maandag 1 juni 2009

Is het om de kunde…of om de kick?

Met muziekonderwijs kun je drie kanten uit. Je kan er een kick van krijgen, veel aan de weet komen of muziek maken. Maar welk van de drie maakt de muziekles tot de ideale muziekles? Hierover waren vooral aan het begin van het muziekonderwijs de meningen zeer verdeeld. We nemen eerst een kijkje in de geschiedenis van het muziekonderwijs.

Het begon allemaal met twee Nederlandse muziekpedagogen: Willem Gehrels 1885-1971 en Ad Heerkens 1913-1985. Willem Gehrels deed baanbrekend werk op het gebied van de muzikale vorming van kinderen. Zijn Methode Gehrels was een van de eerste complete didactische zangmethodes voor het onderwijs, uitgaand van zingen van volksliederen en strevend naar een algemeen muzikale vorming van het kind. In 1928 ontstond het eerste plan om te komen tot een volksmuziekschool. Gehrels wendde zich in 1929 met zijn ideeën tot de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst en het Nederlandsch Muziekpaedagogisch Verbond. In 1931 werd de Stichting Volksmuziekschool opgericht. In 1932 werd begonnen met Algemeen Vormend Muziekonderwijs buiten schooltijd aan 175 leerlingen uit vierde klassen van de lagere scholen. In 1934 werd tevens begonnen met instrumentaal onderwijs naast het verplichte algemeen vormend muziekonderwijs.[1] Het doel van Willem Gehrels was kinderen van minder vermogende ouders de gelegenheid te bieden muziekles te volgen. Muzieklessen moesten, ongeacht rang of stand, bereikbaar zijn voor ieder kind. De belangrijkste pedagogische stelling van Gehrels was dat het kind allereerst moet leren beleven wat muziek is. Dit niet individueel door middel van instrumentaal onderricht, maar in groepsverband, met zingen als uitgangspunt.[2] Ad Heerkens, een generatie later, kwam tot de doelstelling dat bij dat ‘muziekonderwijs voor iedereen’, de wereld van het kind uitgangspunt moest zijn. Heerkens en Gehrels hielden zich allebei bezig met de kennis van muziek. Daar begint echter het verschil tussen beide visies. Bij Gehrels ging het om de kennis van de historie der klassieke muziek, bij Heerkens om de kennis van het muzikaal-maatschappelijk engagement oftewel muziek in samenhang met de maatschappij. Qua uitgangspunt liggen de visies van de twee muziekpedagogen in elkaars verlengde. Er is echter een groot verschil tussen de twee: bij Gehrels gaat het om kunde en bij Heerkens gaat het om de kick.

Voor 1971 werd er geen adequaat muziekonderwijs gegeven, waardoor studenten en uiteindelijk afgestudeerden van de PABO een muzikale achterstand kregen. Hierdoor was het onmogelijk goed muziekonderwijs te leveren aan leerlingen op de basisschool. In 1971 kwam daar verandering in door muziekonderwijskundige vernieuwingen als; muziek als eindexamenvak, grafische notatie, emancipatie van de popmuziek, muziek als maatschappelijk verschijnsel en transformatie van muziek naar andere vormen van expressie. Job ter Steege omschrijft in zijn artikel de jaren ’70 als de magische jaren voor het muziekonderwijs. Het bracht weliswaar verbetering in het voortgezet onderwijs, maar in het basisonderwijs bleef de situatie beroerd. In de jaren ’80 en ’90 deden er zich een aantal ontwikkelingen voor waardoor de toekomstige PABO student betere handvaten kreeg om muziekonderwijs te geven. Hoewel de PABO student eigenlijk te weinig lesuren heeft om zich klaar te stomen voor het muziekonderwijs, gaat de kwaliteit en de onderwijskundige effectiviteit vooruit.[3]

Het muziekonderwijs is op de gemiddelde basisschool nog niet optimaal. Sterker nog, op sommige scholen wordt het vak niet gegeven. De kennis, de kunde en ook de kick daarom schiet te kort bij de docenten die van de PABO afkomen. Omdat zij het vak niet goed genoeg beheersen, laten ze het maar voor wat het is of laten ze het vak zelfs schieten. Nu komt er een nieuwe vraag naar voren: zou muziek in het basisonderwijs verplicht moeten worden? Ik stem daarbij in met het uitgangspunt van Gehrels: ieder kind heeft recht op muziekscholing. Als zij geen muziekles krijgen op de basisschool, zijn ze ook niet klaargestoomd voor muziekles in het voortgezet onderwijs. Voor de muziekdocent daar is er nauwelijks beginnen meer aan. Bovendien heeft elk kind recht op het ervaren van de kunde, kennis EN de kick van muziek! Het behoort bij hun algemene en creatieve ontwikkeling. Neem die kinderen die prikkels voor hun fantasie niet af.

Nu komen weer terug bij de twist: wat is belangrijker in het muziekonderwijs? Kunde of kick? Naar mijn mening is de één niet beter dan de ander, maar vullen die twee elkaar juist aan. De kick van de muziek maakt de kunde, doen wat je kan en begrijpen wat je hoort, leuk. Maar andersom zorgt de kunde van muziek ervoor, dat je er een kick van krijgt. De kennis van muziek maakt het gehele plaatje compleet; daar waren Gehrels en Heerkens het ook over eens. Aan de hand van mijn eigen ervaring van mijn laatst gegeven les zal ik uitleggen waarom juist een combinatie van kunde, kennis EN kick nodig is voor de ideale muziekles.
Een lesonderwerp moet aandacht trekken (en vasthouden). Dat kan doordat de stof relevant is voor de leerling (kennis). Zijn zelfvertrouwen versterkt als het een en ander toegepast kan worden (kunde). De gelegenheid om toe te passen is onontbeerlijk, want daar haalt de leerling de kick uit. Tijdens mijn les wilde ik de vorm van het nummer ‘Let me entertain you’ behandelen. Het nummer vinden ze leuk, wat ervoor zorgt dat ik de aandacht heb. Als docent kun je aangeven wat de lol van de opbouw van een muziekstuk is (herkenbaarheid) en dat dat voor elk nummer geldt; dus ook voor dit toffe lied. Dit houdt de aandacht vast. Dit onderdeel sloeg ik over tijdens mijn les en dat is zonde. Juist dát maakt namelijk de boel relevant voor ze. Later in de les gingen we het nummer zingen. Ik maakte daarbij gebruik van de vorm: ‘Jongens, we beginnen bij A en gaan door tot en met B. Daarna springen we over naar D’. En daar greep ik weer de aandacht. Ineens werd er begrepen waarom ze de opbouw van dit lied hadden uitgezocht. Hetgeen dat de leerlingen zojuist hadden geleerd, begrepen zij (kennis) en pasten zij toe (kunde). Dit gaf een kick!

We zien dat het eigenlijk niet te vermijden valt dat kennis, kunde EN kick elkaar aanvullen. Deze drie hebben elkaar nodig om een goede muziekles te geven. Wanneer één van de drie wegvalt, valt de aandacht voor het geheel ook weg. Zonder de één, kan de ander nauwelijks of niet (gemakkelijk) voortgezet worden. Kortom: kunde, kennis EN kick maakt de muziekles tot de ideale muziekles!

(1052 woorden)

[1] http://www.gehrelsmuziekeducatie.nl/willemgehrels.htm
[2] http://www.gehrelsmuziekeducatie.nl/willemgehrels.htm
[3] artikel reader: Cool, Kick, kennis en kunde; Job ter Steege

Geen opmerkingen: