donderdag 28 oktober 2010

Fuga’s en motten; Let it be. 28-10-2010

Vandaag begon ik met 5HV de les over Fuga’s. Wat is een Fuga? Hoe zit dat met al die regeltjes en structuur? Ik probeerde het uit te leggen aan een hand van een verhaaltje: er speelt zich een soap af. Je hebt een rol die aankomt met de dux. Vervolgens komt er een tegenstander die de dux herhaalt, maar dan in de dominant. De stem die eerst de dux zong, gaat er gelijk tegenin met een contrasubject. In de klas rijzen die vingers alweer omhoog, is de comes ook een thema? Sommige termen hebben ze voorbij zien komen, maar een groot deel blijkt nog vrij nieuw. Na een lang verhaal met uitleg aan de hand van een voorbeeld uit ons bekende Atlas-boekje, begrepen de leerlingen het ongeveer. Er worden veel vragen gesteld over de tussenspelen en divertimento’s. Wanneer heet het nou een tussenspel en wanneer een divertimento? Dit soort vragen had ik niet zien aankomen. Ik heb lang gedaan over deze uitleg; bijna een hele les (een volle les duurt hier 50 minuten). De volgende keer wil ik dat dit max. 20 minuten kost. Maar hoe doe ik dat? Heeft er iemand tips voor mij? Deze vraag hebben we al meerdere malen gesteld bij de Contrapunt/Harmonielessen, maar ik stel de vraag toch nog een keer.

Ik denk dat mijn verhaal wel helpt, maar ze missen eigenlijk nog een opstap. Eigenlijk is het de bedoeling dat mijn eerste lessen bedoeld zijn voor observatie. Mijn stagementor zet mij gelijk voor de klas! (voorbereid of niet; dat kon je in mijn artikel gisteren ook lezen) En dat vind ik niet erg, ik leer er veel van! Hij vertelde mij van de week dat de leerlingen al bezig waren met de Fuga, maar als ik terugkijk op de blikken en de reacties in mijn les van vanochtend, betwijfel ik het of het ECHT een herhaling was. Het meeste was nog allemaal nieuw, terwijl ik dacht dat termen als thema, dux en comes al bekend zouden zijn.

Wellicht zou mijn verhaal beter helpen als ze deze termen al beter kennen. Over twee weken (volgende week is alweer testweek) geef ik ze een handout mee over de Fuga, zodat ze het thuis nog een keer door kunnen lezen. Daarnaast ga ik een fuga met ze analyseren, om het echt helemaal te begrijpen.

Het laatste deel van de les ging klas 5HV een koorstuk zingen: ‘Je ne lose dire’; een Renaissancestuk van Pierre Certon. De klas leert uit elke stijlperiode 1 koorstuk. Zoals ik het heb begrepen gaan ze deze koorstukken uitvoeren voor publiek dit schooljaar. Bij dit lesonderdeel vroeg ik toch aan mijn stagementor hoe zij te werk gingen. Ik vond het belangrijk te weten hoe de leerlingen gewend waren te staan en te zingen. ‘Gewoon, net als bij ieder koor. Bij elkaar.’ Het leek me een beetje lastig (de tafels vallen niet te verschuiven, er zitten keyboards in de tafels) Maar er ontstonden groepjes dichtbij de piano, sommigen stonden een beetje tussen de tafels door. Ik had het lied wel ingestudeerd, zodat ik als ik voor de groep zou staan (wat ik ook moest doen), de les kon overnemen. Het voelde best wel vreemd, koorles in een klaslokaal midden in een muziekles. Ik was het niet gewend! We konden het lied maar een paar keer doorzingen, want de les was alweer bijna voorbij.

Ik stond wat onzeker voor dit koortje, omdat ik het niet gewend was denk ik. Ik had er nooit over nagedacht om een vierstemmig koor te begeleiden in een muziekles en er als een dirigent te staan. Wel heel leuk! Het verbreed weer mijn beeld wat ik heb over een muziekles. (weer wat geleerd)

Verder heb ik vandaag een leuke ‘Twee Motten’-les gegeven aan een eersteklas. Dit is een beetje een rommelige, drukke klas. Het mooie is dat er een map is die ik er steeds bij pak, waarin alle namen staan op een plattegrond. Ik kan mooi een leerling bij de naam noemen en ergens op aanspreken, waarop de hele klas verbaasd was. ‘Wooooow, hoe weet u mijn naam?’ Haha, daar had ik hem even tuk! Na het zingen (de leerlingen vonden het een zeer leuk nummer en dat kon je aan ze horen) zijn we verder gegaan met spelen (keyboards), zoals de andere eersteklassers deze week. Ik ben hierbij nog nooit zo strict, duidelijk en consequent geweest! De leerlingen moeten verschillende liedjes spelen en laten horen bij de docent op de piano. Doen ze dit goed, dan krijgen ze een paraaf bij het lied op de lijst. Eerder in de week bij mijn stagementor zag ik dat er een hele rij van leerlingen ontstond bij de piano. Dat vond ik zo chaotisch! Dan kan ik me echt niet concentreren. Daarom zei ik, voordat de leerlingen aan de slag gingen, dat ik maximaal drie leerlingen in een rij bij de piano wil hebben staan.

Het werden het er meer (had ik verwacht). Ik sprak de leerlingen hier op aan en ze liepen terug. Vervolgens gebeurde het weer en het werd rumoerig. Toen zei ik: ‘Ik vind dat het hier veel te rumoerig wordt. Ik was toch duidelijk wat betreft het aantal leerlingen bij de piano? Ik vind het goed dat jullie er nu zo staan (aantal was 5/6 leerlingen), maar ik wil er echt niet meer. Dit mag ALLEEN…’ Een leerling maakte de zin al af: ‘Als wij stil zijn’. ‘Precies,’ zei ik: ‘Als jullie rustig en stil zijn mogen jullie hier blijven staan, maar als het weer te rumoerig wordt, moet ik jullie toch echt terugsturen naar jullie plek. Het ligt dus geheel aan jullie.’ Na dit verhaal heb ik helemaal geen last meer gehad!!! Ik ben trots op mezelf! Bij de voorgaande stages durfde ik echt niet zo te praten tegen leerlingen, want ik was ‘maar een stagiaire’. Met dit verhaal maak ik duidelijk dat ik mij nu echt een docent voel!

Over duidelijkheid en consequent zijn gesproken; bij mijn laatste les heb ik hier veel over geleerd. Deze laatste tweedeklas is echt een drukke klas. Ik ben veel ingegaan op het gedrag van leerlingen; houding, praten, etc. Mijn stagementor zei op een gegeven moment: ‘Dit is niet de eerste keer. Ik heb vaker een preek gehouden in deze klas.’ Hij heeft ook dit keer een preek gehouden, met als bedoeling dat dit de laatste preek zou zijn. Terwijl hij dit deed bleven een paar leerlingen lachen en hij stuurde hen er ook uit. ‘Dat heeft een klas soms nodig,’ zei hij na de les. Ik begin aan te voelen waar de grenzen liggen voor mij, wanneer ik iemand er uit stuur. Tot nu toe heb ik dat nooit gedaan. Dit, omdat ik eigenlijk de grenzen niet echt wist te leggen EN omdat ik mij nog niet echt ‘docent’ voelde. Ik heb nu het gevoel dat ik, als er in het gevolg iemand te ver gaat, dat ik hem/haar eruit kan sturen. Nu klinkt het bijna dat ik er graag iemand wil uit sturen, gewoon om ‘iemand er uit te sturen’. Maar dat is niet zo. Ik doe het niet graag. Maar als ik het ga doen voor de eerste keer op een moment dat dat ook gewoon moet; dan heb ik mijn doel bereikt. Dan kan ik eindelijk echt grenzen leggen en de orde houden in de muziekles!

woensdag 27 oktober 2010

Het is weer blogtijd! Tijd voor reflectie 27-10-2010

Allereerst begin ik met een vraag waar ik deze blog mee eindig (voor de mensen die geen zin hebben om dit hele artikel te lezen): Heb je tips om leerlingen te helpen met melodisch dictee? Graag reacties! Ik wil deze leerlingen graag helpen!

Vandaag ging het veel beter in vergelijking met de kennismakingslessen gisteren. Ik reageerde veel directer op wat ik hoorde en dat hielp: de grenzen worden duidelijk voor de leerlingen. Ik ben bij het aanleren van het lied Twee Motten meer achter de kwaliteit aangegaan wat zang betreft. Dit met behulp van voor- en nazingen. Ik heb de coupletten en refreinen daarvoor in kleinere stukken gedeeld. Soms ging het goed, af en toe ging het lastig: het voor- en nazingen liep niet vloeiend in elkaar over. Dit probleem had ik gister ook; ik probeer het te verhelpen door de pianopartij mee te spelen. Dit gaat op sommige plekken wel goed. In het vervolg moet ik hier beter rekening mee houden en thuis eerst uitproberen: is het mogelijk met voor- en nazingen in een vloeiende lijn de puls door te blijven voelen, zodat de leerlingen goed invallen?

Al met al merkte ik duidelijk verschil in het resultaat van de klas gisteren (andere eersteklassers) en het resultaat dat ik bereik met de leerlingen vandaag. De melodische lijnen worden veel duidelijker en juist gezongen.

Ik merk dat ik beter wordt in het starten van een les. Voorheen stond ik altijd voor de klas met de gedachte: hoe begin ik? Met welke woorden start ik mijn zin? Nu geef ik een korte introductie (in dit geval stelde ik mezelf voor) en beginnen we direct met het maken van muziek. Dat voelt prettig!

Wat ik merkte bij klas B1K was dat een leerling hoog wil zingen (voor de grap). Dit overkwam mij gisteren ook. Het klinkt dan even ‘tuttig’, vanwege de hoogte en dat doet deze leerling na. Ik reageerde hier gelijk op, net als gisteren. Gisteren bleef de leerling ‘stiekem’ doorgaan. Nu ook even, maar minder: ik haakte er iedere keer consequent op in. Leerlingen bleven beter ‘bij de les’, omdat ik meer de klas in keek over de piano heen. Ik liet mijn ogen op iedereen vallen, waardoor iedereen zich ‘gezien’ voelde. Het contact is er, dat werkt prettig.

Bij klas G2G startte ik, net als bij de eersteklassers vandaag, de les. Ik stelde mezelf voor en begon direct met het maken van muziek. In tegenstelling tot bij de eersteklassers met het lied ‘Twee Motten’, heb ik niet veel aandacht besteed aan het voor- en nazingen. Ik liet alles een keer passeren, dat wel. Ik wilde graag toe naar een succesmoment. De leerlingen zouden het genoeg herhalen. Ondanks dit, klonk het als ‘een engelenkoor’, zoals ik het noemde. Het klonk heel lief en braaf. En daar ben ik heel blij mee. Voor een begin, is dit een goed begin: de leerlingen kennen het lied en kunnen het lied heel mooi zingen. De volgende les wil ik meer aandacht besteden aan de exacte melodie: niet iedereen zingt exact hetzelfde. Dit lied vraag ook eigenlijk om variaties en omspelingen wat zang betreft.

Maar dit lied wordt door een hele klas gezongen: dus is het taak om volgende week meer aandacht te besteden en een afspraak te maken over 1 melodie.

Klas B2P was wat rumoeriger. Hoe kan dat? Ik gaf precies op dezelfde manier les. Wel bleef ik consequent inhaken op deze rumoerigheid en geklets. Waar ligt de grens met het waarschuwen? Dit moet ik duidelijk nog opzoeken. Wel ben ik blij dat ik nu direct durf in te gaan op wat ik hoor (teveel geklets, gepraat door het zingen, etc.) en zie. Dat is voor mij al een hele grote stap vooruit. Deze stap heb ik kunnen maken (denk ik), vanwege het feit dat ik mij meer zie als docent en niet als stagiaire. Heel fijn!

Ik heb mijn stagementor gevraagd om tips, maar hij had, zoals hij zei, ‘er niet veel over te zeggen’. Hij vond het leuk wat ik deed. En zijn tips van gisteren wat het aanleren van liedjes betreft heb ik in de praktijk meteen toegepast. Een groot compliment!

In het laatste uur werd ik voor de klas ‘gegooid’. 5HV. Mijn stagementor verraste mij door te vragen of ik melodisch dictee kon oefenen met 5HV. Hij had een lied in 6/8 maat in toonsoort F. De maatsoort mocht ik niet geven. Zelf koos ik ervoor om de eerste noot niet te geven, ondanks dat zij dat wel gewend waren.

De maatsoort was moeilijk te bepalen. Wel had iedereen de eerste toon gevonden.

Ik ontdekte dat het lastig is om de leerlingen te helpen bij melodisch dictee. Het gaat er nu om dat ze de theorie toepassen in de praktijk en dit onderdeel is eigenlijk een kwestie van veel oefenen. Na een aantal tips en trucs was het op: dan komt het op hun aan. Dat vind ik vervelend. Ik wil ze helpen zekerder te worden met dit soort oefeningen. Iedereen kan de melodie nazingen, ze hebben de eerste toon, ze weten de maatsoort (dat besprak ik eerst met de klas)…maar dan klappen ze dicht. Ik wil ze helpen om beter te worden in het maken van een melodisch dictee. Heeft iemand daar nog goede tips voor? Graag reacties, want ik wil hier dolgraag met deze leerlingen aan werken.

dinsdag 26 oktober 2010

Kennismakingslessen: een nieuwe ervaring; een stap naar echt docentschap in plaats van stage lopen? 26-10-2010

Vandaag heb ik kennis gemaakt met de klassen: 5H, B2K en B1L: 2 brugklassen en een bovenbouwklas. Met klas 5H besloot ik met de les mee te doen. Zij hadden namelijk examentraining. Ik bedacht me dat ik op deze manier het beste kon ontdekken welke kennis er van deze leerlingen verlangd wordt. Er zaten lastige vragen tussen. Sommige vragen begreep ik niet eens: waar vragen ze nou naar? Ik trok een groot vraagtekengezicht waarop een leerling een opgeluchte opmerking plaatste: ‘Oh, zij begrijpt het ook niet! Dan ligt het in ieder geval niet aan ons!’. Waarop ik lachte. In deze kleine klas is het duidelijk dat zij voor dit vak hebben gekozen: de motivatie is groot!

Vervolgens maakte ik kennis met een tweede klas: B2K. Ik werd door mijn stagementor voorgesteld en kon direct beginnen met het aanleren van een lied van de Beatles: ‘Let it be’. Het was weer wennen zo voor de klas! Ik had het gevoel dat ik in geen maanden meer voor de klas heb gestaan! (wat ook zo is) Na een eerste keer voorzingen kreeg ik applaus. Altijd fijn en het laat je zenuwen een beetje zakken, maar niet voor lang. Hoe leer ik nu op een zo effectief mogelijke manier een lied aan een klas van 30 leerlingen?

Ik bedacht me wel dat ik het lied in kleinere stappen kon aanleren; voorzingen, nazingen, etc. Waarom deed ik het dan niet?

Zo’n eerste dag is voor mij altijd weer een flink potje zenuwen. Een eerste indruk is belangrijk! Misschien dat ik daarom niet meer zo ‘helder’ nadacht. Het is weer even ‘inkomen’. Ook ben ik weer tegen mijn eigen leerdoelen aangelopen: wat duidelijker zijn in regels; orde houden. Getver, daar heb je die enge woorden weer. Kan het niet anders?

Ik moet wel eerlijk bekennen, het voelde anders dit keer dan alle andere stagemomenten hiervoor! Voor het eerst voelde ik me een docent, en geen stagiaire. (Dit laatste bedenk ik me nu, op het moment dat ik dit schrijf.)

Er werd inderdaad een beetje gekletst door het zingen heen; de volgende keer ga ik daar beter en consequenter op inhaken. ‘Want weet je, die kinderen bedoelen het niet zo,’ legde mijn stagementor uit. Hij heeft zo ontzettend gelijk! Wie weet ben ik nu klaar om eindelijk die grote stap te nemen in deze stage: de stap naar orde met muziek!

Tips:

1. Ga meteen in op wat je hoort bij het zingen: bij het zingen moet alleen maar zang klinken en geen gepraat!

2. Wees consequent in tip 1.

3. Hou de tijd in de gaten. Stop 3 minuten eerder voor het eind van de les zodat de leerlingen hun zangmappen netjes in de kast leggen. Anders moet jij het opruimen!

zondag 12 september 2010

Opdracht HDM5 Mijn speech:D

Drama-opdracht: een korte kennismaking 10-09-2010

Met het vak drama heb ik kennis gemaakt met een leuke opdracht die ik zelf wel eens wil proberen met mijn eigen lessen. Iedere leerling/student heeft papier en een pen/potlood nodig. De docent stelt ongeveer 4 vragen waarbij de leerlingen zo veel mogelijk steekwoorden moeten opschrijven die bij hen passen. Voorbeelden van vragen:

1. Waar kom je vandaan?

2. Wat zijn de grote liefdes in je leven?

3. Noem je karakteristieke eigenschappen.

4. Wat is je gewenste toekomst?

Na het noteren van de steekwoorden van de vragen, omcirkel je per vraag de 5 meest belangrijke woorden die het meest bij jou passen.

Met deze woorden schrijf je een gedicht. Het liefst in de volgorde van de omcirkelde woorden die zijn opgeschreven, zodat men later de antwoorden van de vragen goed kan volgen als je je eigen gedicht gaat voordragen aan de klas. Het gedicht wordt in een bepaalde vorm geschreven, namelijk: Ik ben [vul naam in]. Ik ben van [vul omcirkeld woord in]. Zelf ben ik strak bij die vorm en volgorde gebleven. Dit is mijn versie geworden:


Ik ben Wivineke Elisabeth Catharina Plugge,

Ik ben van de polder, en van mijn ouders.

Ik ben van een musicalfamilie, mijn vrienden.


Ik ben van dansen,

Ik ben van m’n eerste relatie met mijn danspartner,

Een liefde op de dansvloer.

Ik ben van muziekles geven, en van verhalen schrijven.


Ik ben vrolijk,

Creatief en ik ben van het fantaseren.

Ik ben van twijfelen en van stressen,…toch?


Ja.


Ik ben van een man en twee kinderen,

In een eengezinswoning en van een baan in het basisonderwijs.

Ik ben van muziekles geven, musical en een kinderkoor.


Dit alles ben ik, en nog veel meer…


Het wordt nog leuker als je zelf iets vrijer van deze vorm af stapt. In mijn geval rijmt er niets (en ik ben eigenlijk liever van het rijmen haha). Als er woorden bij elkaar passen kun je die ook bij elkaar neerzetten. In mijn geval ben ik (naar mijn mening iets te) strak bij de volgorde en de vorm van het gedicht gebleven. Hierdoor wordt het een veilige opdracht om uit te voeren voor leerlingen en leren ze elkaar beter kennen. Creativiteit is niet nodig. Het gaat ook om de voordracht en doordat het zo eerlijk vanuit je zelf is gebleven, is het ook interessant om naar te luisteren. Een leuke opdracht voor in de klas. Wees jezelf en het wordt een prachtgedicht!

dinsdag 15 juni 2010

Instrumenten uitdelen een chaos? Nu niet meer!: reflectie volgens STARR-model

Situatie: De instrumenten voor het sfeerlied ‘Woestijnlied’ moesten worden uitgedeeld. Alle kinderen werden al wat drukker en enthousiaster bij het zien van de instrumenten; iedereen wil wel iets spelen. Dit kan echter niet, omdat sommige leerlingen in diezelfde scène die erop volgt, moeten gaan spelen.

Ik heb voor deze situatie gekozen, omdat ik ter plekke een idee bedacht: een manier om de instrumenten uit te delen waarbij de kinderen rustig zullen blijven en niet roepen om een instrument. Ik had een sturende rol in deze taak: wie krijgt de instrumenten en hoe worden die instrumenten verdeeld en uitgedeeld?

Taak: Ik wil de instrumenten uitdelen, zonder dat er een chaos ontstaat van kinderen die roepen om een instrument. Alleen kinderen die niet in de scène van de woestijn spelen, kunnen een instrument krijgen.

Actie: Ik besloot om de tafel met de instrumenten in het midden te plaatsen van de ruimte, voor de kinderen. Ik legde uit dat ik een instrument zou pakken en dat als ik een leerling aankeek, hij/zij zijn/haar instrument zou mogen halen. Ik begon met het minst geliefde instrument en bouwde het zo op naar het meest geliefde instrument. De reden dat ik dit zo deed, was dat de leerlingen geconcentreerd naar mij keken en rustig bleven (hooguit een vinger opstaken zodat ik kon zien, wie nog een instrument kon krijgen).

Resultaat: De leerlingen bleven rustig! Ze letten natuurlijk heel goed op of ik hun aankijk en of zij hun instrument mogen ophalen. Zo werd het uitdelen van instrumenten een gestructureerde handeling.

Reflectie: Ik ben zeker tevreden met het resultaat! Het werkt goed! Hier en daar hoor ik nog wat schudeitjes (maar dat gebeurt eigenlijk overal, die eitjes roepen vaak gewoon ‘schud mij!’). Ook daar vroeg ik om stilte. Ik zou deze manier van instrumenten uitdelen zeker nog een keer doen. Ik zou het nog niet weten, maar misschien is een dergelijke actie wel uitvoerbaar voor een andere taak?

dinsdag 8 juni 2010

Reflectie volgens STARR: cameraprobleem

Situatie: We zijn in een grote zaal, waar uiteindelijk opgetreden zal worden. Alle leerlingen zitten aan de kant als publiek. Enkele leerlingen spelen een scène uit de musical. Zij staan iets meer naar het midden van de zaal, met hun gezicht gericht naar de leerlingen die kijken. Enkele leerlingen staan dicht bij de camera die op een statief staat en willen door de camera heen kijken.

Taak: Mijn taak is begeleidend. Ik begeleid de leerlingen in het spelen van de musical. Het is belangrijk dat alles vloeiend verloopt. Ik volg de tekst mee, zodat ik eventueel waar nodig kan souffleren. Ook moet ik letten op de camera, af en toe kijkend of alles op film komt te staan.

Actie: Ik was even ergens mee bezig (uitleg, met de spelers uit de scène), toen ik wat leerlingen dichtbij de camera zag staan, kijkend door de camera. Ik vroeg of zij daar even vandaan wilde gaan. Niet iedereen deed wat er gevraagd werd, het statief viel om en werd net op tijd opgevangen door mij en een leerling. Waarop ik enigszins geïrriteerd nogmaals vroeg of nu iedereen echt weg wilde gaan uit de buurt van de camera. Dat deden ze.

Resultaat: Eerder stonden de leerlingen om de camera heen. Ze luisterden niet naar wat ik vroeg, tot er precies gebeurde waar ik bang voor was. Vervolgens deden de leerlingen precies wat ik zei.

Reflectie: Ik denk dat de leerlingen zo gefascineerd waren door de camera, dat zij geen rekening hielden met wat er kon gebeuren. Toen de camera bijna omviel, schrokken zij. Ik vroeg vervolgens of zij niet meer om de camera wilden staan. Nu zij inzagen wat voor gevolgen het kon hebben, luisterden zij direct. Ik had beter eerder duidelijk moeten vertellen dat ik geen leerlingen in de buurt van de camera wilde en waarom. De ‘waarom’ was hier het belangrijkste geweest. Ook was ik bezig met teveel acties. Misschien had Marijn beter even kunnen filmen, i.p.v. dat ik op dat moment drie acties tegelijk deed. De volgende les val ik weer even terug op wat er gebeurd is en vraag ik nogmaals duidelijk of de leerlingen uit de buurt willen blijven van de camera. Ik trek een duidelijke grens tot waar zij mogen komen.

Sowieso is het natuurlijk voor de leerlingen zeer interessant dat zo’n camera er staat. Sommige leerlingen raken er door afgeleid. Hoe kan ik er voor zorgen dat dit niet storend is voor mijn les?