woensdag 15 april 2009

Geklets ‘Like a prayer’? 15-04-2009

Wat een heerlijke les! Mijn les begon weer met (jawel) een ritmeonderdeel. Ik probeerde wat sneller en gevarieerder les te geven, maar probeerde tegelijkertijd wel langer door te gaan op dezelfde lesstof. Het bleef weliswaar wel rumoerig nog in de les, maar ik was tevreden met het feit dat de leerlingen deden wat ik wilde dat zij deden. Stom dat ik iets vergat dat ik in mijn lesopzet zo mooi had omschreven. Ik wilde een ritme voorklappen en dat de leerlingen luisterden en keken naar welk ritme ik klapte: ritme lezen en ritme herkennen. Waarom deed ik dat nou niet? Terwijl het nu juist een goede opzet was om wat meer gevarieerd te werken met het ritme onderdeel.

Dat is dus een punt waar ik de volgende keer aan wil werken. Ik ben dus bezig met het leren van blad lezen met de leerlingen. Op hoeveel manieren kun je eigenlijk daar op in gaan? Erzsi wees me erop: ‘Je kunt op zoveel manieren met dat ene stencil werken en enkel ingaan op die ritmes en daar een hele les mee vullen! Al maak je een kwartet van achtste noten en kwartnoten.’

En daar ga ik mij mee bezig houden de komende tijd. Op welke manieren kan ik ingaan op dezelfde stof? Hoe kan ik gevarieerd ingaan op het ritme lezen? Het lijkt me interessant om die ideeën eens op een rijtje te zetten.

Ter aansluiting op de les van de vorige keer ben ik met de klas verder gegaan met ‘Like a prayer’. Aan het begin van de les gaf ik duidelijk aan wat ik deze les ging doen en ook dat ik het lied wilde afronden. Dat is gelukt! En een mooi succesmoment was het ook! De hele klas stond te zingen, Maurice zat te drummen en ik begeleidde het stuk met de piano. Iedereen zong het nummer vrolijk mee!

Maar dat ging bij mijzelf vooral niet zonder haperingen. Hoe geef ik nou goed aan wanneer de leerlingen invallen met zingen? Dat ging de ene keer wel goed en de andere keer niet. Wat deed ik dan waarom het de ene keer wel goed ging? Eén ding is zeker: ik doe soms veel te moeilijk! Want wat is namelijk het geval: ik klets te veel. Erzsi: ‘Je moet veel meer werken vanuit het DOEN!’

Tip: schrijf voor jezelf uit wat je precies wilt overbrengen aan de klas. De reden dat de leerlingen niet meer stil zijn is omdat je teveel kletst. Je zegt zoveel dingen die je ook gewoon kunt DOEN. Als je wat zegt moet het ook BELANGRIJK zijn!

 

 

 

maandag 6 april 2009

Like a ‘teacher’, 01-04-2009

Wauw, wat was dat een leuke les! Achteraf verliep het ritme klappen iets anders als ik had verwacht: de leerlingen pikten het reuzesnel op! Ik dacht bij mijzelf: ‘Heb ik het niet iets té gemakkelijk gemaakt?’ Maar als ik er over nadenk, is dat niet het geval. Volgens Maurice Ligthart (mijn stagebegeleider) mocht ik zelfs nog even doorgaan. Dat zal ik de volgende keer dan ook doen. Ik mag meer de tijd nemen voor het ritmeklappen, maar het tempo in de stof mag nog hoger. Dat had ik eerlijk gezegd ook wel verwacht. Zeker weten doe je het nooit hoe zo’n klas zoiets oppikt. Nu ik een indicatie heb van het niveau van de klas, zal dat zeker de volgende keer nog beter gaan. De leerlingen moesten wel lachen hoe ze nu te werk gingen. Gezamenlijk met de klas nam ik het klappen door. De volgende keer zal ik vaker individueel leerlingen vragen om een ritme te klappen. Dan kan ik beter toetsen of de leerlingen het begrijpen of niet, in plaats van dat iedereen klapt en degenen die het niet snappen zich vasthouden aan degenen die het snappen. Toetsing of elke leerling het begreep was bij de methode van deze les dus moeilijk te doen.
Bij mijn lessen wil ik zoveel mogelijk een vloeiende overgang maken van lesonderdeel naar lesonderdeel. Van ritme klappen, gingen we over naar het zangonderdeel. Ik wilde met de klas het intro doornemen van ‘Like a prayer’. Hierbij was het toepassen van de zojuist aangeleerde lesstof van belang. Een betere manier van toetsing ook of de leerlingen het begrepen. Ik nam eerst het ritme met de leerlingen door. Zij klapten het ritme vrijwel in een keer goed! Vervolgens gingen we de tekst op het ritme spreken. Dat was een stapje lastiger, maar ook dat ging goed. Wel gingen de leerlingen lachen bij het sprekend aanhouden van een noot van vier tellen. Daar moest ik ook wel om lachen, want het klonk natuurlijk heel raar. Dus we gingen vervolgens het intro zingen. Ik nam het intro maar een keer door, wat ik achteraf misschien beter niet kon doen. Ik ging namelijk direct verder met het eerste couplet en het refrein, terwijl ik eigenlijk beter eerst dieper in kon gaan op het oefenen van het intro. Het couplet en refrein heb ik door middel van voor- en nazingen met de klas doorgenomen. Ik had wat moeite met het aangeven van de inzet voor het nazingen. Dat was meer experimenteren, aanvoelen. Vervolgens liet ik de leerlingen meezingen, terwijl ik ze begeleidde met de piano. De leerlingen zongen de passage goed! Weliswaar wat zacht, maar wel goed! Dat gaf mij een goed gevoel, anders dan de les hiervoor. Een wereld van verschil. De tijd ging snel voorbij en met een trots gevoel vertelde ik wat ik van de les vond. Een goede afsluiting van een succesvolle les!

De volgende les wil ik verder gaan met het klappen van ritmes en met het nummer ‘Like a prayer’. Met het ritme lezen ga ik dan weer een stapje verder. Ook het nummer van Madonna wil ik helemaal doornemen. Wel ga ik van tevoren beter doornemen hoe ik het stuk in stukken wil hakken met het voor- en nazingen. Dat blijkt toch een lastig punt te zijn bij dit nummer.

zaterdag 21 maart 2009

Stageles 2. 18-03-2009

Niet zo’n leuke ervaring…maar wel heeeeel leerzaam!

Je wilt bewijzen dat je 2 TL-klas wel degelijk een zangklas kan zijn, ook al krijgen ze niet of nauwelijks zang van hun docent. Sta je daar met 28 leerlingen voor je neus, denkend: ‘Heerlijk, we kunnen beginnen,’ blijkt dat de klas niet gaat zingen.

Wat zou jij doen op zo’n moment?
Zelf kan ik in zo’n opzicht heel koppig zijn, haha, toegegeven. Ik besloot net zolang zelf door te gaan met zingen, totdat de leerlingen mij na gingen doen.
Ik was zo ontzettend blij dat ze nog een beetje gingen zingen. Heel zachtjes. Tja, hoe krijg je dan volume eruit? 28 ongeïnteresseerde houdingen zagen mijn ogen. Die met ontzettend veel moeite ook niet daaruit kwamen. Ik besloot rustig door te gaan, met een wat strenger optreden. Ik dacht: ‘Oh nee, mooi niet dat ik nu ga stoppen. Jullie gaan zingen!’
Natuurlijk vroeg ik mij tijdens het lesgeven af wat de leerlingen dachten. Het is moeilijk dat te achterhalen. Waarom zongen ze niet? En waarom, als ze gingen zingen, zo zacht? Is het de ervaring die er niet is? Gaat het om het lied? Is er iets voorgevallen vóór de les wat eigenlijk veroorzaakt dat ze geen zin hebben om te zingen? Schaamte?
Als docent heb je de taak erachter te komen wat de leerling denkt, wilt en voelt. Alleen wat de leerling doet valt nog te observeren. Het is moeilijk enkel daarmee te achterhalen wat de leerling denkt.
Hoe kom je erachter waarom leerlingen niet zingen?
- door te vragen
- door met de docent te praten
- door met de mentor te praten

In het vervolg wil ik ervoor zorgen dat ik van de minmomenten plusmomenten maak. De vraag is: hoe doe je dat?
In het vervolg wil ik meer letten op de kleine dingen die verbeteren. Hoe klein het verschil ook is aan verbetering, denk aan complimenten! Een compliment is ook de sleutel tot een goede relatie met de klas.

Tip: Maak geen aanname, ga geen interpretaties geven aan gedrag. Benoem enkel wat ze doen en wat je anders wilt zien aan het gedrag. Zeg niet ‘je bent…’, maar zeg enkel iets over het gedrag.

Alternatieven
De volgende keer als ik met deze klas bezig wil zijn met zang. Probeer ik eerst wat vertrouwen van ze te krijgen; beginnen vanuit iets bekends. Bijvoorbeeld een lied dat zij al kennen (uit de top 40). Ik kan ook beginnen met het begeleiden van akkoorden en daarna met ze hetzelfde nummer gaan zingen.

Achteraf ben ik overigens heel blij dat mij dit is overkomen. Ik heb hier veel van geleerd en ben hierdoor een ervaring rijker. In het vervolg bedenk ik goed wat het niveau is van de klas (hoewel die in dit geval moeilijk te bepalen was) en pas mij daarop ook aan. Ik ben benieuwd naar de volgende les met deze klas.

zondag 15 maart 2009

Is mijn leerdoel gelukt?

Woensdag 11-03-2009, gaf ik mijn eerste les op een middelbare school: het Erasmus College. Ik had het eerder niet gedacht, maar ik heb mij gelijk gestort in het vullen van een heel lesuur. Tijdens mijn kennismaking vorige week met klas 2 tl, merkte ik op dat de leerlingen nog niet voldoende de notennamen kennen van de zwarte toetsen van het keyboard (zowel in het geval van werken met kruisen als met mollen). Het leek alsof die stap was overgeslagen en de leerlingen moesten ook nog eens de akkoorden maken van het liedje ‘No air’ van ‘JordinSparks’. Dat ging bij de kennismaking moeizaam, mede door het feit dat zij de vragenstelling te ‘vaag’ vonden.

Als aansluiting op die les nam ik aan het begin van mijn gegeven les een stapje terug voor de leerlingen: de behandeling van de notennamen van de zwarte toetsen op het keyboard. Ik was best wel zenuwachtig voor deze eerste les, het voelde nog een beetje vreemd voor mij voor de klas te staan van de middelbare school waar ik net zelf van af ben! Ik had zoveel gedachten in mijn hoofd en wist voorheen ook precies wat ik wilde zeggen, maar door de zenuwen wist ik even niet meer waar ik moest beginnen.

Diep ademhalen Wivien, dacht ik en zo ging ik verder. Ik begon met het behandelen van kruisen. Dat ging snel! En sommige leerlingen beantwoordden ook opdracht 2, waarmee we de mollen behandelden. Ik vertelde dan hoe het zat met de mollen, want nog niet iedereen begreep dat goed. Wauw! Zo snel waren ze niet bij de les daarvoor en een groot deel was al klaar. Een aantal leerlingen schreven nog. O jee, dacht ik. Moet ik nou verder of even wachten op de laatste leerlingen? Ik besloot dat laatste liever te doen.

Achteraf had ik dat niet moeten doen. Voor degenen die sneller waren had ik al de opdracht kunnen geven om het blaadje om te draaien en alvast het blaadje door te lezen met de opdrachten over akkoorden maken/vormen en de akkoorden van het nummer ‘Let me entertain you’ van Robbie Williams. Afijn, gelukkig waren de laatste leerlingen klaar en gaf ik de opdracht achter de keyboards te kruipen (en o ja, vergeet de koptelefoons niet) om de opdrachten te maken.

Ik vond echt dat de leerlingen goed gewerkt hadden. Ik vroeg mijzelf af of ik wel duidelijk genoeg was. Ging ik door de zenuwen niet te snel met praten? Oh, en het tempo in de les lag niet goed, zag ik. Was dat erg?

Ik stond stil bij allerlei kleine dingetjes die misschien wel belangrijk zijn, maar ik vergat even naar een nog belangrijker punt te kijken. Dat liet de reflectie in Utrecht toch maar weer zien. Het blijkt toch maar weer dat zo’n reflectiecirkel extra overzicht biedt! Want hebben de leerlingen gedaan wat er gedaan moest worden? Hebben ze gemaakt wat gemaakt moest worden en ook op de juiste manier? Ik keek even op…Ja! Er is gemaakt wat gemaakt moest worden! Mijn leerdoel is gelukt! 

Ook heb ik geleerd dat het superbelangrijk is een les goed af te sluiten. Als je niets zegt over het lesverloop, kunnen de leerlingen op den duur nonchalant worden (ach, wat maakt het uit wat we doen? Er wordt daar toch niet naar omgekeken, er wordt toch niets daarover gezegd). Het is goed eventjes een praatje houden tegen de klas over hoe de les ging. Al zeg je alleen maar dat de les goed verliep, het is belangrijk!

 

Tip van de week: Grenzen stellen voor het tempo van de les.

- tijd in de gaten houden (klok, horloge)

- tijd in de gaten houden (hoeveel hangende leerlingen kun je tellen?)

- tijd afspreken ‘jullie krijgen vijf minuten om…’


maandag 2 maart 2009

Mijn Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP)

Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP)
Hoofdvak Docent Muziek


Stap 1.
Waar sta je op dit moment?/Wat kan ik al? (sterkte/zwakte-analyse)

- Waar ben je goed in?
Ik merk dat ik geen enkele moeite heb met ‘het voor de klas staan’. Ik ben niet zenuwachtig om voor een groep te staan, of dat nu 5 of 24 kinderen zijn. Ik vind het erg leuk om lessen te maken en om het vervolgens ook te geven aan de kinderen. Mijn enthousiasme is mijn kracht, die ik over aan de kinderen geef. Mijn lessen variëren en dat houdt denk ik de kinderen ook veelal bezig.
Ik ben goed in het (zelf)reflecteren. Mijn ‘zwakke punten’ zie ik niet als zwakke punten, maar als ‘punten waar ik aan ga werken om te verbeteren’. Ik ben in staat een duidelijke en overzichtelijke blik te werpen op mijn gegeven lessen.

- Wat kun je nog verbeteren?
Ruismomenten. Deze moet ik zien te voorkomen. Dit komt onder andere door mijn manier van vragen stellen, maar ook doordat mijn instructies niet duidelijk genoeg zijn.
Ik wil graag mijn instructies zo duidelijk maken, dat de kinderen het begrijpen en gemotiveerd blijven in de les om door te gaan. De vraag die ik mij continu moet stellen: kom ik duidelijk over op de kinderen? Is mijn opdracht duidelijk geformuleerd?
Ook moet ik leren kijken naar de leerlingen die het wat moeilijker hebben. Dit is lastig, want welke leerlingen vinden het nu moeilijk en welke niet? Dit ligt per onderdeel anders. Ik hoop hier in mijn komende stage meer aandacht aan te kunnen schenken.

Stap 2.
Wat wil je bereiken?/Wat wil ik nog meer/beter kunnen? (persoonlijke leerdoelen)

- Wat zijn je ambities?
Ik wil een geschikte muziekdocente worden, passend in het competentieprofiel.
Mijn lessen wil ik zo gevarieerd mogelijk maken, waarbij de leerlingen volcontinu bezig zijn met muziek en ook de intentie hebben muziek te maken. Ik zou graag zien dat de leerlingen uitkijken naar mijn muzieklessen: muziek maken! Ik wil een muziekdocent zijn die de motivatie en het enthousiasme bij de kinderen erin kan blijven houden en toch de leerdoelen voor de leerlingen kan waarborgen.

- Waar wil je beter in worden?
Ik heb geleerd dat de sfeer van een klas bepalend kan zijn of je iets uit je lesvoorbereiding kan voltooien of niet. De kinderen werden steeds drukker naarmate Sinterklaas en vooral de kerstvakantie naderden. Ook namen zij minder snel iets tot hun op, maar wilden wel een hoger lestempo. Ze moesten met iets bezig zijn. Hierdoor heb ik veel geleerd om mijn ‘flow’ in mijn lessen te houden. Ik wil beter worden in de sfeer bepalen. Dit is lastig omdat je dit van tevoren niet weet, maar hoe moet je handelen? Wanneer weet je wanneer het lestempo omhoog moet en wanneer omlaag? Dit verschilt vaak per kind en daarom maakt dat het lastig.
Ik wil dat mijn lessen zo vloeiend mogelijk verlopen. De ‘flow’ moet erin zitten: geen ‘ruismomenten’. Ik wil zonder al te veel energie lekker door kunnen gaan met mijn les en de door mij opgestelde leerdoelen waarborgen. Daarbij moet ik natuurlijk ook letten op het stellen van mijn leerdoelen: is het realistisch deze leerdoelen te waarborgen?

- Wat wil je leren/kunnen/kennen?
Bij het vorige onderdeel heb ik omschreven waarin ik beter wil worden. Dat wil ik dan ook zoveel mogelijk nastreven om dit te leren/kunnen/kennen. Ik wil technieken leren om zonder al te veel moeite/energie toch het uiterste eruit te halen! Ik wil duidelijk zijn tegenover de leerlingen. Ik wil weten hoe ik in bepaalde situaties het beste kan optreden in een klas. De sfeer is erg bepalend voor de les. Bovendien wil ik dingen leren als het opstellen van een groep leerlingen bij een bepaalde opdracht. Dit soort dingen kunnen echter gewoonweg bereikt worden door gewoonweg uit te proberen. Ervaring opdoen!

Stap 3.
Hoe kom je daar?/Wat heb ik daarvoor nodig? (aanpak en middelen)

Mijn motto blijft: ervaring is de sleutel!
- Ik maak op tijd vóór mijn lessen mijn lesvoorbereidingen. Ik zal daarbij moeten kijken naar het niveau van de kinderen, maar ook naar de duur van de les, variatie, leerdoelen, leermiddelen, etc.
- Na iedere les maak ik een reflectie met mijn stagebegeleider. Door middel van die reflectie en tips, zie ik wat ik kan verbeteren en probeer ik de kwaliteit te verhogen van de lessen die ik geef.
- Tijdens mijn volgende stage hoop ik een kijkje te kunnen nemen bij een andere leerling. Zo hoop ik wat mee te kunnen pikken van de ervaring van de ander. Je raakt nooit uitgeleerd zeg ik maar.
- Doen, denken en doen!

Het is weer tijd voor stage numero 2

Hoihoi allemaal,

De stage voor het voortgezet onderwijs komt nu wel heel dichtbij! Persoonlijk vind ik het allemaal nogal spannend. Zo ben ik net van de middelbare school af, kom ik als broekie op het conservatorium, ga ik lesgeven op een middelbare school in Zoetermeer!
Stagetijd betekent natuurlijk ook weer: bloggerztijd! Mijn stagelessen zijn straks gewoon weer te volgen op mijn blog, te beginnen met mijn vernieuwde Persoonlijk OntwikkelingsPlan.

Gegroet!
Wivineke

donderdag 4 december 2008

Wauw! Wat een leuke les! 03-12-2008

Deze les was een succes!
Mijn eigen leerdoel is bereikt! De kinderen waren bij het klankspel ‘de Geluidsboom’ helemaal betrokken. Iedereen deed enthousiast en goed mee! De kinderen waren ook zeer geconcentreerd bij wat zij moesten doen. Wanneer er doodse stilte moest zijn, heerste er ook doodse stilte! De kinderen waren overigens ook dol enthousiast over het feit dat ze hun zelfgemaakte reuze schudeieren konden gebruiken. Dit was zo leuk om te zien! Iedereen had er lol in! Dit spel is ook leuk voor de kinderen die niet van zingen houden. Zij doen ook met alle plezier mee en kunnen hun ‘ei’ er ook in kwijt. Wat wel opviel, was dat toen er een leerling uit de klas voor het bord ging staan, de kinderen niet meer zo geconcentreerd waren als eerst: zij deden TE enthousiast mee. Het kind dat voor de klas stond bij de ‘geluidsboom’ wilde van alles uitproberen en ging iets te snel over van de ene klank naar de andere. Gevolg: doodse stilte niet meer aanwezig maar juist vol continu overgang van klank naar klank (de schudeieren niet uitgesloten natuurlijk: die zijn favoriet). Het is leuk mee te maken wat de kinderen doen met zo’n geluidsboom. Het mooie aan dit spel is ook het feit dat dit leuk is voor een behoorlijke leeftijdsgroep. Ellen Bos, mijn stagebegeleidster, was verrast door het feit dat de kinderen ontzettend enthousiast waren en het juist helemaal niet kinderachtig vonden!
Verhalen vertellen doet het zeer goed bij kinderen bleek maar weer bij deze les. De kinderen raken bij het verhaal en daarmee automatisch ook bij de les betrokken. Er was verder geen moeite nodig de kinderen bij de les te houden: even terugvallen op het verhaaltje en het werd superspannend wat ‘de geluidsboom’ nu weer voor klanken zou maken!
Gezien de muziekles later begon deze dag, zijn we niet toegekomen voor het kringspelletje en het voor- en nazingspel. Helemaal niet erg, want dit kan volgende week heel leuk worden in verband met de verjaardag van Ellen Bos. Dan zijn de kinderen de hele dag bezig met spelletjes. Leuk dus om een muziekspel ertussen te stoppen! Ik ben benieuwd!