maandag 2 maart 2009

Mijn Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP)

Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP)
Hoofdvak Docent Muziek


Stap 1.
Waar sta je op dit moment?/Wat kan ik al? (sterkte/zwakte-analyse)

- Waar ben je goed in?
Ik merk dat ik geen enkele moeite heb met ‘het voor de klas staan’. Ik ben niet zenuwachtig om voor een groep te staan, of dat nu 5 of 24 kinderen zijn. Ik vind het erg leuk om lessen te maken en om het vervolgens ook te geven aan de kinderen. Mijn enthousiasme is mijn kracht, die ik over aan de kinderen geef. Mijn lessen variëren en dat houdt denk ik de kinderen ook veelal bezig.
Ik ben goed in het (zelf)reflecteren. Mijn ‘zwakke punten’ zie ik niet als zwakke punten, maar als ‘punten waar ik aan ga werken om te verbeteren’. Ik ben in staat een duidelijke en overzichtelijke blik te werpen op mijn gegeven lessen.

- Wat kun je nog verbeteren?
Ruismomenten. Deze moet ik zien te voorkomen. Dit komt onder andere door mijn manier van vragen stellen, maar ook doordat mijn instructies niet duidelijk genoeg zijn.
Ik wil graag mijn instructies zo duidelijk maken, dat de kinderen het begrijpen en gemotiveerd blijven in de les om door te gaan. De vraag die ik mij continu moet stellen: kom ik duidelijk over op de kinderen? Is mijn opdracht duidelijk geformuleerd?
Ook moet ik leren kijken naar de leerlingen die het wat moeilijker hebben. Dit is lastig, want welke leerlingen vinden het nu moeilijk en welke niet? Dit ligt per onderdeel anders. Ik hoop hier in mijn komende stage meer aandacht aan te kunnen schenken.

Stap 2.
Wat wil je bereiken?/Wat wil ik nog meer/beter kunnen? (persoonlijke leerdoelen)

- Wat zijn je ambities?
Ik wil een geschikte muziekdocente worden, passend in het competentieprofiel.
Mijn lessen wil ik zo gevarieerd mogelijk maken, waarbij de leerlingen volcontinu bezig zijn met muziek en ook de intentie hebben muziek te maken. Ik zou graag zien dat de leerlingen uitkijken naar mijn muzieklessen: muziek maken! Ik wil een muziekdocent zijn die de motivatie en het enthousiasme bij de kinderen erin kan blijven houden en toch de leerdoelen voor de leerlingen kan waarborgen.

- Waar wil je beter in worden?
Ik heb geleerd dat de sfeer van een klas bepalend kan zijn of je iets uit je lesvoorbereiding kan voltooien of niet. De kinderen werden steeds drukker naarmate Sinterklaas en vooral de kerstvakantie naderden. Ook namen zij minder snel iets tot hun op, maar wilden wel een hoger lestempo. Ze moesten met iets bezig zijn. Hierdoor heb ik veel geleerd om mijn ‘flow’ in mijn lessen te houden. Ik wil beter worden in de sfeer bepalen. Dit is lastig omdat je dit van tevoren niet weet, maar hoe moet je handelen? Wanneer weet je wanneer het lestempo omhoog moet en wanneer omlaag? Dit verschilt vaak per kind en daarom maakt dat het lastig.
Ik wil dat mijn lessen zo vloeiend mogelijk verlopen. De ‘flow’ moet erin zitten: geen ‘ruismomenten’. Ik wil zonder al te veel energie lekker door kunnen gaan met mijn les en de door mij opgestelde leerdoelen waarborgen. Daarbij moet ik natuurlijk ook letten op het stellen van mijn leerdoelen: is het realistisch deze leerdoelen te waarborgen?

- Wat wil je leren/kunnen/kennen?
Bij het vorige onderdeel heb ik omschreven waarin ik beter wil worden. Dat wil ik dan ook zoveel mogelijk nastreven om dit te leren/kunnen/kennen. Ik wil technieken leren om zonder al te veel moeite/energie toch het uiterste eruit te halen! Ik wil duidelijk zijn tegenover de leerlingen. Ik wil weten hoe ik in bepaalde situaties het beste kan optreden in een klas. De sfeer is erg bepalend voor de les. Bovendien wil ik dingen leren als het opstellen van een groep leerlingen bij een bepaalde opdracht. Dit soort dingen kunnen echter gewoonweg bereikt worden door gewoonweg uit te proberen. Ervaring opdoen!

Stap 3.
Hoe kom je daar?/Wat heb ik daarvoor nodig? (aanpak en middelen)

Mijn motto blijft: ervaring is de sleutel!
- Ik maak op tijd vóór mijn lessen mijn lesvoorbereidingen. Ik zal daarbij moeten kijken naar het niveau van de kinderen, maar ook naar de duur van de les, variatie, leerdoelen, leermiddelen, etc.
- Na iedere les maak ik een reflectie met mijn stagebegeleider. Door middel van die reflectie en tips, zie ik wat ik kan verbeteren en probeer ik de kwaliteit te verhogen van de lessen die ik geef.
- Tijdens mijn volgende stage hoop ik een kijkje te kunnen nemen bij een andere leerling. Zo hoop ik wat mee te kunnen pikken van de ervaring van de ander. Je raakt nooit uitgeleerd zeg ik maar.
- Doen, denken en doen!

Geen opmerkingen: