Vandaag begon ik met 5HV de les over Fuga’s. Wat is een Fuga? Hoe zit dat met al die regeltjes en structuur? Ik probeerde het uit te leggen aan een hand van een verhaaltje: er speelt zich een soap af. Je hebt een rol die aankomt met de dux. Vervolgens komt er een tegenstander die de dux herhaalt, maar dan in de dominant. De stem die eerst de dux zong, gaat er gelijk tegenin met een contrasubject. In de klas rijzen die vingers alweer omhoog, is de comes ook een thema? Sommige termen hebben ze voorbij zien komen, maar een groot deel blijkt nog vrij nieuw. Na een lang verhaal met uitleg aan de hand van een voorbeeld uit ons bekende Atlas-boekje, begrepen de leerlingen het ongeveer. Er worden veel vragen gesteld over de tussenspelen en divertimento’s. Wanneer heet het nou een tussenspel en wanneer een divertimento? Dit soort vragen had ik niet zien aankomen. Ik heb lang gedaan over deze uitleg; bijna een hele les (een volle les duurt hier 50 minuten). De volgende keer wil ik dat dit max. 20 minuten kost. Maar hoe doe ik dat? Heeft er iemand tips voor mij? Deze vraag hebben we al meerdere malen gesteld bij de Contrapunt/Harmonielessen, maar ik stel de vraag toch nog een keer.
Ik denk dat mijn verhaal wel helpt, maar ze missen eigenlijk nog een opstap. Eigenlijk is het de bedoeling dat mijn eerste lessen bedoeld zijn voor observatie. Mijn stagementor zet mij gelijk voor de klas! (voorbereid of niet; dat kon je in mijn artikel gisteren ook lezen) En dat vind ik niet erg, ik leer er veel van! Hij vertelde mij van de week dat de leerlingen al bezig waren met de Fuga, maar als ik terugkijk op de blikken en de reacties in mijn les van vanochtend, betwijfel ik het of het ECHT een herhaling was. Het meeste was nog allemaal nieuw, terwijl ik dacht dat termen als thema, dux en comes al bekend zouden zijn.
Wellicht zou mijn verhaal beter helpen als ze deze termen al beter kennen. Over twee weken (volgende week is alweer testweek) geef ik ze een handout mee over de Fuga, zodat ze het thuis nog een keer door kunnen lezen. Daarnaast ga ik een fuga met ze analyseren, om het echt helemaal te begrijpen.
Het laatste deel van de les ging klas 5HV een koorstuk zingen: ‘Je ne lose dire’; een Renaissancestuk van Pierre Certon. De klas leert uit elke stijlperiode 1 koorstuk. Zoals ik het heb begrepen gaan ze deze koorstukken uitvoeren voor publiek dit schooljaar. Bij dit lesonderdeel vroeg ik toch aan mijn stagementor hoe zij te werk gingen. Ik vond het belangrijk te weten hoe de leerlingen gewend waren te staan en te zingen. ‘Gewoon, net als bij ieder koor. Bij elkaar.’ Het leek me een beetje lastig (de tafels vallen niet te verschuiven, er zitten keyboards in de tafels) Maar er ontstonden groepjes dichtbij de piano, sommigen stonden een beetje tussen de tafels door. Ik had het lied wel ingestudeerd, zodat ik als ik voor de groep zou staan (wat ik ook moest doen), de les kon overnemen. Het voelde best wel vreemd, koorles in een klaslokaal midden in een muziekles. Ik was het niet gewend! We konden het lied maar een paar keer doorzingen, want de les was alweer bijna voorbij.
Ik stond wat onzeker voor dit koortje, omdat ik het niet gewend was denk ik. Ik had er nooit over nagedacht om een vierstemmig koor te begeleiden in een muziekles en er als een dirigent te staan. Wel heel leuk! Het verbreed weer mijn beeld wat ik heb over een muziekles. (weer wat geleerd)
Verder heb ik vandaag een leuke ‘Twee Motten’-les gegeven aan een eersteklas. Dit is een beetje een rommelige, drukke klas. Het mooie is dat er een map is die ik er steeds bij pak, waarin alle namen staan op een plattegrond. Ik kan mooi een leerling bij de naam noemen en ergens op aanspreken, waarop de hele klas verbaasd was. ‘Wooooow, hoe weet u mijn naam?’ Haha, daar had ik hem even tuk! Na het zingen (de leerlingen vonden het een zeer leuk nummer en dat kon je aan ze horen) zijn we verder gegaan met spelen (keyboards), zoals de andere eersteklassers deze week. Ik ben hierbij nog nooit zo strict, duidelijk en consequent geweest! De leerlingen moeten verschillende liedjes spelen en laten horen bij de docent op de piano. Doen ze dit goed, dan krijgen ze een paraaf bij het lied op de lijst. Eerder in de week bij mijn stagementor zag ik dat er een hele rij van leerlingen ontstond bij de piano. Dat vond ik zo chaotisch! Dan kan ik me echt niet concentreren. Daarom zei ik, voordat de leerlingen aan de slag gingen, dat ik maximaal drie leerlingen in een rij bij de piano wil hebben staan.
Het werden het er meer (had ik verwacht). Ik sprak de leerlingen hier op aan en ze liepen terug. Vervolgens gebeurde het weer en het werd rumoerig. Toen zei ik: ‘Ik vind dat het hier veel te rumoerig wordt. Ik was toch duidelijk wat betreft het aantal leerlingen bij de piano? Ik vind het goed dat jullie er nu zo staan (aantal was 5/6 leerlingen), maar ik wil er echt niet meer. Dit mag ALLEEN…’ Een leerling maakte de zin al af: ‘Als wij stil zijn’. ‘Precies,’ zei ik: ‘Als jullie rustig en stil zijn mogen jullie hier blijven staan, maar als het weer te rumoerig wordt, moet ik jullie toch echt terugsturen naar jullie plek. Het ligt dus geheel aan jullie.’ Na dit verhaal heb ik helemaal geen last meer gehad!!! Ik ben trots op mezelf! Bij de voorgaande stages durfde ik echt niet zo te praten tegen leerlingen, want ik was ‘maar een stagiaire’. Met dit verhaal maak ik duidelijk dat ik mij nu echt een docent voel!
Over duidelijkheid en consequent zijn gesproken; bij mijn laatste les heb ik hier veel over geleerd. Deze laatste tweedeklas is echt een drukke klas. Ik ben veel ingegaan op het gedrag van leerlingen; houding, praten, etc. Mijn stagementor zei op een gegeven moment: ‘Dit is niet de eerste keer. Ik heb vaker een preek gehouden in deze klas.’ Hij heeft ook dit keer een preek gehouden, met als bedoeling dat dit de laatste preek zou zijn. Terwijl hij dit deed bleven een paar leerlingen lachen en hij stuurde hen er ook uit. ‘Dat heeft een klas soms nodig,’ zei hij na de les. Ik begin aan te voelen waar de grenzen liggen voor mij, wanneer ik iemand er uit stuur. Tot nu toe heb ik dat nooit gedaan. Dit, omdat ik eigenlijk de grenzen niet echt wist te leggen EN omdat ik mij nog niet echt ‘docent’ voelde. Ik heb nu het gevoel dat ik, als er in het gevolg iemand te ver gaat, dat ik hem/haar eruit kan sturen. Nu klinkt het bijna dat ik er graag iemand wil uit sturen, gewoon om ‘iemand er uit te sturen’. Maar dat is niet zo. Ik doe het niet graag. Maar als ik het ga doen voor de eerste keer op een moment dat dat ook gewoon moet; dan heb ik mijn doel bereikt. Dan kan ik eindelijk echt grenzen leggen en de orde houden in de muziekles!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten