dinsdag 15 juni 2010

Instrumenten uitdelen een chaos? Nu niet meer!: reflectie volgens STARR-model

Situatie: De instrumenten voor het sfeerlied ‘Woestijnlied’ moesten worden uitgedeeld. Alle kinderen werden al wat drukker en enthousiaster bij het zien van de instrumenten; iedereen wil wel iets spelen. Dit kan echter niet, omdat sommige leerlingen in diezelfde scène die erop volgt, moeten gaan spelen.

Ik heb voor deze situatie gekozen, omdat ik ter plekke een idee bedacht: een manier om de instrumenten uit te delen waarbij de kinderen rustig zullen blijven en niet roepen om een instrument. Ik had een sturende rol in deze taak: wie krijgt de instrumenten en hoe worden die instrumenten verdeeld en uitgedeeld?

Taak: Ik wil de instrumenten uitdelen, zonder dat er een chaos ontstaat van kinderen die roepen om een instrument. Alleen kinderen die niet in de scène van de woestijn spelen, kunnen een instrument krijgen.

Actie: Ik besloot om de tafel met de instrumenten in het midden te plaatsen van de ruimte, voor de kinderen. Ik legde uit dat ik een instrument zou pakken en dat als ik een leerling aankeek, hij/zij zijn/haar instrument zou mogen halen. Ik begon met het minst geliefde instrument en bouwde het zo op naar het meest geliefde instrument. De reden dat ik dit zo deed, was dat de leerlingen geconcentreerd naar mij keken en rustig bleven (hooguit een vinger opstaken zodat ik kon zien, wie nog een instrument kon krijgen).

Resultaat: De leerlingen bleven rustig! Ze letten natuurlijk heel goed op of ik hun aankijk en of zij hun instrument mogen ophalen. Zo werd het uitdelen van instrumenten een gestructureerde handeling.

Reflectie: Ik ben zeker tevreden met het resultaat! Het werkt goed! Hier en daar hoor ik nog wat schudeitjes (maar dat gebeurt eigenlijk overal, die eitjes roepen vaak gewoon ‘schud mij!’). Ook daar vroeg ik om stilte. Ik zou deze manier van instrumenten uitdelen zeker nog een keer doen. Ik zou het nog niet weten, maar misschien is een dergelijke actie wel uitvoerbaar voor een andere taak?

dinsdag 8 juni 2010

Reflectie volgens STARR: cameraprobleem

Situatie: We zijn in een grote zaal, waar uiteindelijk opgetreden zal worden. Alle leerlingen zitten aan de kant als publiek. Enkele leerlingen spelen een scène uit de musical. Zij staan iets meer naar het midden van de zaal, met hun gezicht gericht naar de leerlingen die kijken. Enkele leerlingen staan dicht bij de camera die op een statief staat en willen door de camera heen kijken.

Taak: Mijn taak is begeleidend. Ik begeleid de leerlingen in het spelen van de musical. Het is belangrijk dat alles vloeiend verloopt. Ik volg de tekst mee, zodat ik eventueel waar nodig kan souffleren. Ook moet ik letten op de camera, af en toe kijkend of alles op film komt te staan.

Actie: Ik was even ergens mee bezig (uitleg, met de spelers uit de scène), toen ik wat leerlingen dichtbij de camera zag staan, kijkend door de camera. Ik vroeg of zij daar even vandaan wilde gaan. Niet iedereen deed wat er gevraagd werd, het statief viel om en werd net op tijd opgevangen door mij en een leerling. Waarop ik enigszins geïrriteerd nogmaals vroeg of nu iedereen echt weg wilde gaan uit de buurt van de camera. Dat deden ze.

Resultaat: Eerder stonden de leerlingen om de camera heen. Ze luisterden niet naar wat ik vroeg, tot er precies gebeurde waar ik bang voor was. Vervolgens deden de leerlingen precies wat ik zei.

Reflectie: Ik denk dat de leerlingen zo gefascineerd waren door de camera, dat zij geen rekening hielden met wat er kon gebeuren. Toen de camera bijna omviel, schrokken zij. Ik vroeg vervolgens of zij niet meer om de camera wilden staan. Nu zij inzagen wat voor gevolgen het kon hebben, luisterden zij direct. Ik had beter eerder duidelijk moeten vertellen dat ik geen leerlingen in de buurt van de camera wilde en waarom. De ‘waarom’ was hier het belangrijkste geweest. Ook was ik bezig met teveel acties. Misschien had Marijn beter even kunnen filmen, i.p.v. dat ik op dat moment drie acties tegelijk deed. De volgende les val ik weer even terug op wat er gebeurd is en vraag ik nogmaals duidelijk of de leerlingen uit de buurt willen blijven van de camera. Ik trek een duidelijke grens tot waar zij mogen komen.

Sowieso is het natuurlijk voor de leerlingen zeer interessant dat zo’n camera er staat. Sommige leerlingen raken er door afgeleid. Hoe kan ik er voor zorgen dat dit niet storend is voor mijn les?