Allereerst begin ik met een vraag waar ik deze blog mee eindig (voor de mensen die geen zin hebben om dit hele artikel te lezen): Heb je tips om leerlingen te helpen met melodisch dictee? Graag reacties! Ik wil deze leerlingen graag helpen!
Vandaag ging het veel beter in vergelijking met de kennismakingslessen gisteren. Ik reageerde veel directer op wat ik hoorde en dat hielp: de grenzen worden duidelijk voor de leerlingen. Ik ben bij het aanleren van het lied Twee Motten meer achter de kwaliteit aangegaan wat zang betreft. Dit met behulp van voor- en nazingen. Ik heb de coupletten en refreinen daarvoor in kleinere stukken gedeeld. Soms ging het goed, af en toe ging het lastig: het voor- en nazingen liep niet vloeiend in elkaar over. Dit probleem had ik gister ook; ik probeer het te verhelpen door de pianopartij mee te spelen. Dit gaat op sommige plekken wel goed. In het vervolg moet ik hier beter rekening mee houden en thuis eerst uitproberen: is het mogelijk met voor- en nazingen in een vloeiende lijn de puls door te blijven voelen, zodat de leerlingen goed invallen?
Al met al merkte ik duidelijk verschil in het resultaat van de klas gisteren (andere eersteklassers) en het resultaat dat ik bereik met de leerlingen vandaag. De melodische lijnen worden veel duidelijker en juist gezongen.
Ik merk dat ik beter wordt in het starten van een les. Voorheen stond ik altijd voor de klas met de gedachte: hoe begin ik? Met welke woorden start ik mijn zin? Nu geef ik een korte introductie (in dit geval stelde ik mezelf voor) en beginnen we direct met het maken van muziek. Dat voelt prettig!
Wat ik merkte bij klas B1K was dat een leerling hoog wil zingen (voor de grap). Dit overkwam mij gisteren ook. Het klinkt dan even ‘tuttig’, vanwege de hoogte en dat doet deze leerling na. Ik reageerde hier gelijk op, net als gisteren. Gisteren bleef de leerling ‘stiekem’ doorgaan. Nu ook even, maar minder: ik haakte er iedere keer consequent op in. Leerlingen bleven beter ‘bij de les’, omdat ik meer de klas in keek over de piano heen. Ik liet mijn ogen op iedereen vallen, waardoor iedereen zich ‘gezien’ voelde. Het contact is er, dat werkt prettig.
Bij klas G2G startte ik, net als bij de eersteklassers vandaag, de les. Ik stelde mezelf voor en begon direct met het maken van muziek. In tegenstelling tot bij de eersteklassers met het lied ‘Twee Motten’, heb ik niet veel aandacht besteed aan het voor- en nazingen. Ik liet alles een keer passeren, dat wel. Ik wilde graag toe naar een succesmoment. De leerlingen zouden het genoeg herhalen. Ondanks dit, klonk het als ‘een engelenkoor’, zoals ik het noemde. Het klonk heel lief en braaf. En daar ben ik heel blij mee. Voor een begin, is dit een goed begin: de leerlingen kennen het lied en kunnen het lied heel mooi zingen. De volgende les wil ik meer aandacht besteden aan de exacte melodie: niet iedereen zingt exact hetzelfde. Dit lied vraag ook eigenlijk om variaties en omspelingen wat zang betreft.
Maar dit lied wordt door een hele klas gezongen: dus is het taak om volgende week meer aandacht te besteden en een afspraak te maken over 1 melodie.
Klas B2P was wat rumoeriger. Hoe kan dat? Ik gaf precies op dezelfde manier les. Wel bleef ik consequent inhaken op deze rumoerigheid en geklets. Waar ligt de grens met het waarschuwen? Dit moet ik duidelijk nog opzoeken. Wel ben ik blij dat ik nu direct durf in te gaan op wat ik hoor (teveel geklets, gepraat door het zingen, etc.) en zie. Dat is voor mij al een hele grote stap vooruit. Deze stap heb ik kunnen maken (denk ik), vanwege het feit dat ik mij meer zie als docent en niet als stagiaire. Heel fijn!
Ik heb mijn stagementor gevraagd om tips, maar hij had, zoals hij zei, ‘er niet veel over te zeggen’. Hij vond het leuk wat ik deed. En zijn tips van gisteren wat het aanleren van liedjes betreft heb ik in de praktijk meteen toegepast. Een groot compliment!
In het laatste uur werd ik voor de klas ‘gegooid’. 5HV. Mijn stagementor verraste mij door te vragen of ik melodisch dictee kon oefenen met 5HV. Hij had een lied in 6/8 maat in toonsoort F. De maatsoort mocht ik niet geven. Zelf koos ik ervoor om de eerste noot niet te geven, ondanks dat zij dat wel gewend waren.
De maatsoort was moeilijk te bepalen. Wel had iedereen de eerste toon gevonden.
Ik ontdekte dat het lastig is om de leerlingen te helpen bij melodisch dictee. Het gaat er nu om dat ze de theorie toepassen in de praktijk en dit onderdeel is eigenlijk een kwestie van veel oefenen. Na een aantal tips en trucs was het op: dan komt het op hun aan. Dat vind ik vervelend. Ik wil ze helpen zekerder te worden met dit soort oefeningen. Iedereen kan de melodie nazingen, ze hebben de eerste toon, ze weten de maatsoort (dat besprak ik eerst met de klas)…maar dan klappen ze dicht. Ik wil ze helpen om beter te worden in het maken van een melodisch dictee. Heeft iemand daar nog goede tips voor? Graag reacties, want ik wil hier dolgraag met deze leerlingen aan werken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten