dinsdag 9 november 2010

Geen ordeprobleem, maar iets anders… 09-11-2010

Vandaag startte ik de dag met klas 5HV. Mijn stagementor stelde voor om de gemaakte eindexamens na te kijken. Echter, de ene helft van de klas had het al nagekeken met mij in het O-uur (zelfstandig werkuur), terwijl de andere helft het nog moest nakijken. Ai, wat moet ik doen? Wel of niet? Wat zou jij hebben gedaan als je in deze situatie zat?

Eerst dacht ik om enkel de lastige vragen klassikaal na te kijken, omdat ik met de andere leerlingen al had gemerkt dat sommige vragen ‘vaag’ waren. Wellicht had de rest wel het goede antwoord gevonden.

Mijn stagementor had een beter idee: de rest zou zelfstandig op een ander moment de examens nakijken. Deze les zijn we klassikaal gestart met het maken van het eindexamen van 2010. Ik maak zelf ook de opdrachten met de leerlingen. Na elke vraag stopte ik de cd en bespraken we de vraag. Welke antwoorden hadden we gevonden en waren ze goed? Het nakijkexemplaar had ik erbij op de computer, daar keek ik op als ik de vraag zelf had ingevuld. Op een gegeven moment moest ik lachen. De leerlingen keken op. Ik legde uit dat het antwoord zó voor de hand liggend was, dat we er niet op zouden komen (of juist wel, maar dat we zouden denken dat dat teveel voor de hand liggend zou zijn). De leerlingen waren het met me eens toen ik het antwoord vertelde. We konden er wel om lachen. Maar het probleem met de eindexamens is wel: wanneer mag je het eenvoudige opschrijven en wanneer moet je verder kijken dan je neus lang is? Het enige antwoord daarop is: oefenen.

Ik vind het een ontzettend fijne klas om mee te werken. Het is een kleine, maar zeer gemotiveerde klas. Ik zit met deze leerlingen erg op één lijn. Ik snap dat melodisch dictee moeilijk is. Ik snap dat al die termen die bij de uitleg van een fuga komen kijken erg ingewikkeld en verwarrend zijn. Daarom wil ik ze helpen. Ik voel met ze mee. Dat vind ik zo leuk aan de bovenbouwklas.

Verder heb ik BK2 de eerste les gegeven van de Beatles lessenserie. Ik begon met een kort geschiedenisverhaal over The Beatles. De leerlingen luisterden aandachtig. Helaas moest ik het zonder YouTube filmpjes doen, omdat Internet het niet deed. Ondanks dit hebben de leerlingen naar mijn volledige verhaal geluisterd. Verder heb ik ze aan het werk gezet met een nieuw lied voor het keyboard: ‘Can’t buy me love’ van The Beatles. Dit ging enigszins wat moeizaam. De leerlingen begrepen mijn uitleg niet. Toen ik dat merkte, liet ik ze aan de slag gaan. ‘Kijk naar je blad en open je keyboardtafels’, zei ik. Dan konden ze zelf zien, wat ik bedoelde. Enkel vertellen had geen zin. Terwijl de leerlingen bezig waren liep ik overal langs. Veel leerlingen begrepen het verhaal niet, ondanks de uitleg op hun werkblad. Heb ik het onduidelijk omschreven?

Ik heb de les nabesproken met mijn stagementor. Hij vertelde mij dat de leerlingen niet lezen. Ik moest even nadenken. (Ze kunnen toch wel lezen dacht ik?) Maar dat doen ze dus niet. Alles is wel goed omschreven, alleen lezen de leerlingen het allemaal maar half.

Tip: Lees klassikaal het blad door. Dan weet je zeker dat de leerlingen het lezen.

Enkel één onderdeel is lastig omschreven op het werkblad. De termen groot/klein en majeur/mineur kennen ze niet. Ook hebben ze nog nooit van intervallen gehoord. Dat begreep ik tijdens het lesgeven (gezien de vraagtekenhoofden). Dat wist ik niet.

Tip: Leg uit: je hebt vrolijke akkoorden en droevige akkoorden. De vrolijke akkoorden noemen we majeur en de droevige akkoorden noemen we mineur. Leg het meer uit in hun taal.

Eigenlijk mist er een theorievel. De uitleg van majeur/mineur mist. Want aan het begin van mijn werkblad kun je zien dat ik ervan uit ga dat ze dat wel weten. Dat klopt ook. Ik dacht dat ze dat wisten. Ik heb hier de beginsituatie niet helemaal goed ingeschat. Wel heb ik goed in hun taal omschreven hoe ze de noten kunnen vinden (bv. ga op de begintoets staan en ga 4 toetsen naar rechts). Dat is heel duidelijk!

De uitleg van majeur/mineur en onderdelen van het werkblad kan ik verwerken in een kort verhaal voordat ik de leerlingen aan het werk zet. Bv. ‘Stel ik heb een liedje dat begint met het akkoord Dm, wat is dat dan?’ à Tip: Betrek de leerlingen meer bij je verhaal. Laat hen zelf de opdrachten zoeken. Als je het voorzegt, denken de leerlingen ‘Ach, de juf vertelt het toch wel in een verhaal’.

Top: het verhaal en de omschrijvingen op het werkblad zijn heel duidelijk!

Tip: Zet op het werkblad dat een kleine ‘m’ mineur aangeeft in plaats van ‘M’.

Tip: Het feit dat je een ander akkoord weggeeft dan ze zelf moeten opzoeken is begrijpelijk, maar doe liever een simpeler akkoord dan D-Fis-A. Geef in dit geval toch maar een C-akkoord weg. Dat is makkelijker te begrijpen.

Verder vertelde mijn stagementor dat ik prima overwicht heb en dat ik helemaal geen ordeprobleem heb! Dat vond ik heel fijn te horen! Het enige wat ik soms niet door heb is dat er in een hoekje leerlingen praten. Daar moet ik direct op inhaken. Het klopt inderdaad dat dit soort dingen mij net wat later opvallen. Heel vreemd, maar ik heb het gewoon nog niet altijd door!

Verder ga ik toch in mijn lessenserie verwerken dat we ook ‘Can’t buy me love’ gaan zingen. Mijn stagementor gaf me de tip om dit toch te doen, omdat leerlingen dan een beter beeld krijgen van het lied. Ze voelen dan ook met het spelen van de keyboards beter waar de rust komt.

Tot slot heb ik klas B1L lesgegeven. De bedoeling was om verder te gaan met het lied ‘Twee Motten’, keyboards spelen en drummen. Echter: de helft van de lesvoorbereiding heb ik niet gedaan, vanwege de leerlingen die telkens kletsten door mijn verhaal heen. Voor het eerst in mijn leven heb ik een leerling eruit gestuurd! En dat vond ik echt niet leuk om te doen. Ik had bijna meerdere leerlingen eruit gestuurd. Dat had gekund, maar heb ik niet gedaan. Ik vond het naar om te doen, maar het hielp wel. Ik heb letterlijk tegen de klas gezegd dat ik het HAAT om een leerling eruit te sturen, maar dat hier gewoon de grens ligt voor mij. Toen was de klas doodstil…doodstil. Ik werd er bang van!

Ik heb de les nabesproken met mijn stagementor. Hij legde mij ook hier uit dat ik geen ordeprobleem heb, daar ligt het niet aan (wat ik wel dacht). Ik straal volgens hem een natuurlijk overwicht uit. Echter om de een of andere reden heb ik soms niet door dat een leerling in een hoekje praat of dat er iets gebeurt. Ik moet daar juist snel op inhaken! Als ik dat niet doe ‘ontspoort de les meer dan normaal’. Als ik leer sneller en directer daarop te reageren, dan zal het mij ook minder energie kosten en ‘blijft de les leuk’.

Wat betreft mijn opdracht voor het zingen: het hielp! Ik heb deze les namelijk een andere manier van aanleren gebruikt. Ik gaf de leerlingen de opdracht te kijken naar de woorden die de grootste nadruk hadden in de zin. Deze woorden vielen namelijk op de eerste tel van een maat. Door dit te ‘analyseren’ zongen de leerlingen de tekst op het juiste moment (ook al viel het gebrabbel allemaal in een lange opmaat).

Mijn stagementor vind mijn manier van werken heel ‘consciëntieus’. Zowel in mijn manier van lesgeven, als mijn voorbereidingen. Ik mag gerust wat ‘minder’ doen. Vorige week heb ik onvoorbereid ook lesgegeven. Toen heb ik het ook overleefd en ging het goed. Als ik misschien minder gedetailleerd voorbereid, zal ik wellicht wat minder gestrest voor de klas gaan staan. Ik heb deze les mijn eerste opdracht afgemaakt, wat betreft zingen. Ik kreeg de tip van hem om in het vervolg toch ervoor te kiezen na een bepaalde tijd (wat in de planning staat), gewoon te zeggen: ‘Ok, genoeg voor deze les, we gaan wat anders doen.’ Dat is ook leuk voor de leerlingen. Ik vind dit een hele goede tip, alhoewel ik wel vind dat deze klas het ernaar gemaakt had: drummen komt de volgende keer. Dat begreep mijn stagementor ook.

Tip: Wat betreft de nadruk op sommige zinsdelen: je kunt er ook een paar uitlichten i.p.v. het hele refrein + couplet te behandelen. Dan beseffen de leerlingen het ook.

Top: Iemand eruit sturen was nodig. Het had eigenlijk eerder gemoeten. “Als je het eerder had gedaan, dan had je les minder ontspoord geweest dan normaal.”

Wat ik jammer vind, zo realiseerde ik mij vandaag, is dat de leerlingen op dag 1 in de week altijd ‘de lul’ zijn wat betreft het uitproberen van nieuwe lessen. Zonde dat zij altijd de eerste proefkonijnen zijn. Ze zullen nooit de verbeterde les meemaken.

Geen opmerkingen: