donderdag 4 december 2008

Wauw! Wat een leuke les! 03-12-2008

Deze les was een succes!
Mijn eigen leerdoel is bereikt! De kinderen waren bij het klankspel ‘de Geluidsboom’ helemaal betrokken. Iedereen deed enthousiast en goed mee! De kinderen waren ook zeer geconcentreerd bij wat zij moesten doen. Wanneer er doodse stilte moest zijn, heerste er ook doodse stilte! De kinderen waren overigens ook dol enthousiast over het feit dat ze hun zelfgemaakte reuze schudeieren konden gebruiken. Dit was zo leuk om te zien! Iedereen had er lol in! Dit spel is ook leuk voor de kinderen die niet van zingen houden. Zij doen ook met alle plezier mee en kunnen hun ‘ei’ er ook in kwijt. Wat wel opviel, was dat toen er een leerling uit de klas voor het bord ging staan, de kinderen niet meer zo geconcentreerd waren als eerst: zij deden TE enthousiast mee. Het kind dat voor de klas stond bij de ‘geluidsboom’ wilde van alles uitproberen en ging iets te snel over van de ene klank naar de andere. Gevolg: doodse stilte niet meer aanwezig maar juist vol continu overgang van klank naar klank (de schudeieren niet uitgesloten natuurlijk: die zijn favoriet). Het is leuk mee te maken wat de kinderen doen met zo’n geluidsboom. Het mooie aan dit spel is ook het feit dat dit leuk is voor een behoorlijke leeftijdsgroep. Ellen Bos, mijn stagebegeleidster, was verrast door het feit dat de kinderen ontzettend enthousiast waren en het juist helemaal niet kinderachtig vonden!
Verhalen vertellen doet het zeer goed bij kinderen bleek maar weer bij deze les. De kinderen raken bij het verhaal en daarmee automatisch ook bij de les betrokken. Er was verder geen moeite nodig de kinderen bij de les te houden: even terugvallen op het verhaaltje en het werd superspannend wat ‘de geluidsboom’ nu weer voor klanken zou maken!
Gezien de muziekles later begon deze dag, zijn we niet toegekomen voor het kringspelletje en het voor- en nazingspel. Helemaal niet erg, want dit kan volgende week heel leuk worden in verband met de verjaardag van Ellen Bos. Dan zijn de kinderen de hele dag bezig met spelletjes. Leuk dus om een muziekspel ertussen te stoppen! Ik ben benieuwd!

Les 5 en les 6. Sinterklaas is weer in het land en dat moet gevierd worden…met muziek!

Oké, in les 4 werd er een hele vooruitgang geboekt wat betreft ritmes lezen en klappen. Echter; de kinderen hebben wel moeite met het lezen en klappen van (voornamelijk) de halve noten. Logisch wel, want ta klinkt in beginsel even lang als to. Voor les 5 had ik daarop iets bedacht: to-o! Dus ging ik weer experimenteren of dat misschien de oplossing was voor de lengte van de halve noten. Jawel, de kinderen maakten er gebruik van en ze begrijpen nu ook beter wat er staat. Een aantal kinderen heeft nog moeite met het lezen en klappen van ritmes, dat wel. Maar belangrijk is dat zij nu weten wanneer ze iets fout doen. Dan hoor ik zo’n kinderstemmetje: ‘Oh wacht, oh nee. Mag ik het nog een keer doen?’ Vaak als er een aantal kinderen solo het ritme hebben geklapt, geef ik de opdracht het met zijn allen te klappen. Dan volgen er vaak geluiden van zuchtende kinderen die eigenlijk ook het ritme zelfstandig wilden klappen en wilden laten zien dat zij het konden.
Oefening baart kunst blijkt maar weer, want ik ben al vanaf de eerste les met ritme bezig. Ik zie hoe mijn leerlingen stap voor stap vooruit gaan. De kinderen vinden het nog steeds leuk, vooral omdat zij steeds gedreven zijn om meer te klappen; ze willen steeds verder komen! Ook denk ik dat de kinderen hebben gemerkt dat ik standaard de les begin met het onderdeel ritme. Naast het feit dat het een belangrijk onderdeel van muziek is, is het ook een goede warming-up voor de leerlingen!

Al weken wemelt het van de pepernoten en de chocoladeletters in de schappen van de supermarkt: het Sinterklaasfeest is in aantocht. Voor veel kinderen een spannende tijd en dat is te merken in de klas. En omdat het feest er aankomt, vervolg ik mijn vijfde les met het aanleren van een nieuw liedje, een sinterklaasliedje: ‘Sinterklaas is verdwenen’. Een superleuk liedje met een mooie melodie, dat gewoon prettig in het gehoor ligt bij zowel volwassenen als kinderen. Een liedje dat je zo weg zingt!
Dit keer stortte ik mij weer op een andere aanleermethode (daar is stage immers voor; doen, denken, doen! Experimenteren, uitproberen, ervaring mee opdoen en er vervolgens je lering eruit halen). Ik heb hierbij de voorbeelden gebruikt uit de liedbundel ‘EigenWijs’ en er vervolgens zelf nog wat vragen bij bedacht. De zelfbedachte luistervragen werkten goed, vragen die gaan over de tekst met als doel de vraag te kunnen beantwoorden: ‘Waar gaat de tekst van het liedje over?’
De opdracht uit de bundel, met de vingers knippen op het juiste moment, is ook een leuke opdracht om te doen met de kinderen. Ze pikken het ook snel op.
Maar de vraag uit ‘Eigenwijs’: ‘Uit hoeveel zinnen bestaat dit lied?’ is een vraag die ik in het vervolg nooit meer zal stellen als ik dit nummer aan kinderen zal leren. Het liedje bestaat uit vier zinnen, maar wel vier zinnen met meerdere komma’s. Het lijkt er dus op dat er meerdere zinnen zijn. Een vraag die verwarring oproept bij de kinderen en daarmee weer een beetje onrust brengt in de klas. Weg was de ‘flow’, die ik zo mooi opgebouwd had met mijn eigen vragen. Ik ben blij dat ik de vraag uit de bundel heb uitgeprobeerd; zo weet ik in ieder geval voor de volgende keer dat ik deze vraag niet meer zal stellen bij het aanleren van dit lied.
De kinderen hadden door de opdrachten het liedje al meerdere malen gehoord en wilden ook allang het liedje meezingen.
Voordeel: de kinderen leren op een zeer snelle manier een liedje aan en kunnen het zo meezingen!
Nadeel: er ontstaat wel een vraag naar een hoger lestempo vanuit de kinderen; zij willen juist graag het nummer al meezingen. (maar dat is juist leuk, het houdt ze betrokken bij het liedje en bij je les)
Maar o wat is dit een leuk liedje om te zingen met de klas! Ik vind het zelf ook een liedje met een mooie, spannende melodie.

Les 6. Nog een sinterklaasliedje! De ‘Sinterklaasrap’. De kinderen uit mijn klas vinden rappen helemaal geweldig, maar ze kunnen dan ook wel een beetje errug druk worden haha! Ik wilde deze les wel beginnen met ritme klappen, maar dit keer lazen de kinderen het ritme van de hele ‘Sinterklaasrap’. Tja, het feit dat ze wisten dat het de rap was, zorgde er weer voor dat er een hoger lestempo gevraagd wordt. Kinderen willen het eigenlijk al rappen en raken een beetje ongeduldig. Wat te doen? De laatste regels van de rap deed ik voor en de kinderen lazen mee en deden het ritme klappen na. Vervolgens de tekst erop en voilá: de Sinterklaasrap!

Helaas kreeg ik wel een rommelig gevoel van les 6. De kinderen waren druk en de jongens werden afgeleid door jongens die normaal niet in de klas zaten (er was een juf ziek). Nog voor ik überhaupt begon aan mijn les, was ik eigenlijk al begonnen met een les met onrustige kinderen. Er was bovendien ook iemand jarig, waardoor mijn les werd ingekort. Ik heb niet mijn hele les kunnen uitvoeren helaas, maar dat is al eens gebeurd en zal ook nog wel vaker gebeuren. Helaas pindakaas.
De sfeer in de klas vroeg om een hoger lestempo. De kinderen wilden de rap, zoals verteld eigenlijk al rappen. Door het feit dat de kinderen dus onbewust om een hoger lestempo vroegen, verdween daarmee ook mijn ‘flow’ en ontstonden er ‘ruismomenten’.
Wat ik van deze les heb geleerd? Mij aanpassen aan de sfeer in de klas en het lestempo verhogen als de sfeer in de klas daarom ‘vraagt’. Ik ben overigens wel tevreden over het feit dat ik al een vraag had voorzien. (wat is een ‘strop’?) Het is toch fijn om dat soort dingen door te nemen met de klas: begrijpen zij de tekst van de rap?

Al met al een beetje een rumoerige les in mijn ogen: in het vervolg zal ik beter letten op de sfeer in de klas, maar ook weer gebruik maken van ‘technieken’ die ik eerder heb geleerd tijdens deze stage, zoals ‘zachter praten’, verhaaltjes vertellen, etc. De ‘flow’ voortdurend laten doorgaan en ‘ruismomenten’ voorkomen.

Nu heb ik veel geleerd uit eigen ervaring, maar hebben jullie nog tips tegen (alle soorten) ‘ruismomenten’? Blog ze!;)

woensdag 3 december 2008

Les 3 en les 4: ritmes lezen en klappen en de ‘Hand jive round’

In les 3 ben ik met de kinderen verder ingegaan op het lezen en klappen van ritme. In de eerste les leerden zij kennis maken met ritme klappen en in les 2 leerden zij kennis maken met de notatie. Wat abstract? Misschien, maar het zorgt er niet voor dat ze ritme minder leuk gaan vinden: het ritme onderdeel van de les vinden zij juist leuk! Toch bleek maar weer dat zij het ritme lezen toch moeilijk vonden en niet helemaal begrepen. Hoe los ik dit op? Hoe krijg ik het voor elkaar dat een kwartnoot in een vierkwartsmaat één tel duurt? Hoe krijg ik het voor elkaar dat de kinderen de achtste noten en de halve noten begrijpen?

De oplossing kwam al tot uiting in les 4! Een oude methode die toch maar weer zijn vruchten afwerpt! Ta, titi, to. De kwartnoten noem ik ‘ta’, de achtste noten ‘ti’ en de halve noten noem ik ‘to’. Wat een vooruitgang binnen één les! Benamingen voor de noten blijken gewoon zeer prettig te werken. Kinderen hebben duidelijk behoefte aan houvast. Dat een klap een bepaald aantal tellen duurt is natuurlijk onlogisch: er klinkt toch maar een klap? Niets meer en niets minder! Natuurlijk zijn er een aantal kinderen die hier geen moeite mee hebben, maar de meerderheid heeft toch behoefte aan iets meer en dat is ‘spraak’.
Oefening baart kunst. Ik schreef een tiental ritmes op het bord. Oeh, teveel? Dat bedacht ik mij ook even voor een paar tellen, maar al snel bleek dat het helemaal niet teveel is en ook niet te weinig! De kinderen kregen juist de zin erin verder te komen: ‘Juf, mag ik het volgende ritme al klappen?’, klonk er al door de klas. ‘Juf, mag ik ritme vijf al klappen?’
Helemaal had ik ze te pakken toen ik ritme tien een ‘bonus’ ritme heb genoemd. De lijn was nog leeg, maar ik zou er noten op gaan schrijven. Ik hoorde al geroezemoes door de klas: ‘Bonus?’ Iedereen was nieuwsgierig: wat zou er komen te staan? Ik zei de kinderen dat ze alvast konden bedenken hoe het ritme te klappen, terwijl ik het schreef. Wat er zo bijzonder was aan het ritme? Alle verschillende noten die zij hadden geleerd kwamen voor in dat ene ritmische stukje. Daarmee had ik ervoor gezorgd dat ik ongestoord mijn rug kon keren naar de klas, zonder dat de kinderen gingen praten. Want tja…iedereen was benieuwd naar de ‘bonus’ van de ritmes! En iedereen wilde het ritme ook klappen!
Ik ben in les 4 lang vooral bezig geweest met het ritme onderdeel, maar ik ben dan ook dik tevreden met de vooruitgang die er geboekt is tijdens die les. Wat een verschil met les 3!

Maar in les 4 wilde ik ook een nieuw lied leren: de ‘Hand jive round’. Deze wilde ik de kinderen al aanleren in les 3, maar ik kwam er niet aan toe tijdens die les.
In les 3 herhaalde ik het aangeleerde liedje van de eerste les: ‘Ik ben de blauwbilgorgel’. Ik wilde graag verbetering aanbrengen in het zingen van de melodie. Deze bleek in de eerste les toch soms lastig te zijn. Een goede oplossing leek mij: de melodie zingen op ‘dadada’. Voor- en nazingen, in stappen. In de eerste les ging het voor- en nazingen van twee zinnen achter elkaar niet goed: de eerste zin kreeg toen de melodie van de tweede zin. Maar wat gebeurde er in les 3? Ik zong de melodie op ‘dadada’ voor van de eerste zin en de kinderen zongen op ‘dadada’ de melodie van de volgende zin! Ze begrepen het dus toch wel en de melodie zat wel degelijk in hun hoofd! Ik moest wel even lachen toen, want ik was verbaasd dat de kinderen nu in één klap hadden aangetoond dat zij wel de melodie goed konden zingen. De ‘blauwbilgorgel’ is ook een leuk lied om de kinderen aan te leren: een liedje met meerdere coupletten, een liedje met fantasie en een liedje met een mooie melodie.

In les 4 kwam dus uiteindelijk toch de ‘Hand jive round’. Een Engels liedje en dat is ook goed te doen met kinderen van groep zes. Liedjes met vreemde talen vinden kinderen juist leuk. Een verhaaltje erbij maakt het natuurlijk helemaal leuk! Een leerdoel voor mijzelf was ook dat ik zogenoemde ‘ruismomenten’ wilde voorkomen: de ‘flow’ moet erin blijven! Een verhaaltje vertellen werkt kan ik je vertellen! Kinderen zijn geboeid en raken helemaal bij je verhaal betrokken en daarmee ook bij je les. En dan nog iets…een liedje met bewegingen is natuurlijk helemaal cool! Zeker als zij een handjive leren: een dans die is ontstaan in de jaren zestig! Superinteressant en het is echt een hit in de klas geworden. Na de les klonk het liedje nog door de gangen.

Tot slot wil ik graag nog een moment beschrijven van les 4.
Wat deed de docent? Op een gegeven moment ging ik zachter praten.
Wat deden de leerlingen? Zij luisterden heel aandachtig en stuk voor stuk was iedereen er met zijn/haar gedachten er helemaal bij.
Wat voelde de docent? Ik merkte het allemaal pas op het moment toen ik zachter ging praten. Het ‘zachter praten’ ging onbewust, maar ik werd mij er wel van bewust wat er bij de kinderen gebeurde: ik voelde mijzelf rustiger worden en het gevoel dat ik alle aandacht ECHT had van de kinderen, kreeg ik ook. Ik kreeg langzamerhand alle controle, met weinig moeite.
Wat voelden de kinderen? Zij voelde een bepaalde ‘spanning’, door middel van het ‘zacht praten’ van de docent, werd het allemaal ‘interessanter’. Zij werden ook rustiger.
Wat wilde de docent? Dat de kinderen luisteren naar mijn uitleg.
Wat wilden de kinderen? Door het ‘zacht praten’ van de docent, leek het spannender en interessanter om ernaar te luisteren.

Conclusie? Zacht praten helpt(!) de kinderen meer betrokken te raken bij hetgeen je wilt vertellen. Er ontstaat een bepaalde spanning: kinderen worden nieuwsgierig en gaan juist luisteren, maar worden ook rustiger omdat jij je stem rustiger gebruikt.

zaterdag 22 november 2008

En daar zijn ze weer: de do’s & don’ts!

Het is niet altijd even gemakkelijk kinderen iets aan te leren. Wat zo ‘normaal’ lijkt voor jou als docent(e), kan voor een kind heel moeilijk zijn. Hoe leer je kinderen de juiste cadans te voelen? Voor de muziekdocent(e) is het als vanzelfsprekend met de juiste puls een vierkwartsmaat te klappen, of om zuiver te zingen. Maar nu is het de taak voor de muziekdocent deze kennis over te brengen naar zijn/haar leerlingen. Wat zijn de do’s en don’ts om dit aan te leren? We bespreken achtereenvolgens: de do’s en don’ts voor cadans aanleren en de do’s en don’ts voor zuiver zang.

Cadans
Do’s:
1. Zet als docent(e) je lijf in en gebruik mimiek.
2. Maak het visueel door middel van het bord.
3. Gebruik begeleidingsinstrumenten of een djembé of trommel als basis.
4. Gebruik spraak, bijvoorbeeld kwartnoten, ta; achtste noten, ti en de halve noten to. Of zet het op tekst (steunteksten)!
5. Laat de kinderen de cadans voelen met beweging. Laat de kinderen de ogen dicht doen en de rest van hun lichaam gebruiken. Laat ze eens naar elkaar luisteren: oortjes open!
6. De hartslag van een kind van groep 3 is hoger dan dat van een kind van groep 8. Ritme voelt lekker aan als het dicht bij het ritme van het lichaam zit. Ritmes voor kinderen van groep 3 mogen daarom best sneller. Laat de kinderen maar eens lopen door de klas, dan zie je wat een lekker tempo is voor de kinderen.
7. Leer ze alles aan in kleine stappen.

Don’ts:
1. Meegaan met het tempo als de kinderen versnellen. Kinderen ervaren vaak het plezier van versnellen.
2. Ongeduldig zijn.
3. Maak het niet te ingewikkeld voor de kinderen.
4. Wissel niet snel van soort cadans. Herhaling is juist de kracht!
5. Een nummer in 6/8 zingen, terwijl je daarvoor de cadans hebt geoefend in vierkwartsmaat. Trek de cadans door!


Zuiver zang
Do’s:
1. Zing op de juiste toon het liedje voor. Zó vanzelfsprekend, maar zó belangrijk!
2. Herhaal het voor- en nazingen en wees ook duidelijk in het voor- en nazingen.
3. Let wel met een liedje op de toonhoogte: past het liedje wel in het stemregister van de kinderen?
4. Koppel de zang aan bewegingen. Op die manier wordt er meer gelet op de bewegingen. Als het lichaam juist werkt, gaat de zang automatisch ook beter.
5. Laat de kinderen eens naar elkaar luisteren. Zet ze bijvoorbeeld in een kring en laat ze een toon doorgeven.
6. Neuriën. Laat de kinderen ook eens zacht zingen.
7. Stel eisen en motiveer de kinderen: ‘Zing zo mooi als je kan!’ Laat de kinderen op het puntje van hun stoel zitten en zeg dat ze ‘trots’ moeten zingen.
8. Zing zelf als intro de melodie → gebruik de flow.
9. Maak gebruik van wisselzang, afwisseling van groepjes.
10. Maak gebruik van het spelelement. Spelend leren!

Don’ts:
1. Meteen de tekst geven van het liedje. Laat ze hun oren gebruiken!
2. Alles stilleggen na elke foute noot.
3. Constant herhalen. Na een tijdje is het ook goed om op te houden. Laat de muziek rustig in hun geheugen doordringen.
4. Onduidelijke grafische notatie.
5. Te hard begeleiden.
6. De hele tijd meezingen.

zondag 16 november 2008

Kennen jullie Hiphop…? Stageles 2 29-10-2008

Ritme…dans…en rap! Deze les stond in het teken van deze drie dingen. Veel voor een tweede les? Dat kan wel kloppen, want ik had er mijn handen vol aan!

Lesopzet
Allereerst worden alle tafels aan de zijkant van het lokaal geschoven en worden de stoelen in een kring gezet door de kinderen. Wel zó, dat de kinderen mij en het bord goed kunnen zien. Ik verdeel de kinderen in de kring; jongen, meisje, jongen, meisje. Dit doe ik, om een deel van gerotzooi te voorkomen tussen de kinderen en ze beter kunnen opletten.

Ritme
De les wordt ingeluid met een stukje theorie. Ritmes op het bord tekenen. Uitleg wat een maat is. Binnen een maat zijn een vast aantal tellen van te voren in de regel vastgesteld: ik laat zien dat deze maten iedere keer vier tellen bevatten.
Vragen:
- Wie kan mij vertellen wat een vierkwartsmaat dan inhoudt?
Op het bord: vier diverse ritmes in vierkwartsmaat
Eerste ritme klappen en mee tellen. Totdat iedereen het kan. Iemand uit de klas kiezen die het ritme alleen klapt.
Vervolgens herhalen we dit ook met de drie andere ritmes op het bord. Eerst met zijn allen, dan iemand die het alleen doet.
Wanneer alle vier de ritmes zijn geklapt, volgt er een opdracht.
Vraag:
- Wie kan mij vertellen welk van de vier ritmes ik klap?
Vervolgens klap je één van de vier ritmes voor en de kinderen moeten het juiste ritme kiezen welke je hebt geklapt. Zo leren zij een ritme herkennen dat geklapt wordt.

Dans
Alle stoelen worden opzij geschoven, zodat er een ruimte overblijft waar iedereen kan dansen.
De kinderen gaan in een aantal rijen achter elkaar staan. (bijv. vier rijen met zes kinderen met een klas van 24 kinderen) Dan doe ik de ritmes voor die op het bord stonden, maar dan in dansvorm. Zo voelen de kinderen het ritme en leren ze creatief bezig te zijn met ritme. Ritme is niet alleen ritme, het is een onderdeel van muziek en in dit geval ook de dans.

Als het dansje met de vier ritmes klaar is, dan beginnen we aan de ritmes van de rap. Eerst klappen we op het ritme van ‘We will rock you’, in dansvorm: rechterhand klap op de been, linkerhand klap op de been en derde klap in de handen, enz.
Dan rap ik de tekst van de rap voor in zijn geheel. Dan leer ik ze de tekst aan van de rap in delen; ik rap voor, de kinderen rappen na. Dan doen we de rap in zijn geheel met zijn allen, mét de ‘We will rock you’-beat. Vervolgens zet ik de klas in twee groepen tegenover elkaar en laat ze ‘tegen elkaar zingen’. De groepen krijgen om en om tekst.
Dus bijv. Groep 1: Kennen jullie hiphop? Groep 2: Dat is echt supervet. Groep 3: hippen met een hoofddoek. Enzovoort.

Dan zet ik de klas weer terug in de vorm van rijen, zoals eerder. De achterste rij klapt enkel de kwarten. De rij ervoor klapt de ‘We will rock you’-beat. De rij dáárvoor klapt dezelfde beat, maar dan in spelvorm in tweetallen: twee keer zelf klappen, dan één keer klappen met de persoon tegenover je. De voorste rij rapt de geleerde rap.

Wat ook kan:
Dansjes leren. Bij de eerste twee zinnen: kruislings. Rechtervoet voor, linkervoet eroverheen kruisen, rechtervoet achter, linkervoet achter.
Bij ‘hippen met een hoofddoek, hoppen met een pet’: springen.
‘Met een lekker ritme, en een steady beat’: ‘We will rock you’-beat.
Eén klap op ‘zetten wij de teksten’ en naar voren lopen (twee stappen),
Rechtervoet opzij en wijzen: ‘Zoals je ziet’.

Nu stel ik de vraag:
- Wie denkt, wat de juf kan, kan ik ook! Ik wil de rap solo zingen terwijl de anderen het ritme klappen?
Dan wordt daarbij het ritme van ‘We will rock you’ geklapt.

Rap
Kennen jullie hiphop,
Dat is echt supervet.
Hippen met een hoofddoek.
Hoppen met een pet.
Met een lekker ritme,
En een steady beat,
Zetten wij de teksten,
Zoals je ziet.

Terugblik, reflectie op eigen leerdoelen en verbeterpunten
Tja, als ik zo terugkijk op mijn les is het logisch dat sommige momenten erg druk waren. En ik had ook niet anders verwacht. Het zou een uitdaging voor me zijn en dat werd het ook! Ik heb er veel van geleerd, wat ik zeker in mijn komende lessen zal gebruiken!
Ik ben eerlijk gezegd over deze les iets minder tevreden. Ik moet echt leren orde te houden! Daar wil ik mijn aandacht meer op richten in de volgende lessen. Ellen Bos, de docente die mijn stage begeleidt, heeft gelijk: ik ben een ‘Pietje Precies’. Ik heb mij gestort in een zeer moeilijke les; een energieke les voor kinderen die eigenlijk al ontzettend veel energie in zich hebben! Logisch dat niet alles perfecto zal gaan. Het is mij meerdere malen gelukt om de kinderen stil te krijgen. Maar vervolgens stelde ik op een verkeerde manier een vraag, waar vervolgens de kinderen weer door elkaar gingen kletsen. Mijn doel is om dit soort ja/nee vragen niet meer te stellen. Ik moet in het vervolg echt duidelijker zijn over wat ik wil (vingers zien en geen geroep door de klas). Ook mijn uitleg moet duidelijker. Het bleek, waar ik achteraf wel om gelachen heb, moeilijk te zijn vier rijen te maken van kinderen. Ik weet: dit ligt aan mijn uitleg en daar zal ik dan in het vervolg ook meer aandacht aan besteden. Maar: de dans is gelukt en de kinderen waren enthousiast over de rap! Ik mag in het vervolg ook beter gaan letten op de leerdoelen die ik stel voor de kinderen. Ik had al voor mijn les begon, bedacht dat mijn eerste leerdoel (de kinderen weten wat een vierkwartsmaat is en wat dat inhoudt) niet zo heel erg van belang is. Ze hoeven niet per se te weten wat een vierkwartsmaat is; als ze het maar kunnen klappen. Helaas ben ik mijn derde leerdoel (de kinderen kunnen ook een ritme herkennen en het juiste ritme aanwijzen, wanneer ik één ritme klap en zij de keuze hebben uit twee tot vier verschillende ritmes) vergeten tijdens de les. Dat is zonde, want dit had misschien wel voor wat meer concentratie en rust in de klas kunnen zorgen. Zo’n opdracht geeft denk ik toch wat meer structuur in zo’n les.
Ik ben er wel trots op over hoe het gegaan is, gezien de les waarin ik mij gestort heb toch best moeilijk is.

Tips&Tops van de week
Deze week keek Erzsi met mijn les mee, dus de Tips&Tops lijst bleef natuurlijk niet achterwege;)
TIP! (bij ritme): Leg je pen weg! Dan klinken je eigen klappen veel beter.

TIP! (bij dans):
4 verschillende taken: zorg eerst dat iedereen alles goed kan.
Zet ze in een 4-kant: dan kunnen ze elkaar zien en is het voor jou makkelijker om een centrale plek te vinden waar iedereen je echt kan zien.

TIP!: Maak elk moment onderdeel van de ‘flow’ om ‘ruis-momenten’ te voorkomen.

TIP! van de week: probeer met zo min mogelijk energie, het uiterste eruit te halen bij de kinderen.

TOP!: je bent geduldig en hebt wel een structuur in je hoofd, hoe je het uit wilt leggen.

Mijn eerste gegeven muziekles, groep 6/7 22-10-2008

Nog nooit had ik een muziekles gegeven. Nog nooit had ik überhaupt les gegeven! Wat zouden de kinderen vinden van mijn les? Ik had eerder al kennis met ze gemaakt. Een behoorlijk deel van de klas is enthousiast over muziekles. Hoe zou het gaan? Vrijwel de hele klas heeft nog nooit muziekles gehad in hun leven! Ik kan nog maar met moeite een voorstelling maken wat de kinderen kunnen. En het is toch wel belangrijk om dát te weten, want ik wil de lessen niet te makkelijk maken, maar natuurlijk ook niet te moeilijk.
Met de kennismaking waren de kinderen bezig met gedichten lezen en schrijven, in het kader van het thema van de Kinderboekenweek: poëzie. Zij lazen een gedicht wat mij bekend voorkwam als een liedje: ‘Ik ben de Blauwbilgorgel.’ Dáár wil ik mijn eerste les mee bezig houden! Dat lijkt me leuk! Ritme vind ik belangrijk en ook leuk om mee bezig te zijn. Daarom leek het me ook leuk om de les te beginnen met ritmes klappen. Hierbij eindigde ik ook met een ritme uit het liedje ‘Ik ben de Blauwbilgorgel’. Zonder dat de kinderen het wisten, hadden ze een onderdeel van het liedje geoefend, namelijk een deel van het ritme.
Ik ben de les dus begonnen met ritmes klappen. Het was zo ontzettend leuk om te zien hoe enthousiast de kinderen waren om de ritmes na te klappen! Dit is wel voor herhaling vatbaar denk ik zo!
Vervolgens zijn we gaan zingen. Ik gaf de kinderen een opdracht over de tekst van het liedje. Zo gingen de kinderen gericht luisteren naar de tekst van het lied. Het gaat hierbij om de vraag: ‘Waar gaat het liedje over?’ En door middel van vragen als: ‘Wat was de vader van de Blauwbilgorgel?’, ‘En de moeder?’, ‘Wat lust de Blauwbilgorgel?’ en ‘Wanneer eet hij dat niet? En wat eet hij dan?’, kwamen de kinderen te weten waar het liedje over gaat. Toen ik het eerste couplet zong voor de kinderen na de eerste vraag gesteld te hebben, begonnen de kinderen na afloop spontaan te applaudisseren! Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt en zal het ook nooit vergeten. Maar hadden de kinderen nu wel geluisterd naar de tekst? Jawel hoor, ze waren gedreven in het zoeken naar het juiste antwoord terwijl ik zong. En geheel automatisch wisten de kinderen ook precies waar elk couplet over ging. Daarna klapte ik nog een keer het stukje ritme van de laatste woorden van het couplet en vroeg de kinderen te luisteren waar het stukje ritme voorkwam. Dit antwoordden ze direct goed.
Natuurlijk ging ik de kinderen ook het liedje in stappen aanleren. Het nazingen van de melodie ging in stappen goed. Maar met langere stukken hadden ze toch moeite het te onthouden. Toch bleef ik doorgaan met ze en als afsluiting van de dag zongen we tezamen het hele liedje: ‘Ik ben de Blauwbilgorgel’. Weliswaar niet geheel zuiver, maar daar wil ik een andere keer aan werken.

Leerdoelen
Deze les had ik voor de kinderen twee leerdoelen gesteld:
- De kinderen kunnen ritmes naklappen en toepassen in het nummer dat ze leren.
- De kinderen kunnen gericht luisteren naar de tekst van een lied.
Door middel van vragen stellen is het me daadwerkelijk gelukt om deze leerdoelen te bewerkstelligen. De kinderen hebben mijn vragen juist beantwoord en bewezen daarmee dat zij in staat zijn gericht te luisteren naar de tekst van een lied. Ze weten waar de tekst over gaat. En het ritme naklappen deden ze ook zeer goed. De kinderen hadden er lol in en luisterden geconcentreerd naar wat ik deed. Ze waren gedreven om het goed te doen.

Tips&Tops van de week
TIP!: Gebruik geen vragen met als antwoord ja/nee… Bijv. ‘Zal ik...?’ of ‘Heeft iedereen…?’ Maak gebruik van vragen als: ‘Wie weet…?’ of ‘Wie kan mij vertellen…’ Hiermee voorkom je dat kinderen door elkaar ja/nee roepen (of een één of ander verhaal). Eis dat ze hun vinger opsteken en anders niet reageren.

TOP!: De kinderen werden in de stemming gebracht door het klappen en raakten tegelijkertijd ook een beetje energie en het onwennige gevoel kwijt. (het is natuurlijk voor de kinderen heel nieuw muziekles te krijgen, laat staan van een nieuwe juf!)

zaterdag 8 november 2008

Dé 5 do's en don'ts voor de perfecte docent(e)?

Iedereen heeft zo zijn/haar eigen ideeën en voorbeelden van de perfecte docent. Het punt is: niet iedereen is perfect. Waarschijnlijk had je op de basisschool wel een superlieve juf, maar kon zij absoluut niet de kennis van rekenen overbrengen op jou. Of misschien had je wel een strenge meester, maar ondertussen kon hij jou wel alles duidelijk maken over grammatica en spelling. Misschien had je wel een leraar die geen orde kon houden. Kortom: elke docent(e) heeft zo zijn/haar sterke en zwakke kanten. Iedereen heeft ook zo zijn/haar eigen ideeën over welke eigenschappen of kwaliteiten een ‘perfecte’ docent moet beschikken. Wat zijn de 5 do’s en don’ts voor een docent? Vanuit een grote keuze van do’s en don’ts heb ik mijn lijstje van do’s en don’ts samengesteld.

5 do’s:
1. Consequent zijn.
2. Enthousiast je vak geven aan de leerlingen.
3. Een compliment geven als leerlingen iets goed doen.
4. Duidelijk zijn in instructie en uitleg, wees niet te vaag.
5. Let op je vraagstelling! Vermijd ja/nee vragen of vragen waarbij elk kind gelijk zijn/haar antwoord in een heel verhaal wil gaan vertellen. Begin liever een vraag met ‘Wie kan mij vertellen…?’ of ‘Wie weet…’. Kinderen steken hun vingers op bij deze vragen. De orde blijft hier beter door behouden.

5 don’ts:
1. Stel je leerdoel niet te hoog op.
2. De lesstof voorlezen! Zo verschrikkelijk, dat kunnen de leerlingen zelf ook wel.
3. Ongeduldig zijn.
4. Geïrriteerd of boos zijn als leerlingen iets niet goed doen, of iets niet snappen. Herhaling is de kracht! Leg het gerust nog een keer uit.
5. Niet luisteren naar leerlingen. Geef leerlingen ook eens de kans op een beetje inbreng. Niet denken dat jij als docent(e) altijd gelijk hebt.

Ik zou zeggen: doe er je voordeel mee! Breid je persoonlijke lijstje van do’s en don’ts uit en wordt de docent(e) die JIJ wilt zijn!

zondag 19 oktober 2008

Leven = niet zonder muziek

Wanneer iemand tegen mij zegt: ‘Ik houd niet van muziek,’ stel ik vervolgens de vraag: ‘Houd je werkelijk van geen enkele soort muziek?’ Vaak vertellen ze dan wel dat ze toch wel van muziek houden, namelijk van een bepaalde ‘stijl’ muziek. Maar muziek is muziek! Muziek wordt gebruikt in tijden van angst, verdriet, maar ook in tijden waarin je je helemaal super voelt! Muziek verwerkt emoties.
Muziekles is, mede daarom, een belangrijk vak op de basisschool. Het is goed voor de sociale ontwikkeling van uw kind. Muziekles zorgt voor samenhang in de groep. Het is collectief op een creatieve manier bezig zijn. Muziek geeft de vrijheid op een creatieve manier bezig te zijn tussen de lessen door. Het is even iets anders dan rekenen, taal, aardrijkskunde of geschiedenis; vakken die moeilijk worden gevonden. Ik geloof erin dat iedereen muziek kan maken. De een is misschien iets beter in zingen dan de ander, maar de ander is weer goed met een instrument. Met muziek ontwikkelen de kinderen zich en verbeteren ze zich in iets dat al in ze schuilt. Muziek schuilt in iedereen.
Ik vind het heerlijk om met kinderen iets moois op te zetten, muziek maken. Ik vind het heerlijk de kennis over te brengen die ooit op mij is overgebracht. Als docent is het mijn taak dat de kinderen zichzelf zijn en vrij zijn om zich te uiten in muziek. De lol erin hebben. Het gevoel te creëren dat ze zichzelf via muziek kunnen uiten.
Muziek…je kunt er niet omheen. Het bevindt zich overal en nergens.
Leven = niet zonder muziek.