten gaan lezen in plaats van andersom.
2. ‘We gaan het vandaag hebben over motieven’. Hiermee leg ik in een zin uit waar de les over gaat. Vervolgens laat ik de leerlingen de boeken pakken. Ik laat een leerling lezen over het hoofdstuk en over het onderwerp. Het wordt duidelijk dat overal herhaling voorkomt. Zo ook bij motieven uit liedjes. Dat maakt liedjes herkenbaar. Vb: Michael Jackson, Beat it in grafisch partituur. Waar ook de les over gaat. Dan komen de luisteropdrachten. De leerlingen zijn op de hoogte waar de les over gaat.
3 tips: voor mij:
- Zorg dat je bij het wekken van belangstelling, na het zeggen waar je het over hebt (in dit geval motieven); ook uitlegt wat dat is. Leg de link met liedjes die ze kennen.
- probeer gelijk in de opening van de les gebruik te maken van de kunst om je eigen interpretatie te geven aan uitleg over bv. grafisch partituur, zoals bij Beat it van Michael Jackson
- Gebruik wat meer van je theatrale ik om belangstelling te wekken: dat mag best! Hierdoor heb je ook echt meteen de aandacht van iedereen, nu was het achterin wat rumoerig.
Volgende week begin ik met een eigen uitleg over het onderwerp van de les. Daarna begin ik met de opdrachten in het boek.
Volgende week doe ik wat meer expressiever om de aandacht te trekken. Als ik nog moet wachten op de leerlingen maak ik een opmerking over thee drinken en wachten op de leerlingen.
zaterdag 7 november 2009
Een goede instructie is het halve werk! 04-11-2009
De luisteropdracht: de leerlingen krijgen allemaal 4 mandala’s. Ik geef een korte inleiding met de instructies over de opdracht. We gaan luisteren naar 4 fragmenten. Bij elk fragment hoort een mandala. In de verschillende fragmenten hoor je verschillende sferen en muziek. Die sferen laat je zien aan de hand van kleuren in de mandala’s. Hoog en zacht: lichte kleuren. Zware muziek: donker.
De leerlingen kleuren goed de mandala’s in. Ik loop rond in de klas en vraag soms aan leerlingen waarom ze bepaalde kleuren gebruiken. Veel weten ook goed te verwoorden waarom ze bepaalde kleuren gebruiken.
De eerste les ging bij mij de instructie een beetje rommelig. Ik vergat ook helemaal te vragen wat mandala’s nou eigenlijk zijn! Mijn inleiding was ook veel te kort. Ik nam de tips die ik kreeg mee naar de volgende les: daar ging het goed! Mijn inleiding en mijn instructie waren duidelijk! Dit bracht ook mee dat de les veel rustiger was. De volgende les neem ik dat zeker mee: een goede instructie is het halve werk!
Tips:
- Koppel een iets langere inleiding aan de les; dan kun je daar bij het ‘toetsmoment’ ook weer op terugvallen.
- Gebruik om aandacht te krijgen woorden als ‘Zo, luister even’ of ‘Oké, let even op’.
- Check of ze de opdracht hebben begrepen door te vragen.
Tops:
- 2e les: Duidelijk begonnen. Goede instructie!
- 2e les: Je geeft gedragsregels (je kunt er wel vaker op terugkomen).
- Terugkoppeling tussen de fragmenten door is goed!
dinsdag 20 oktober 2009
Ik heb het (Ooster)licht gezien! 14-10-2009
Het lukte wel. Ik heb de leerlingen het nummer aangeleerd. Ik heb gemerkt dat ik wel echt ALLES wilde uitproberen. Ik wilde de leerlingen de ervaring meegeven dat de stukjes in het nummer door elkaar gezongen konden worden. ‘Het is een canon’, zei een leerling. Inderdaad! Ik merkte dat dat toch iets te snel ging. De leerlingen moeten eerst het nummer ECHT goed kennen, en dat was nog niet bij iedereen het geval (de tekst werd in de coupletten soms door elkaar gehaald of niet juist uitgesproken). En ik dacht in mijn volle enthousiasme: oooeeh, hoe zou awimbowee met de tweede stem erbij klinken? Dat wilde ik de meisjes in de klas laten zingen. Die waren enthousiast en zongen het zo weg! De jongens vonden het toch nog lastig. Hmm…eerst maar gewoon het nummer nog doen en dan komt de rest wel in de volgende les. Ik moet niet teveel in een klap uitproberen haha. Wat ik erg leuk vond waren de meiden die echt enthousiast meededen. Zij knipten lekker met hun vingers en maakten dansbewegingen. Het blijft toch een hit hè?
Ik heb bijna al mijn leerdoelen bereikt! Ik heb de klas zelfs alle coupletten aangeleerd! Ik ben echter niet toegekomen aan de bodypercussie, maar dat was mijn eigen keus. Dit had ik besloten aan de hand van het niveau van de klas. Maar kreeg ik het voor elkaar minder te praten en meer muziek te maken? Volgens mij wel! Ik bleef ook de begeleiding doorspelen als ik aangaf dat de leerlingen moesten invallen. De muziek bleef klinken!
Natuurlijk zijn er weer heel wat kleine didactische dingen die verbeterd kunnen worden, maar voor een eerste les met deze nieuwe stage ben ik zeer tevreden!
Eén ding moet ik toch wel zeggen waar ik trots op ben. Na de les zei mijn stagementor dat ik een natuurlijk overwicht heb in de klas! Ik was verbaasd, omdat mijn voorgaande stagementoren het tegenovergestelde zeiden. Blijkbaar heb ik toch het (Ooster)licht gezien!
Topmoment:
Wat was het heerlijk toen de meiden uit mijn klas meedansten en met hun vingers knipten terwijl ze enthousiast het nummer zongen!
Verklaring: Ik denk dat dit zowel komt door het nummer zelf, als mijn eigen enthousiasme! Ik was erg enthousiast over het nummer en dit liet ik toen ook duidelijk merken aan de leerlingen. Dit gedrag nam een groot deel van mijn klas over.
Vraag van de week:
Wat doe je als je merkt dat enkel de jongens uit de klas moeite hebben met het zingen van een nummer?
zondag 11 oktober 2009
2e stagedag: observeren 07-10-2009
Gwen was ondanks dat ze ziek was, toch voor ons naar school gekomen. We konden kennis maken met haar expressieklas, waar we les aan gaan geven. Aan de hand van de observatieopdrachten van vorig jaar hebben we de les geobserveerd. De les begon met de uitleg van de notenbalk en de g-sleutel (waarom heet die zo?). ‘Er zijn verschillende soorten noten: lange, korte en hoge, lage.’ Eerst behandelde ze de lengte van de noten. Het open bolletje noemen we een hele noot = 4 tellen. Met de uitleg van de vierkwartsmaat speelt Gwen op het keyboard een G. Vraag: hoe vaak speel ik een g? Antwoord: 1 keer. Gwen: ja, want een hele noot duurt vier tellen. Van de hele noot gaan we over naar ‘het open bolletje met een stokje’: de halve noot = 2 tellen.
Een open vraag werd hier ook weer gesteld: Hoeveel halve noten kan ik in één maat zetten? Ook hier laat ze dit horen aan de hand van het keyboard. Ook de kwartnoten en de achtste noten worden behandeld. Gwen weet dit allemaal heel duidelijk uit te leggen zonder gebruik van moeilijke woorden. Op het bord schrijft ze daarna een voorbeeld met het gebruik van kwartnoten EN achtste noten. Ze geeft opdrachten aan leerlingen om die te klappen. Ook klappen ze het voorbeeld een keer klassikaal.
Gwen wisselt de momenten goed af: momenten van uitleg, zelfstandig oefenen, klassikaal. Na de uitleg dat de hoogte van de noten ook kan verschillen, in het speelstuk c-d-e, deelt Gwen de klas in tweetallen in en wijst ze hen ook duidelijk hun plaatsen aan. De leerlingen weten waar ze aan toe zijn en gaan aan de slag. Hierbij liepen Mirjam en ik ook door de klas voor begeleiding. Net als in haar vorige lessen laten de leerlingen na 10 minuten horen wat ze kunnen. Gwen speelt de begeleiding met een aantal leerlingen mee. Vervolgens krijgen de leerlingen weer 10 minuten om zelfstandig te oefenen. Aan het eind van de les konden ze laten horen hoe ver ze waren. Iedere leerling kon minimaal de eerste twee regels spelen! Dat was ook het doel van Gwen.
Ik vond het wel moeilijk om op zoveel dingen tegelijk te letten aan de hand van de observatie opdracht. Ik had ook een opdracht voor mijzelf gemaakt voor pedagogiek om te letten op het gebruik van open en gesloten vragen door Gwen. Dat is mij hier en daar wel gelukt, maar er is zoveel om te observeren. 20 dingen tegelijk!
Op school met reflectie kregen we een opdracht om te bespreken in groepjes. Wat was je beste topmoment? Wat was je grootste dipmoment? Welke leerlingvraag is je het meest opgevallen? Het was moeilijk te bedenken omdat ik begeleid heb en niet een hele les heb gegeven. Maar begeleiden is en blijft natuurlijk ook altijd lesgeven niet te vergeten!
Beste topmoment: Een leerling vroeg mij om hulp. De eerste regel kon zij spelen, maar de tweede regel lukte niet. Ik zag dat zij de laatste maat van de tweede regel precies hetzelfde speelde als de eerste regel. Ik ontdekte dat zij op haar gehoor werkte en de link tussen het bladmuziek en het keyboard niet legde. Ik behandelde met haar de tweede regel stap voor stap. Wat voor noot is dit? Antwoord: een E. En deze? Antwoord: een D. En zo werkte ik de hele regel met haar door. Ze las de noten op. En dat moest ze gaan spelen. Voilà! Het lukte! Ze snapte het en kon alleen verder gaan.
Grootste dipmoment: Een andere leerling begreep de uitleg niet. Ik moest het op een andere manier uitleggen. Ik dacht bij mijzelf dat ik het te moeilijk uitlegde. Hoe zou ik het voor elkaar krijgen dat deze leerling mij begreep?
Meest opvallende leerlingvraag: Kunt u mij helpen? Yes! Ik voelde erkenning dat ik een docent was. Ik was nodig! Dat voelde goed.
vrijdag 2 oktober 2009
Een nieuwe stageplek, nieuwe ervaringen; een frisse stap! 30-09-2009
Gwen was bezig met een speelles aan een VMBO 1 klas. Er hangt echt een leuke en relaxte sfeer in de klas! Het lokaal zelf is ruim en biedt makkelijk mogelijkheden tot speellessen en zanglessen geven. Je kunt gemakkelijk even in een groep bij elkaar komen en samen zingen. Dat is echt heel fijn! En er is een Orff instrumentarium naast het popinstrumentarium! Dat had ik niet bij mijn vorige stages. Het lijkt mij leuk om daar eens iets mee te doen. Maar dat komt allemaal nog wel. Eerst maar eens een les observeren.
Gwen gaf eerst instructie en stelde vragen over het speelstuk. Het ging voor veel leerlingen wat te snel. Na een paar vragen begrepen de leerlingen wat de bedoeling was en was het tijd om het speelstuk in te studeren. Gwen wisselt regelmatig momenten af: uitleg, zelfstandig oefenen, klassikaal, uitleg en weer zelfstandig oefenen. Na de eerste 10 minuten zelfstandig oefenen speelde Gwen de begeleiding en floot zij de melodie mee. ‘Wie denkt dat ie dat ook kan?’ Vrijwel direct steekt een leerling een vinger op en wil de partij meespelen met de begeleiding van Gwen. Het is leuk te zien dat de leerlingen enthousiast zijn en allemaal een keer willen spelen!
Vanwege lesuitval gaf Gwen les aan haar mentorklas. Dit is een wat drukkere groep dan de vorige klas en dat gaf ze ook van tevoren aan. De les stond in het teken van ritme oefenen. Het was een herhaling van de stof en de klas moest vandaag voor een cijfer in tweetallen een ritmebattle klappen: twee verschillende ritmes tegen elkaar in klappen (keuze uit ritmes 1, 2 en 3). Iedereen was druk bezig met oefenen. Tijdens de beoordeling merkte Gwen dat het grootste gedeelte van de klas dit nog te moeilijk vond. Ze wilde graag dat iedereen die les dit onderdeel met een voldoende zou afsluiten. Ze stelde haar plan bij. Iedereen mocht nog 10 minuten hard aan de slag met de ritmestukken. Als je dacht dat je het goed genoeg kon, dan kon je klappen voor een cijfer. Zo niet, dan mocht dat ook in de volgende les. Hier heeft ze goed aan gedaan. Dat extra duwtje in de rug hadden ze even nodig, want ze kunnen het gewoon. Ik vond het echt goed dat uiteindelijk de hele klas met een voldoende naar huis ging!
De derde les gaf ze aan een 2e klas van het VMBO. Gwen zat er tegenop om aan deze klas les te geven. Het is een moeilijke klas om les aan te geven. Ik kon mijn oren niet geloven hoe die leerlingen met elkaar omgingen...schreeuwend. Doordat veel leerlingen aandacht vragen wordt er veel energie gestoken in waarschuwingen. Ze begonnen aan een speelles, net als de eerste klas. Individueel kun je heel goed werken met de leerlingen, maar klassikaal kunnen ze werkelijk schreeuwen. Dat verschil viel mij heel erg op. Gwen weet goed hoe ze de aandacht van de leerlingen krijgt. Haar omgang met de leerlingen ligt dichtbij dat van de leerlingen onder elkaar. Ze maakt erg leuke opmerkingen tussendoor en dat maakt dat ze die aandacht van de leerlingen krijgt.
Ik heb echt zin in deze stage! Ik vraag mij af of ik op de manier zoals Gwen dat doet snel en gemakkelijk met de leerlingen praat. Haar opmerkingen zijn heel leuk en tegelijkertijd heel effectief. Ik denk dat ik hier heel veel ga leren!
zaterdag 5 september 2009
De magie van muziek raakt ons
Leven = niet zonder muziek
Wanneer iemand tegen mij zegt: ‘Ik houd niet van muziek,’ stel ik vervolgens de vraag: ‘Houd je werkelijk van geen enkele soort muziek?’ Vaak vertellen ze dan wel dat ze toch wel van muziek houden, namelijk van een bepaalde ‘stijl’ muziek. Maar muziek is muziek! Muziek wordt gebruikt in tijden van angst, verdriet, maar ook in tijden waarin je je helemaal super voelt! Muziek verwerkt emoties.
Muziekles is, mede daarom, een belangrijk vak op de basisschool. Het is goed voor de sociale ontwikkeling van uw kind. Muziekles zorgt voor samenhang in de groep. Het is collectief op een creatieve manier bezig zijn. Muziek geeft de vrijheid op een creatieve manier bezig te zijn tussen de lessen door. Het is even iets anders dan rekenen, taal, aardrijkskunde of geschiedenis; vakken die moeilijk worden gevonden. Ik geloof erin dat iedereen muziek kan maken. De een is misschien iets beter in zingen dan de ander, maar de ander is weer goed met een instrument. Met muziek ontwikkelen de kinderen zich en verbeteren ze zich in iets dat al in ze schuilt. Muziek schuilt in iedereen.
Ik vind het heerlijk om met kinderen iets moois op te zetten, muziek maken. Ik vind het heerlijk de kennis over te brengen die ooit op mij is overgebracht. Als docent is het mijn taak dat de kinderen zichzelf zijn en vrij zijn om zich te uiten in muziek. De lol erin hebben. Het gevoel te creëren dat ze zichzelf via muziek kunnen uiten.
Muziek…je kunt er niet omheen. Het bevindt zich overal en nergens.
Leven = niet zonder muziek.
Het is nu woensdag 2 september 2009 en ik kan nog steeds zeggen dat dit geschreven credo nog steeds een aardige basis vormt voor mijn credo over (het vak) muziek van vandaag. Als je deze middag langs het K&W gebouw in Utrecht had gelopen hoorde je niet alleen de klanken van instrumenten en mooie gezangen… Er klonken geluiden van een heftige maar interessante discussie tussen de studenten van Docent Muziek jaar 2. Het begon met de vraag: Wat wil ik van de leerlingen die ik lesgeef? Wat wil ik dat hij/zij moet kunnen aan het eind van de onderbouw van het middelbaar onderwijs? Ik wil verder ingaan op wat ik in mijn vorige credo heb omschreven. ‘… muziek is muziek! Muziek wordt gebruikt in tijden van angst, verdriet, maar ook in tijden waarin je je helemaal super voelt! Muziek verwerkt emoties. […]Het is goed voor de sociale ontwikkeling van uw kind. Muziekles zorgt voor samenhang in de groep. Het is collectief op een creatieve manier bezig zijn. Muziek geeft de vrijheid op een creatieve manier bezig te zijn tussen de lessen door. […]Als docent is het mijn taak dat de kinderen zichzelf zijn en vrij zijn om zich te uiten in muziek. De lol erin hebben. Het gevoel te creëren dat ze zichzelf via muziek kunnen uiten. Muziek…je kunt er niet omheen. Het bevindt zich overal en nergens. Leven = niet zonder muziek.’ Ik denk dat het belangrijk is om daarom zoveel mogelijk aan het werk te zijn met muziek, zowel met zang, samenzang als ook met instrumenten. Luisteren, analyseren, spelen. Van alles een beetje. De eerste stap die ik zal nemen in mijn lessen, is de leerling opleiden tot een reproducerend muzikant. Het leren van blad lezen is van belang en zal uiteindelijk zeer belonen: je kunt alle muziek lezen en ook zingen en spelen. Dit gaat natuurlijk niet zonder oefening. Oefening baart kunst! Ik wil vooral naar succesmomenten toewerken. Na het beoefenen van bestaande muziek is het fijn dat de leerling uiteindelijk met die kennis zelf met muziek aan de slag kan gaan. Het is mooi als uiteindelijk het vrije gevoel gecreëerd wordt dat de kinderen zichzelf ook via muziek kunnen uiten.
Ondertussen ontpopte zich in lokaal K330 een ware discussie over het feit of muziek een middel is of een doel. Ik snap niet waarom sommigen zo hevig willen dat muziek een doel is en geen middel. Als wij de magie van muziek beheersen, is het dan niet prachtig dat wij kinderen kunnen helpen om bijvoorbeeld minder angst voor presenteren te krijgen, door middel van muziek? Is het dan niet schitterend dat wij ons vak kunnen gebruiken als middel? Of willen we slechts muziek als doel: muziek maken om muziek te maken? Doen we het daar eigenlijk wel voor? Ik vraag het me af. Waarom traint en sport een sporter? Om te sporten? Of voor het fijne opgeruimde gevoel dat het hem geeft? Of sport hij voor een goede conditie, om af te vallen of traint hij voor een lekker strak gespierd lichaam? Wij hebben volgens mij allemaal niet gekozen voor muziek om puur muziek te maken, maar omdat wij er ons fijn bij voelen. Als wij ons destijds beter voelden bij het vak tekenen of drama, hadden we daar wel voor gekozen. Maar dat is niet gebeurd. Het is juist dit vak, muziek, dat wij hebben gekozen. Waarom dat? Of het nou als middel is of als doel: De magie van muziek raakt ons.
maandag 1 juni 2009
Kunst = saai!
Uit het artikel van CJP blijkt dat jongeren tussen 15 en 17 jaar het begrip kunst te smal opvatten. Maar jongeren doen eigenlijk juist veel met kunst! Ze zijn bezig met muziek, zingen, tekenen, schrijven, fotografie en dans. Jongeren gaan naar de bioscoop, popconcerten, musicals, festivals, cabaret. Kunst slaat dus niet alleen op klassieke kunst, zoals schilderijen en klassieke muziek waarbij je stil moet zijn en niet veel dingen mag, zoals de meeste jongeren denken.
De desinteresse van kunst is dus een definitiekwestie. Daarnaast is de stap om te gaan te groot. Het is te duur, te ver, er is niemand anders om mee te gaan of ze zijn bang om uitgelachen te worden. Het klassieke beeld dat jongeren hebben vinden zij saai, dat klopt. Maar we zijn nu wel wat generaties verder: jongeren hebben nu een eigen smaak wat kunst betreft. Ik ben het eens met wat Marjolein de Boer zegt in het artikel van CJP: ‘Verbreedt de cultuurdefinitie. Laat jongeren in discussie gaan en neem hun smaak serieus.’
(271 woorden)
Bronvermelding:
- artikel reader: ‘Violen? Liever ‘arrenbie’’ door Karel Berkhout, 13-10-2005
- artikel internet: ‘CJP: jongeren vinden kunst saai’ door RobzQ, 11-10-2005; http://www.zqcentral.com/index/news/show/4399
Is het om de kunde…of om de kick?
Het begon allemaal met twee Nederlandse muziekpedagogen: Willem Gehrels 1885-1971 en Ad Heerkens 1913-1985. Willem Gehrels deed baanbrekend werk op het gebied van de muzikale vorming van kinderen. Zijn Methode Gehrels was een van de eerste complete didactische zangmethodes voor het onderwijs, uitgaand van zingen van volksliederen en strevend naar een algemeen muzikale vorming van het kind. In 1928 ontstond het eerste plan om te komen tot een volksmuziekschool. Gehrels wendde zich in 1929 met zijn ideeën tot de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst en het Nederlandsch Muziekpaedagogisch Verbond. In 1931 werd de Stichting Volksmuziekschool opgericht. In 1932 werd begonnen met Algemeen Vormend Muziekonderwijs buiten schooltijd aan 175 leerlingen uit vierde klassen van de lagere scholen. In 1934 werd tevens begonnen met instrumentaal onderwijs naast het verplichte algemeen vormend muziekonderwijs.[1] Het doel van Willem Gehrels was kinderen van minder vermogende ouders de gelegenheid te bieden muziekles te volgen. Muzieklessen moesten, ongeacht rang of stand, bereikbaar zijn voor ieder kind. De belangrijkste pedagogische stelling van Gehrels was dat het kind allereerst moet leren beleven wat muziek is. Dit niet individueel door middel van instrumentaal onderricht, maar in groepsverband, met zingen als uitgangspunt.[2] Ad Heerkens, een generatie later, kwam tot de doelstelling dat bij dat ‘muziekonderwijs voor iedereen’, de wereld van het kind uitgangspunt moest zijn. Heerkens en Gehrels hielden zich allebei bezig met de kennis van muziek. Daar begint echter het verschil tussen beide visies. Bij Gehrels ging het om de kennis van de historie der klassieke muziek, bij Heerkens om de kennis van het muzikaal-maatschappelijk engagement oftewel muziek in samenhang met de maatschappij. Qua uitgangspunt liggen de visies van de twee muziekpedagogen in elkaars verlengde. Er is echter een groot verschil tussen de twee: bij Gehrels gaat het om kunde en bij Heerkens gaat het om de kick.
Voor 1971 werd er geen adequaat muziekonderwijs gegeven, waardoor studenten en uiteindelijk afgestudeerden van de PABO een muzikale achterstand kregen. Hierdoor was het onmogelijk goed muziekonderwijs te leveren aan leerlingen op de basisschool. In 1971 kwam daar verandering in door muziekonderwijskundige vernieuwingen als; muziek als eindexamenvak, grafische notatie, emancipatie van de popmuziek, muziek als maatschappelijk verschijnsel en transformatie van muziek naar andere vormen van expressie. Job ter Steege omschrijft in zijn artikel de jaren ’70 als de magische jaren voor het muziekonderwijs. Het bracht weliswaar verbetering in het voortgezet onderwijs, maar in het basisonderwijs bleef de situatie beroerd. In de jaren ’80 en ’90 deden er zich een aantal ontwikkelingen voor waardoor de toekomstige PABO student betere handvaten kreeg om muziekonderwijs te geven. Hoewel de PABO student eigenlijk te weinig lesuren heeft om zich klaar te stomen voor het muziekonderwijs, gaat de kwaliteit en de onderwijskundige effectiviteit vooruit.[3]
Het muziekonderwijs is op de gemiddelde basisschool nog niet optimaal. Sterker nog, op sommige scholen wordt het vak niet gegeven. De kennis, de kunde en ook de kick daarom schiet te kort bij de docenten die van de PABO afkomen. Omdat zij het vak niet goed genoeg beheersen, laten ze het maar voor wat het is of laten ze het vak zelfs schieten. Nu komt er een nieuwe vraag naar voren: zou muziek in het basisonderwijs verplicht moeten worden? Ik stem daarbij in met het uitgangspunt van Gehrels: ieder kind heeft recht op muziekscholing. Als zij geen muziekles krijgen op de basisschool, zijn ze ook niet klaargestoomd voor muziekles in het voortgezet onderwijs. Voor de muziekdocent daar is er nauwelijks beginnen meer aan. Bovendien heeft elk kind recht op het ervaren van de kunde, kennis EN de kick van muziek! Het behoort bij hun algemene en creatieve ontwikkeling. Neem die kinderen die prikkels voor hun fantasie niet af.
Nu komen weer terug bij de twist: wat is belangrijker in het muziekonderwijs? Kunde of kick? Naar mijn mening is de één niet beter dan de ander, maar vullen die twee elkaar juist aan. De kick van de muziek maakt de kunde, doen wat je kan en begrijpen wat je hoort, leuk. Maar andersom zorgt de kunde van muziek ervoor, dat je er een kick van krijgt. De kennis van muziek maakt het gehele plaatje compleet; daar waren Gehrels en Heerkens het ook over eens. Aan de hand van mijn eigen ervaring van mijn laatst gegeven les zal ik uitleggen waarom juist een combinatie van kunde, kennis EN kick nodig is voor de ideale muziekles.
Een lesonderwerp moet aandacht trekken (en vasthouden). Dat kan doordat de stof relevant is voor de leerling (kennis). Zijn zelfvertrouwen versterkt als het een en ander toegepast kan worden (kunde). De gelegenheid om toe te passen is onontbeerlijk, want daar haalt de leerling de kick uit. Tijdens mijn les wilde ik de vorm van het nummer ‘Let me entertain you’ behandelen. Het nummer vinden ze leuk, wat ervoor zorgt dat ik de aandacht heb. Als docent kun je aangeven wat de lol van de opbouw van een muziekstuk is (herkenbaarheid) en dat dat voor elk nummer geldt; dus ook voor dit toffe lied. Dit houdt de aandacht vast. Dit onderdeel sloeg ik over tijdens mijn les en dat is zonde. Juist dát maakt namelijk de boel relevant voor ze. Later in de les gingen we het nummer zingen. Ik maakte daarbij gebruik van de vorm: ‘Jongens, we beginnen bij A en gaan door tot en met B. Daarna springen we over naar D’. En daar greep ik weer de aandacht. Ineens werd er begrepen waarom ze de opbouw van dit lied hadden uitgezocht. Hetgeen dat de leerlingen zojuist hadden geleerd, begrepen zij (kennis) en pasten zij toe (kunde). Dit gaf een kick!
We zien dat het eigenlijk niet te vermijden valt dat kennis, kunde EN kick elkaar aanvullen. Deze drie hebben elkaar nodig om een goede muziekles te geven. Wanneer één van de drie wegvalt, valt de aandacht voor het geheel ook weg. Zonder de één, kan de ander nauwelijks of niet (gemakkelijk) voortgezet worden. Kortom: kunde, kennis EN kick maakt de muziekles tot de ideale muziekles!
(1052 woorden)
[1] http://www.gehrelsmuziekeducatie.nl/willemgehrels.htm
[2] http://www.gehrelsmuziekeducatie.nl/willemgehrels.htm
[3] artikel reader: Cool, Kick, kennis en kunde; Job ter Steege
zondag 31 mei 2009
Let me entertain you voor de laatste keer! 27-05-2009
Achteraf bleek dat ik daarbij een grote misser maakte; ik vergat een heel belangrijke stap! Ik had een voorbeeld moeten geven van een vormschema bij een simpel kinderliedje. Dan hadden ze het een vormschema van bijvoorbeeld A-B-A eerder en beter begrepen. Doordat ik dit was vergeten, begrepen de leerlingen heel laat pas waar zoiets voor dient en functioneert. Eens vergeten dus, maar dat doe ik nooit meer!
Er werden veel vragen gesteld en daar ging ik ook ruim op in. Ik merkte ook dat een paar leerlingen het wel begrepen, maar het grootste deel van de klas niet. Het werd dan ook vaak rumoerig in de klas. Deze les bleef ik erop hameren dat het stil moest zijn (het is ook een luisteropdracht). Daar ben ik veel consequenter in geworden. Ik sprak een leerling aan achter in de klas (een leerling die vaak praat) en vroeg naar zijn vraag. Ik ging daar op in. Doordat ik een leerling achter in de klas aansprak, kreeg ik ook meer de aandacht van de leerlingen.
Het is positief om op de vragen in te gaan van de leerlingen. Maar liever toch niet teveel blijkt in de praktijk. Ik geef teveel van het antwoord weg. Ik moet eigenlijk de vragen meer bij hun zelf neerleggen, zodat zij meer gaan nadenken en luisteren. Ik moet ze zelfvertrouwen geven door het geleerde toe te passen. De volgende keer als ik zo’n les geef, zal ik de leerlingen meer de tijd geven om te luisteren en de antwoorden zelf uit te vissen.
We gingen het nummer ‘Let me entertain you’ zingen. En omdat we het nummer zo vaak nu geluisterd hadden. Keek ik eerst aan tot waar het goed zou gaan met zingen. Dat ging heel goed! Daar was ik echt heel blij mee: mijn verwachting kwam helemaal uit.
De tafels waren opzij geschoven zodat iedereen kon staan. Helaas leunden veel leerlingen tegen de tafels aan. Ik zei er ook wat van, maar ik kreeg er geen verandering in. Ik had hier ook consequent in door moeten gaan en ik had duidelijk moeten zeggen dat ik dat echt niet wilde! Ik moet meer eisen stellen.
Ook had ik gebruik moeten maken van het feit dat ze op het laatst met zijn allen in het midden van het lokaal moesten gaan staan en dan luid en duidelijk moesten gaan zingen. Dat heb ik helaas niet gedaan. Dat is zonde.
Wel ben ik tevreden over de keuze dat mijn stagementor mee ging drummen. Drums + piano geeft een goede ondergrond waarbij de leerlingen lekker meezingen!
Verbeterpunten:
- meer eisen stellen!
- beter ingaan op het niveau van de leerlingen; voorbeelden geven wanneer zij nog niet bekend zijn met zoiets als een vorm van een muziekstuk.
- Ik moet de leerlingen meer laten nadenken, in plaats van teveel op hun vragen in gaan. Ik kan beter de vraag bij hun zelf leggen. Vertrouwen geven!
maandag 25 mei 2009
Let me entertain you met ritmes!
Case
Ik wilde de ritmeopdracht zoals omschreven is, uitvoeren met de klas. Ik vroeg om stilte en wachtte ook net zo lang tot het stil was. Tot zover werkte het, maar:
Wat deed de docent?
Ik deelde de kaartjes uit, terwijl ik in het kort uitleg gaf.
Wat deden de leerlingen?
Zij waren in het begin even stil, maar gingen al gauw praten.
Wat dacht de docent?
De rust is al snel verstoord. Hebben de leerlingen mijn instructies wel gehoord?
Wat dachten de leerlingen?
Zo, we hebben de instructie gehoord. Terwijl de docent de ritmekaartjes uitdeelt, kunnen wij wel even praten. We beginnen zo.
Wat voelde de docent?
Onzekerheid.
Wat voelden de leerlingen?
Een deel van de leerlingen voelde ook onzekerheid. Zij wisten niet of zij de opdracht zouden kunnen of niet. Het andere deel van de klas voelde zich gewoon op zijn gemak.
Toen ik eenmaal de kaartjes had uitgedeeld, wilde ik beginnen. Maar de leerlingen waren zo in gesprek dat ik mij onzeker voelde over het feit of zij nu de opdracht hadden gehoord of niet. Ik wilde het ook stil hebben. Ik kreeg de stilte voor elkaar. Eén iemand bleef praten en klappen. Ik bleef net zo lang staren en wachten naar hem tot hij ook stil was. Dat werkte prima! Tot mijn grote spijt heb ik direct de korte instructie weer herhaald.
Verbeterpunt: In het vervolg vraag ik eerst om stilte. Vervolgens vraag ik wie de opdracht niet heeft begrepen. Eventueel kan ik een andere leerling vragen om de opdracht te herhalen. Als het dan nog steeds stil is, wil ik gaan beginnen.
Tijdens het klappen, merkte ik nog steeds onrust. Ik vroeg nogmaals om stilte. Het werd even stil, maar al snel werd het weer rumoerig. Bijna de gehele klas is rumoerig. Er valt niemand specifiek aan te wijzen. Hoe krijg ik de klas goed stil en ook dat ze dat volhouden?
De volgende les wil ik weer als gewoonlijk beginnen: een overzicht van de les aangeven (wat gaan we doen?), maar ook wat ik verwacht van de leerlingen (stilte, wanneer ik praat/uitleg geef).
Deze les gaf ik kort instructie en praatte minder. Door een goede voorbereiding kon ik gemakkelijker mijn instructies kort houden. Vóór deze les had ik namelijk de hele instructie opgeschreven voor de les. Ik schreef enkel de dingen op die echt gezegd moesten worden in de les. Ik zou dan niet meer zoveel dingen herhalen. Dat is redelijk gelukt. Ik heb slechts één keer mijn instructie herhaald (zie case).
Mijn mentor gaf mij als ‘reflectie’ deze keer mee: ‘Je moet meer overwicht krijgen.’ Helaas is dat het enige wat ik heb meegekregen. Ik kreeg geen tips om mee te werken. Overwicht in de klas; dat had ik begrepen. Maar hoe? Ik ga dit nogmaals vragen via de mail, omdat ik hiermee zit. Hebben jullie bloggerz ook tips? Blog ze alsjeblieft!
woensdag 15 april 2009
Geklets ‘Like a prayer’? 15-04-2009
Wat een heerlijke les! Mijn les begon weer met (jawel) een ritmeonderdeel. Ik probeerde wat sneller en gevarieerder les te geven, maar probeerde tegelijkertijd wel langer door te gaan op dezelfde lesstof. Het bleef weliswaar wel rumoerig nog in de les, maar ik was tevreden met het feit dat de leerlingen deden wat ik wilde dat zij deden. Stom dat ik iets vergat dat ik in mijn lesopzet zo mooi had omschreven. Ik wilde een ritme voorklappen en dat de leerlingen luisterden en keken naar welk ritme ik klapte: ritme lezen en ritme herkennen. Waarom deed ik dat nou niet? Terwijl het nu juist een goede opzet was om wat meer gevarieerd te werken met het ritme onderdeel.
Dat is dus een punt waar ik de volgende keer aan wil werken. Ik ben dus bezig met het leren van blad lezen met de leerlingen. Op hoeveel manieren kun je eigenlijk daar op in gaan? Erzsi wees me erop: ‘Je kunt op zoveel manieren met dat ene stencil werken en enkel ingaan op die ritmes en daar een hele les mee vullen! Al maak je een kwartet van achtste noten en kwartnoten.’
En daar ga ik mij mee bezig houden de komende tijd. Op welke manieren kan ik ingaan op dezelfde stof? Hoe kan ik gevarieerd ingaan op het ritme lezen? Het lijkt me interessant om die ideeën eens op een rijtje te zetten.
Ter aansluiting op de les van de vorige keer ben ik met de klas verder gegaan met ‘Like a prayer’. Aan het begin van de les gaf ik duidelijk aan wat ik deze les ging doen en ook dat ik het lied wilde afronden. Dat is gelukt! En een mooi succesmoment was het ook! De hele klas stond te zingen, Maurice zat te drummen en ik begeleidde het stuk met de piano. Iedereen zong het nummer vrolijk mee!
Maar dat ging bij mijzelf vooral niet zonder haperingen. Hoe geef ik nou goed aan wanneer de leerlingen invallen met zingen? Dat ging de ene keer wel goed en de andere keer niet. Wat deed ik dan waarom het de ene keer wel goed ging? Eén ding is zeker: ik doe soms veel te moeilijk! Want wat is namelijk het geval: ik klets te veel. Erzsi: ‘Je moet veel meer werken vanuit het DOEN!’
Tip: schrijf voor jezelf uit wat je precies wilt overbrengen aan de klas. De reden dat de leerlingen niet meer stil zijn is omdat je teveel kletst. Je zegt zoveel dingen die je ook gewoon kunt DOEN. Als je wat zegt moet het ook BELANGRIJK zijn!
maandag 6 april 2009
Like a ‘teacher’, 01-04-2009
Bij mijn lessen wil ik zoveel mogelijk een vloeiende overgang maken van lesonderdeel naar lesonderdeel. Van ritme klappen, gingen we over naar het zangonderdeel. Ik wilde met de klas het intro doornemen van ‘Like a prayer’. Hierbij was het toepassen van de zojuist aangeleerde lesstof van belang. Een betere manier van toetsing ook of de leerlingen het begrepen. Ik nam eerst het ritme met de leerlingen door. Zij klapten het ritme vrijwel in een keer goed! Vervolgens gingen we de tekst op het ritme spreken. Dat was een stapje lastiger, maar ook dat ging goed. Wel gingen de leerlingen lachen bij het sprekend aanhouden van een noot van vier tellen. Daar moest ik ook wel om lachen, want het klonk natuurlijk heel raar. Dus we gingen vervolgens het intro zingen. Ik nam het intro maar een keer door, wat ik achteraf misschien beter niet kon doen. Ik ging namelijk direct verder met het eerste couplet en het refrein, terwijl ik eigenlijk beter eerst dieper in kon gaan op het oefenen van het intro. Het couplet en refrein heb ik door middel van voor- en nazingen met de klas doorgenomen. Ik had wat moeite met het aangeven van de inzet voor het nazingen. Dat was meer experimenteren, aanvoelen. Vervolgens liet ik de leerlingen meezingen, terwijl ik ze begeleidde met de piano. De leerlingen zongen de passage goed! Weliswaar wat zacht, maar wel goed! Dat gaf mij een goed gevoel, anders dan de les hiervoor. Een wereld van verschil. De tijd ging snel voorbij en met een trots gevoel vertelde ik wat ik van de les vond. Een goede afsluiting van een succesvolle les!
De volgende les wil ik verder gaan met het klappen van ritmes en met het nummer ‘Like a prayer’. Met het ritme lezen ga ik dan weer een stapje verder. Ook het nummer van Madonna wil ik helemaal doornemen. Wel ga ik van tevoren beter doornemen hoe ik het stuk in stukken wil hakken met het voor- en nazingen. Dat blijkt toch een lastig punt te zijn bij dit nummer.
zaterdag 21 maart 2009
Stageles 2. 18-03-2009
Je wilt bewijzen dat je 2 TL-klas wel degelijk een zangklas kan zijn, ook al krijgen ze niet of nauwelijks zang van hun docent. Sta je daar met 28 leerlingen voor je neus, denkend: ‘Heerlijk, we kunnen beginnen,’ blijkt dat de klas niet gaat zingen.
Wat zou jij doen op zo’n moment?
Zelf kan ik in zo’n opzicht heel koppig zijn, haha, toegegeven. Ik besloot net zolang zelf door te gaan met zingen, totdat de leerlingen mij na gingen doen.
Ik was zo ontzettend blij dat ze nog een beetje gingen zingen. Heel zachtjes. Tja, hoe krijg je dan volume eruit? 28 ongeïnteresseerde houdingen zagen mijn ogen. Die met ontzettend veel moeite ook niet daaruit kwamen. Ik besloot rustig door te gaan, met een wat strenger optreden. Ik dacht: ‘Oh nee, mooi niet dat ik nu ga stoppen. Jullie gaan zingen!’
Natuurlijk vroeg ik mij tijdens het lesgeven af wat de leerlingen dachten. Het is moeilijk dat te achterhalen. Waarom zongen ze niet? En waarom, als ze gingen zingen, zo zacht? Is het de ervaring die er niet is? Gaat het om het lied? Is er iets voorgevallen vóór de les wat eigenlijk veroorzaakt dat ze geen zin hebben om te zingen? Schaamte?
Als docent heb je de taak erachter te komen wat de leerling denkt, wilt en voelt. Alleen wat de leerling doet valt nog te observeren. Het is moeilijk enkel daarmee te achterhalen wat de leerling denkt.
Hoe kom je erachter waarom leerlingen niet zingen?
- door te vragen
- door met de docent te praten
- door met de mentor te praten
In het vervolg wil ik ervoor zorgen dat ik van de minmomenten plusmomenten maak. De vraag is: hoe doe je dat?
In het vervolg wil ik meer letten op de kleine dingen die verbeteren. Hoe klein het verschil ook is aan verbetering, denk aan complimenten! Een compliment is ook de sleutel tot een goede relatie met de klas.
Tip: Maak geen aanname, ga geen interpretaties geven aan gedrag. Benoem enkel wat ze doen en wat je anders wilt zien aan het gedrag. Zeg niet ‘je bent…’, maar zeg enkel iets over het gedrag.
Alternatieven
De volgende keer als ik met deze klas bezig wil zijn met zang. Probeer ik eerst wat vertrouwen van ze te krijgen; beginnen vanuit iets bekends. Bijvoorbeeld een lied dat zij al kennen (uit de top 40). Ik kan ook beginnen met het begeleiden van akkoorden en daarna met ze hetzelfde nummer gaan zingen.
Achteraf ben ik overigens heel blij dat mij dit is overkomen. Ik heb hier veel van geleerd en ben hierdoor een ervaring rijker. In het vervolg bedenk ik goed wat het niveau is van de klas (hoewel die in dit geval moeilijk te bepalen was) en pas mij daarop ook aan. Ik ben benieuwd naar de volgende les met deze klas.
zondag 15 maart 2009
Is mijn leerdoel gelukt?
Woensdag 11-03-2009, gaf ik mijn eerste les op een middelbare school: het Erasmus College. Ik had het eerder niet gedacht, maar ik heb mij gelijk gestort in het vullen van een heel lesuur. Tijdens mijn kennismaking vorige week met klas 2 tl, merkte ik op dat de leerlingen nog niet voldoende de notennamen kennen van de zwarte toetsen van het keyboard (zowel in het geval van werken met kruisen als met mollen). Het leek alsof die stap was overgeslagen en de leerlingen moesten ook nog eens de akkoorden maken van het liedje ‘No air’ van ‘JordinSparks’. Dat ging bij de kennismaking moeizaam, mede door het feit dat zij de vragenstelling te ‘vaag’ vonden.
Als aansluiting op die les nam ik aan het begin van mijn gegeven les een stapje terug voor de leerlingen: de behandeling van de notennamen van de zwarte toetsen op het keyboard. Ik was best wel zenuwachtig voor deze eerste les, het voelde nog een beetje vreemd voor mij voor de klas te staan van de middelbare school waar ik net zelf van af ben! Ik had zoveel gedachten in mijn hoofd en wist voorheen ook precies wat ik wilde zeggen, maar door de zenuwen wist ik even niet meer waar ik moest beginnen.
Diep ademhalen Wivien, dacht ik en zo ging ik verder. Ik begon met het behandelen van kruisen. Dat ging snel! En sommige leerlingen beantwoordden ook opdracht 2, waarmee we de mollen behandelden. Ik vertelde dan hoe het zat met de mollen, want nog niet iedereen begreep dat goed. Wauw! Zo snel waren ze niet bij de les daarvoor en een groot deel was al klaar. Een aantal leerlingen schreven nog. O jee, dacht ik. Moet ik nou verder of even wachten op de laatste leerlingen? Ik besloot dat laatste liever te doen.
Achteraf had ik dat niet moeten doen. Voor degenen die sneller waren had ik al de opdracht kunnen geven om het blaadje om te draaien en alvast het blaadje door te lezen met de opdrachten over akkoorden maken/vormen en de akkoorden van het nummer ‘Let me entertain you’ van Robbie Williams. Afijn, gelukkig waren de laatste leerlingen klaar en gaf ik de opdracht achter de keyboards te kruipen (en o ja, vergeet de koptelefoons niet) om de opdrachten te maken.
Ik vond echt dat de leerlingen goed gewerkt hadden. Ik vroeg mijzelf af of ik wel duidelijk genoeg was. Ging ik door de zenuwen niet te snel met praten? Oh, en het tempo in de les lag niet goed, zag ik. Was dat erg?
Ik stond stil bij allerlei kleine dingetjes die misschien wel belangrijk zijn, maar ik vergat even naar een nog belangrijker punt te kijken. Dat liet de reflectie in Utrecht toch maar weer zien. Het blijkt toch maar weer dat zo’n reflectiecirkel extra overzicht biedt! Want hebben de leerlingen gedaan wat er gedaan moest worden? Hebben ze gemaakt wat gemaakt moest worden en ook op de juiste manier? Ik keek even op…Ja! Er is gemaakt wat gemaakt moest worden! Mijn leerdoel is gelukt!
Ook heb ik geleerd dat het superbelangrijk is een les goed af te sluiten. Als je niets zegt over het lesverloop, kunnen de leerlingen op den duur nonchalant worden (ach, wat maakt het uit wat we doen? Er wordt daar toch niet naar omgekeken, er wordt toch niets daarover gezegd). Het is goed eventjes een praatje houden tegen de klas over hoe de les ging. Al zeg je alleen maar dat de les goed verliep, het is belangrijk!
Tip van de week: Grenzen stellen voor het tempo van de les.
- tijd in de gaten houden (klok, horloge)
- tijd in de gaten houden (hoeveel hangende leerlingen kun je tellen?)
- tijd afspreken ‘jullie krijgen vijf minuten om…’
maandag 2 maart 2009
Mijn Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP)
Hoofdvak Docent Muziek
Stap 1.
Waar sta je op dit moment?/Wat kan ik al? (sterkte/zwakte-analyse)
- Waar ben je goed in?
Ik merk dat ik geen enkele moeite heb met ‘het voor de klas staan’. Ik ben niet zenuwachtig om voor een groep te staan, of dat nu 5 of 24 kinderen zijn. Ik vind het erg leuk om lessen te maken en om het vervolgens ook te geven aan de kinderen. Mijn enthousiasme is mijn kracht, die ik over aan de kinderen geef. Mijn lessen variëren en dat houdt denk ik de kinderen ook veelal bezig.
Ik ben goed in het (zelf)reflecteren. Mijn ‘zwakke punten’ zie ik niet als zwakke punten, maar als ‘punten waar ik aan ga werken om te verbeteren’. Ik ben in staat een duidelijke en overzichtelijke blik te werpen op mijn gegeven lessen.
- Wat kun je nog verbeteren?
Ruismomenten. Deze moet ik zien te voorkomen. Dit komt onder andere door mijn manier van vragen stellen, maar ook doordat mijn instructies niet duidelijk genoeg zijn.
Ik wil graag mijn instructies zo duidelijk maken, dat de kinderen het begrijpen en gemotiveerd blijven in de les om door te gaan. De vraag die ik mij continu moet stellen: kom ik duidelijk over op de kinderen? Is mijn opdracht duidelijk geformuleerd?
Ook moet ik leren kijken naar de leerlingen die het wat moeilijker hebben. Dit is lastig, want welke leerlingen vinden het nu moeilijk en welke niet? Dit ligt per onderdeel anders. Ik hoop hier in mijn komende stage meer aandacht aan te kunnen schenken.
Stap 2.
Wat wil je bereiken?/Wat wil ik nog meer/beter kunnen? (persoonlijke leerdoelen)
- Wat zijn je ambities?
Ik wil een geschikte muziekdocente worden, passend in het competentieprofiel.
Mijn lessen wil ik zo gevarieerd mogelijk maken, waarbij de leerlingen volcontinu bezig zijn met muziek en ook de intentie hebben muziek te maken. Ik zou graag zien dat de leerlingen uitkijken naar mijn muzieklessen: muziek maken! Ik wil een muziekdocent zijn die de motivatie en het enthousiasme bij de kinderen erin kan blijven houden en toch de leerdoelen voor de leerlingen kan waarborgen.
- Waar wil je beter in worden?
Ik heb geleerd dat de sfeer van een klas bepalend kan zijn of je iets uit je lesvoorbereiding kan voltooien of niet. De kinderen werden steeds drukker naarmate Sinterklaas en vooral de kerstvakantie naderden. Ook namen zij minder snel iets tot hun op, maar wilden wel een hoger lestempo. Ze moesten met iets bezig zijn. Hierdoor heb ik veel geleerd om mijn ‘flow’ in mijn lessen te houden. Ik wil beter worden in de sfeer bepalen. Dit is lastig omdat je dit van tevoren niet weet, maar hoe moet je handelen? Wanneer weet je wanneer het lestempo omhoog moet en wanneer omlaag? Dit verschilt vaak per kind en daarom maakt dat het lastig.
Ik wil dat mijn lessen zo vloeiend mogelijk verlopen. De ‘flow’ moet erin zitten: geen ‘ruismomenten’. Ik wil zonder al te veel energie lekker door kunnen gaan met mijn les en de door mij opgestelde leerdoelen waarborgen. Daarbij moet ik natuurlijk ook letten op het stellen van mijn leerdoelen: is het realistisch deze leerdoelen te waarborgen?
- Wat wil je leren/kunnen/kennen?
Bij het vorige onderdeel heb ik omschreven waarin ik beter wil worden. Dat wil ik dan ook zoveel mogelijk nastreven om dit te leren/kunnen/kennen. Ik wil technieken leren om zonder al te veel moeite/energie toch het uiterste eruit te halen! Ik wil duidelijk zijn tegenover de leerlingen. Ik wil weten hoe ik in bepaalde situaties het beste kan optreden in een klas. De sfeer is erg bepalend voor de les. Bovendien wil ik dingen leren als het opstellen van een groep leerlingen bij een bepaalde opdracht. Dit soort dingen kunnen echter gewoonweg bereikt worden door gewoonweg uit te proberen. Ervaring opdoen!
Stap 3.
Hoe kom je daar?/Wat heb ik daarvoor nodig? (aanpak en middelen)
Mijn motto blijft: ervaring is de sleutel!
- Ik maak op tijd vóór mijn lessen mijn lesvoorbereidingen. Ik zal daarbij moeten kijken naar het niveau van de kinderen, maar ook naar de duur van de les, variatie, leerdoelen, leermiddelen, etc.
- Na iedere les maak ik een reflectie met mijn stagebegeleider. Door middel van die reflectie en tips, zie ik wat ik kan verbeteren en probeer ik de kwaliteit te verhogen van de lessen die ik geef.
- Tijdens mijn volgende stage hoop ik een kijkje te kunnen nemen bij een andere leerling. Zo hoop ik wat mee te kunnen pikken van de ervaring van de ander. Je raakt nooit uitgeleerd zeg ik maar.
- Doen, denken en doen!
Het is weer tijd voor stage numero 2
De stage voor het voortgezet onderwijs komt nu wel heel dichtbij! Persoonlijk vind ik het allemaal nogal spannend. Zo ben ik net van de middelbare school af, kom ik als broekie op het conservatorium, ga ik lesgeven op een middelbare school in Zoetermeer!
Stagetijd betekent natuurlijk ook weer: bloggerztijd! Mijn stagelessen zijn straks gewoon weer te volgen op mijn blog, te beginnen met mijn vernieuwde Persoonlijk OntwikkelingsPlan.
Gegroet!
Wivineke