De reis was weer spannend hoor naar onze stageplek. De buschauffeur zou wel aangeven wanneer we bij het Oosterlicht college aankwamen. Heel fijn was dat hij bij elke halte stopte, maar bij de halte van het Oosterlicht College er voorbij reed! ‘Huh? Dat was onze halte!’ ‘Maar hij zou toch stoppen?’ Tja…niet dus. Bij de volgende halte zijn we uitgestapt en lopend naar de school gegaan.
Gwen was ondanks dat ze ziek was, toch voor ons naar school gekomen. We konden kennis maken met haar expressieklas, waar we les aan gaan geven. Aan de hand van de observatieopdrachten van vorig jaar hebben we de les geobserveerd. De les begon met de uitleg van de notenbalk en de g-sleutel (waarom heet die zo?). ‘Er zijn verschillende soorten noten: lange, korte en hoge, lage.’ Eerst behandelde ze de lengte van de noten. Het open bolletje noemen we een hele noot = 4 tellen. Met de uitleg van de vierkwartsmaat speelt Gwen op het keyboard een G. Vraag: hoe vaak speel ik een g? Antwoord: 1 keer. Gwen: ja, want een hele noot duurt vier tellen. Van de hele noot gaan we over naar ‘het open bolletje met een stokje’: de halve noot = 2 tellen.
Een open vraag werd hier ook weer gesteld: Hoeveel halve noten kan ik in één maat zetten? Ook hier laat ze dit horen aan de hand van het keyboard. Ook de kwartnoten en de achtste noten worden behandeld. Gwen weet dit allemaal heel duidelijk uit te leggen zonder gebruik van moeilijke woorden. Op het bord schrijft ze daarna een voorbeeld met het gebruik van kwartnoten EN achtste noten. Ze geeft opdrachten aan leerlingen om die te klappen. Ook klappen ze het voorbeeld een keer klassikaal.
Gwen wisselt de momenten goed af: momenten van uitleg, zelfstandig oefenen, klassikaal. Na de uitleg dat de hoogte van de noten ook kan verschillen, in het speelstuk c-d-e, deelt Gwen de klas in tweetallen in en wijst ze hen ook duidelijk hun plaatsen aan. De leerlingen weten waar ze aan toe zijn en gaan aan de slag. Hierbij liepen Mirjam en ik ook door de klas voor begeleiding. Net als in haar vorige lessen laten de leerlingen na 10 minuten horen wat ze kunnen. Gwen speelt de begeleiding met een aantal leerlingen mee. Vervolgens krijgen de leerlingen weer 10 minuten om zelfstandig te oefenen. Aan het eind van de les konden ze laten horen hoe ver ze waren. Iedere leerling kon minimaal de eerste twee regels spelen! Dat was ook het doel van Gwen.
Ik vond het wel moeilijk om op zoveel dingen tegelijk te letten aan de hand van de observatie opdracht. Ik had ook een opdracht voor mijzelf gemaakt voor pedagogiek om te letten op het gebruik van open en gesloten vragen door Gwen. Dat is mij hier en daar wel gelukt, maar er is zoveel om te observeren. 20 dingen tegelijk!
Op school met reflectie kregen we een opdracht om te bespreken in groepjes. Wat was je beste topmoment? Wat was je grootste dipmoment? Welke leerlingvraag is je het meest opgevallen? Het was moeilijk te bedenken omdat ik begeleid heb en niet een hele les heb gegeven. Maar begeleiden is en blijft natuurlijk ook altijd lesgeven niet te vergeten!
Beste topmoment: Een leerling vroeg mij om hulp. De eerste regel kon zij spelen, maar de tweede regel lukte niet. Ik zag dat zij de laatste maat van de tweede regel precies hetzelfde speelde als de eerste regel. Ik ontdekte dat zij op haar gehoor werkte en de link tussen het bladmuziek en het keyboard niet legde. Ik behandelde met haar de tweede regel stap voor stap. Wat voor noot is dit? Antwoord: een E. En deze? Antwoord: een D. En zo werkte ik de hele regel met haar door. Ze las de noten op. En dat moest ze gaan spelen. Voilà! Het lukte! Ze snapte het en kon alleen verder gaan.
Grootste dipmoment: Een andere leerling begreep de uitleg niet. Ik moest het op een andere manier uitleggen. Ik dacht bij mijzelf dat ik het te moeilijk uitlegde. Hoe zou ik het voor elkaar krijgen dat deze leerling mij begreep?
Meest opvallende leerlingvraag: Kunt u mij helpen? Yes! Ik voelde erkenning dat ik een docent was. Ik was nodig! Dat voelde goed.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten