zaterdag 21 maart 2009

Stageles 2. 18-03-2009

Niet zo’n leuke ervaring…maar wel heeeeel leerzaam!

Je wilt bewijzen dat je 2 TL-klas wel degelijk een zangklas kan zijn, ook al krijgen ze niet of nauwelijks zang van hun docent. Sta je daar met 28 leerlingen voor je neus, denkend: ‘Heerlijk, we kunnen beginnen,’ blijkt dat de klas niet gaat zingen.

Wat zou jij doen op zo’n moment?
Zelf kan ik in zo’n opzicht heel koppig zijn, haha, toegegeven. Ik besloot net zolang zelf door te gaan met zingen, totdat de leerlingen mij na gingen doen.
Ik was zo ontzettend blij dat ze nog een beetje gingen zingen. Heel zachtjes. Tja, hoe krijg je dan volume eruit? 28 ongeïnteresseerde houdingen zagen mijn ogen. Die met ontzettend veel moeite ook niet daaruit kwamen. Ik besloot rustig door te gaan, met een wat strenger optreden. Ik dacht: ‘Oh nee, mooi niet dat ik nu ga stoppen. Jullie gaan zingen!’
Natuurlijk vroeg ik mij tijdens het lesgeven af wat de leerlingen dachten. Het is moeilijk dat te achterhalen. Waarom zongen ze niet? En waarom, als ze gingen zingen, zo zacht? Is het de ervaring die er niet is? Gaat het om het lied? Is er iets voorgevallen vóór de les wat eigenlijk veroorzaakt dat ze geen zin hebben om te zingen? Schaamte?
Als docent heb je de taak erachter te komen wat de leerling denkt, wilt en voelt. Alleen wat de leerling doet valt nog te observeren. Het is moeilijk enkel daarmee te achterhalen wat de leerling denkt.
Hoe kom je erachter waarom leerlingen niet zingen?
- door te vragen
- door met de docent te praten
- door met de mentor te praten

In het vervolg wil ik ervoor zorgen dat ik van de minmomenten plusmomenten maak. De vraag is: hoe doe je dat?
In het vervolg wil ik meer letten op de kleine dingen die verbeteren. Hoe klein het verschil ook is aan verbetering, denk aan complimenten! Een compliment is ook de sleutel tot een goede relatie met de klas.

Tip: Maak geen aanname, ga geen interpretaties geven aan gedrag. Benoem enkel wat ze doen en wat je anders wilt zien aan het gedrag. Zeg niet ‘je bent…’, maar zeg enkel iets over het gedrag.

Alternatieven
De volgende keer als ik met deze klas bezig wil zijn met zang. Probeer ik eerst wat vertrouwen van ze te krijgen; beginnen vanuit iets bekends. Bijvoorbeeld een lied dat zij al kennen (uit de top 40). Ik kan ook beginnen met het begeleiden van akkoorden en daarna met ze hetzelfde nummer gaan zingen.

Achteraf ben ik overigens heel blij dat mij dit is overkomen. Ik heb hier veel van geleerd en ben hierdoor een ervaring rijker. In het vervolg bedenk ik goed wat het niveau is van de klas (hoewel die in dit geval moeilijk te bepalen was) en pas mij daarop ook aan. Ik ben benieuwd naar de volgende les met deze klas.

zondag 15 maart 2009

Is mijn leerdoel gelukt?

Woensdag 11-03-2009, gaf ik mijn eerste les op een middelbare school: het Erasmus College. Ik had het eerder niet gedacht, maar ik heb mij gelijk gestort in het vullen van een heel lesuur. Tijdens mijn kennismaking vorige week met klas 2 tl, merkte ik op dat de leerlingen nog niet voldoende de notennamen kennen van de zwarte toetsen van het keyboard (zowel in het geval van werken met kruisen als met mollen). Het leek alsof die stap was overgeslagen en de leerlingen moesten ook nog eens de akkoorden maken van het liedje ‘No air’ van ‘JordinSparks’. Dat ging bij de kennismaking moeizaam, mede door het feit dat zij de vragenstelling te ‘vaag’ vonden.

Als aansluiting op die les nam ik aan het begin van mijn gegeven les een stapje terug voor de leerlingen: de behandeling van de notennamen van de zwarte toetsen op het keyboard. Ik was best wel zenuwachtig voor deze eerste les, het voelde nog een beetje vreemd voor mij voor de klas te staan van de middelbare school waar ik net zelf van af ben! Ik had zoveel gedachten in mijn hoofd en wist voorheen ook precies wat ik wilde zeggen, maar door de zenuwen wist ik even niet meer waar ik moest beginnen.

Diep ademhalen Wivien, dacht ik en zo ging ik verder. Ik begon met het behandelen van kruisen. Dat ging snel! En sommige leerlingen beantwoordden ook opdracht 2, waarmee we de mollen behandelden. Ik vertelde dan hoe het zat met de mollen, want nog niet iedereen begreep dat goed. Wauw! Zo snel waren ze niet bij de les daarvoor en een groot deel was al klaar. Een aantal leerlingen schreven nog. O jee, dacht ik. Moet ik nou verder of even wachten op de laatste leerlingen? Ik besloot dat laatste liever te doen.

Achteraf had ik dat niet moeten doen. Voor degenen die sneller waren had ik al de opdracht kunnen geven om het blaadje om te draaien en alvast het blaadje door te lezen met de opdrachten over akkoorden maken/vormen en de akkoorden van het nummer ‘Let me entertain you’ van Robbie Williams. Afijn, gelukkig waren de laatste leerlingen klaar en gaf ik de opdracht achter de keyboards te kruipen (en o ja, vergeet de koptelefoons niet) om de opdrachten te maken.

Ik vond echt dat de leerlingen goed gewerkt hadden. Ik vroeg mijzelf af of ik wel duidelijk genoeg was. Ging ik door de zenuwen niet te snel met praten? Oh, en het tempo in de les lag niet goed, zag ik. Was dat erg?

Ik stond stil bij allerlei kleine dingetjes die misschien wel belangrijk zijn, maar ik vergat even naar een nog belangrijker punt te kijken. Dat liet de reflectie in Utrecht toch maar weer zien. Het blijkt toch maar weer dat zo’n reflectiecirkel extra overzicht biedt! Want hebben de leerlingen gedaan wat er gedaan moest worden? Hebben ze gemaakt wat gemaakt moest worden en ook op de juiste manier? Ik keek even op…Ja! Er is gemaakt wat gemaakt moest worden! Mijn leerdoel is gelukt! 

Ook heb ik geleerd dat het superbelangrijk is een les goed af te sluiten. Als je niets zegt over het lesverloop, kunnen de leerlingen op den duur nonchalant worden (ach, wat maakt het uit wat we doen? Er wordt daar toch niet naar omgekeken, er wordt toch niets daarover gezegd). Het is goed eventjes een praatje houden tegen de klas over hoe de les ging. Al zeg je alleen maar dat de les goed verliep, het is belangrijk!

 

Tip van de week: Grenzen stellen voor het tempo van de les.

- tijd in de gaten houden (klok, horloge)

- tijd in de gaten houden (hoeveel hangende leerlingen kun je tellen?)

- tijd afspreken ‘jullie krijgen vijf minuten om…’


maandag 2 maart 2009

Mijn Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP)

Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP)
Hoofdvak Docent Muziek


Stap 1.
Waar sta je op dit moment?/Wat kan ik al? (sterkte/zwakte-analyse)

- Waar ben je goed in?
Ik merk dat ik geen enkele moeite heb met ‘het voor de klas staan’. Ik ben niet zenuwachtig om voor een groep te staan, of dat nu 5 of 24 kinderen zijn. Ik vind het erg leuk om lessen te maken en om het vervolgens ook te geven aan de kinderen. Mijn enthousiasme is mijn kracht, die ik over aan de kinderen geef. Mijn lessen variëren en dat houdt denk ik de kinderen ook veelal bezig.
Ik ben goed in het (zelf)reflecteren. Mijn ‘zwakke punten’ zie ik niet als zwakke punten, maar als ‘punten waar ik aan ga werken om te verbeteren’. Ik ben in staat een duidelijke en overzichtelijke blik te werpen op mijn gegeven lessen.

- Wat kun je nog verbeteren?
Ruismomenten. Deze moet ik zien te voorkomen. Dit komt onder andere door mijn manier van vragen stellen, maar ook doordat mijn instructies niet duidelijk genoeg zijn.
Ik wil graag mijn instructies zo duidelijk maken, dat de kinderen het begrijpen en gemotiveerd blijven in de les om door te gaan. De vraag die ik mij continu moet stellen: kom ik duidelijk over op de kinderen? Is mijn opdracht duidelijk geformuleerd?
Ook moet ik leren kijken naar de leerlingen die het wat moeilijker hebben. Dit is lastig, want welke leerlingen vinden het nu moeilijk en welke niet? Dit ligt per onderdeel anders. Ik hoop hier in mijn komende stage meer aandacht aan te kunnen schenken.

Stap 2.
Wat wil je bereiken?/Wat wil ik nog meer/beter kunnen? (persoonlijke leerdoelen)

- Wat zijn je ambities?
Ik wil een geschikte muziekdocente worden, passend in het competentieprofiel.
Mijn lessen wil ik zo gevarieerd mogelijk maken, waarbij de leerlingen volcontinu bezig zijn met muziek en ook de intentie hebben muziek te maken. Ik zou graag zien dat de leerlingen uitkijken naar mijn muzieklessen: muziek maken! Ik wil een muziekdocent zijn die de motivatie en het enthousiasme bij de kinderen erin kan blijven houden en toch de leerdoelen voor de leerlingen kan waarborgen.

- Waar wil je beter in worden?
Ik heb geleerd dat de sfeer van een klas bepalend kan zijn of je iets uit je lesvoorbereiding kan voltooien of niet. De kinderen werden steeds drukker naarmate Sinterklaas en vooral de kerstvakantie naderden. Ook namen zij minder snel iets tot hun op, maar wilden wel een hoger lestempo. Ze moesten met iets bezig zijn. Hierdoor heb ik veel geleerd om mijn ‘flow’ in mijn lessen te houden. Ik wil beter worden in de sfeer bepalen. Dit is lastig omdat je dit van tevoren niet weet, maar hoe moet je handelen? Wanneer weet je wanneer het lestempo omhoog moet en wanneer omlaag? Dit verschilt vaak per kind en daarom maakt dat het lastig.
Ik wil dat mijn lessen zo vloeiend mogelijk verlopen. De ‘flow’ moet erin zitten: geen ‘ruismomenten’. Ik wil zonder al te veel energie lekker door kunnen gaan met mijn les en de door mij opgestelde leerdoelen waarborgen. Daarbij moet ik natuurlijk ook letten op het stellen van mijn leerdoelen: is het realistisch deze leerdoelen te waarborgen?

- Wat wil je leren/kunnen/kennen?
Bij het vorige onderdeel heb ik omschreven waarin ik beter wil worden. Dat wil ik dan ook zoveel mogelijk nastreven om dit te leren/kunnen/kennen. Ik wil technieken leren om zonder al te veel moeite/energie toch het uiterste eruit te halen! Ik wil duidelijk zijn tegenover de leerlingen. Ik wil weten hoe ik in bepaalde situaties het beste kan optreden in een klas. De sfeer is erg bepalend voor de les. Bovendien wil ik dingen leren als het opstellen van een groep leerlingen bij een bepaalde opdracht. Dit soort dingen kunnen echter gewoonweg bereikt worden door gewoonweg uit te proberen. Ervaring opdoen!

Stap 3.
Hoe kom je daar?/Wat heb ik daarvoor nodig? (aanpak en middelen)

Mijn motto blijft: ervaring is de sleutel!
- Ik maak op tijd vóór mijn lessen mijn lesvoorbereidingen. Ik zal daarbij moeten kijken naar het niveau van de kinderen, maar ook naar de duur van de les, variatie, leerdoelen, leermiddelen, etc.
- Na iedere les maak ik een reflectie met mijn stagebegeleider. Door middel van die reflectie en tips, zie ik wat ik kan verbeteren en probeer ik de kwaliteit te verhogen van de lessen die ik geef.
- Tijdens mijn volgende stage hoop ik een kijkje te kunnen nemen bij een andere leerling. Zo hoop ik wat mee te kunnen pikken van de ervaring van de ander. Je raakt nooit uitgeleerd zeg ik maar.
- Doen, denken en doen!

Het is weer tijd voor stage numero 2

Hoihoi allemaal,

De stage voor het voortgezet onderwijs komt nu wel heel dichtbij! Persoonlijk vind ik het allemaal nogal spannend. Zo ben ik net van de middelbare school af, kom ik als broekie op het conservatorium, ga ik lesgeven op een middelbare school in Zoetermeer!
Stagetijd betekent natuurlijk ook weer: bloggerztijd! Mijn stagelessen zijn straks gewoon weer te volgen op mijn blog, te beginnen met mijn vernieuwde Persoonlijk OntwikkelingsPlan.

Gegroet!
Wivineke

donderdag 4 december 2008

Wauw! Wat een leuke les! 03-12-2008

Deze les was een succes!
Mijn eigen leerdoel is bereikt! De kinderen waren bij het klankspel ‘de Geluidsboom’ helemaal betrokken. Iedereen deed enthousiast en goed mee! De kinderen waren ook zeer geconcentreerd bij wat zij moesten doen. Wanneer er doodse stilte moest zijn, heerste er ook doodse stilte! De kinderen waren overigens ook dol enthousiast over het feit dat ze hun zelfgemaakte reuze schudeieren konden gebruiken. Dit was zo leuk om te zien! Iedereen had er lol in! Dit spel is ook leuk voor de kinderen die niet van zingen houden. Zij doen ook met alle plezier mee en kunnen hun ‘ei’ er ook in kwijt. Wat wel opviel, was dat toen er een leerling uit de klas voor het bord ging staan, de kinderen niet meer zo geconcentreerd waren als eerst: zij deden TE enthousiast mee. Het kind dat voor de klas stond bij de ‘geluidsboom’ wilde van alles uitproberen en ging iets te snel over van de ene klank naar de andere. Gevolg: doodse stilte niet meer aanwezig maar juist vol continu overgang van klank naar klank (de schudeieren niet uitgesloten natuurlijk: die zijn favoriet). Het is leuk mee te maken wat de kinderen doen met zo’n geluidsboom. Het mooie aan dit spel is ook het feit dat dit leuk is voor een behoorlijke leeftijdsgroep. Ellen Bos, mijn stagebegeleidster, was verrast door het feit dat de kinderen ontzettend enthousiast waren en het juist helemaal niet kinderachtig vonden!
Verhalen vertellen doet het zeer goed bij kinderen bleek maar weer bij deze les. De kinderen raken bij het verhaal en daarmee automatisch ook bij de les betrokken. Er was verder geen moeite nodig de kinderen bij de les te houden: even terugvallen op het verhaaltje en het werd superspannend wat ‘de geluidsboom’ nu weer voor klanken zou maken!
Gezien de muziekles later begon deze dag, zijn we niet toegekomen voor het kringspelletje en het voor- en nazingspel. Helemaal niet erg, want dit kan volgende week heel leuk worden in verband met de verjaardag van Ellen Bos. Dan zijn de kinderen de hele dag bezig met spelletjes. Leuk dus om een muziekspel ertussen te stoppen! Ik ben benieuwd!

Les 5 en les 6. Sinterklaas is weer in het land en dat moet gevierd worden…met muziek!

Oké, in les 4 werd er een hele vooruitgang geboekt wat betreft ritmes lezen en klappen. Echter; de kinderen hebben wel moeite met het lezen en klappen van (voornamelijk) de halve noten. Logisch wel, want ta klinkt in beginsel even lang als to. Voor les 5 had ik daarop iets bedacht: to-o! Dus ging ik weer experimenteren of dat misschien de oplossing was voor de lengte van de halve noten. Jawel, de kinderen maakten er gebruik van en ze begrijpen nu ook beter wat er staat. Een aantal kinderen heeft nog moeite met het lezen en klappen van ritmes, dat wel. Maar belangrijk is dat zij nu weten wanneer ze iets fout doen. Dan hoor ik zo’n kinderstemmetje: ‘Oh wacht, oh nee. Mag ik het nog een keer doen?’ Vaak als er een aantal kinderen solo het ritme hebben geklapt, geef ik de opdracht het met zijn allen te klappen. Dan volgen er vaak geluiden van zuchtende kinderen die eigenlijk ook het ritme zelfstandig wilden klappen en wilden laten zien dat zij het konden.
Oefening baart kunst blijkt maar weer, want ik ben al vanaf de eerste les met ritme bezig. Ik zie hoe mijn leerlingen stap voor stap vooruit gaan. De kinderen vinden het nog steeds leuk, vooral omdat zij steeds gedreven zijn om meer te klappen; ze willen steeds verder komen! Ook denk ik dat de kinderen hebben gemerkt dat ik standaard de les begin met het onderdeel ritme. Naast het feit dat het een belangrijk onderdeel van muziek is, is het ook een goede warming-up voor de leerlingen!

Al weken wemelt het van de pepernoten en de chocoladeletters in de schappen van de supermarkt: het Sinterklaasfeest is in aantocht. Voor veel kinderen een spannende tijd en dat is te merken in de klas. En omdat het feest er aankomt, vervolg ik mijn vijfde les met het aanleren van een nieuw liedje, een sinterklaasliedje: ‘Sinterklaas is verdwenen’. Een superleuk liedje met een mooie melodie, dat gewoon prettig in het gehoor ligt bij zowel volwassenen als kinderen. Een liedje dat je zo weg zingt!
Dit keer stortte ik mij weer op een andere aanleermethode (daar is stage immers voor; doen, denken, doen! Experimenteren, uitproberen, ervaring mee opdoen en er vervolgens je lering eruit halen). Ik heb hierbij de voorbeelden gebruikt uit de liedbundel ‘EigenWijs’ en er vervolgens zelf nog wat vragen bij bedacht. De zelfbedachte luistervragen werkten goed, vragen die gaan over de tekst met als doel de vraag te kunnen beantwoorden: ‘Waar gaat de tekst van het liedje over?’
De opdracht uit de bundel, met de vingers knippen op het juiste moment, is ook een leuke opdracht om te doen met de kinderen. Ze pikken het ook snel op.
Maar de vraag uit ‘Eigenwijs’: ‘Uit hoeveel zinnen bestaat dit lied?’ is een vraag die ik in het vervolg nooit meer zal stellen als ik dit nummer aan kinderen zal leren. Het liedje bestaat uit vier zinnen, maar wel vier zinnen met meerdere komma’s. Het lijkt er dus op dat er meerdere zinnen zijn. Een vraag die verwarring oproept bij de kinderen en daarmee weer een beetje onrust brengt in de klas. Weg was de ‘flow’, die ik zo mooi opgebouwd had met mijn eigen vragen. Ik ben blij dat ik de vraag uit de bundel heb uitgeprobeerd; zo weet ik in ieder geval voor de volgende keer dat ik deze vraag niet meer zal stellen bij het aanleren van dit lied.
De kinderen hadden door de opdrachten het liedje al meerdere malen gehoord en wilden ook allang het liedje meezingen.
Voordeel: de kinderen leren op een zeer snelle manier een liedje aan en kunnen het zo meezingen!
Nadeel: er ontstaat wel een vraag naar een hoger lestempo vanuit de kinderen; zij willen juist graag het nummer al meezingen. (maar dat is juist leuk, het houdt ze betrokken bij het liedje en bij je les)
Maar o wat is dit een leuk liedje om te zingen met de klas! Ik vind het zelf ook een liedje met een mooie, spannende melodie.

Les 6. Nog een sinterklaasliedje! De ‘Sinterklaasrap’. De kinderen uit mijn klas vinden rappen helemaal geweldig, maar ze kunnen dan ook wel een beetje errug druk worden haha! Ik wilde deze les wel beginnen met ritme klappen, maar dit keer lazen de kinderen het ritme van de hele ‘Sinterklaasrap’. Tja, het feit dat ze wisten dat het de rap was, zorgde er weer voor dat er een hoger lestempo gevraagd wordt. Kinderen willen het eigenlijk al rappen en raken een beetje ongeduldig. Wat te doen? De laatste regels van de rap deed ik voor en de kinderen lazen mee en deden het ritme klappen na. Vervolgens de tekst erop en voilá: de Sinterklaasrap!

Helaas kreeg ik wel een rommelig gevoel van les 6. De kinderen waren druk en de jongens werden afgeleid door jongens die normaal niet in de klas zaten (er was een juf ziek). Nog voor ik überhaupt begon aan mijn les, was ik eigenlijk al begonnen met een les met onrustige kinderen. Er was bovendien ook iemand jarig, waardoor mijn les werd ingekort. Ik heb niet mijn hele les kunnen uitvoeren helaas, maar dat is al eens gebeurd en zal ook nog wel vaker gebeuren. Helaas pindakaas.
De sfeer in de klas vroeg om een hoger lestempo. De kinderen wilden de rap, zoals verteld eigenlijk al rappen. Door het feit dat de kinderen dus onbewust om een hoger lestempo vroegen, verdween daarmee ook mijn ‘flow’ en ontstonden er ‘ruismomenten’.
Wat ik van deze les heb geleerd? Mij aanpassen aan de sfeer in de klas en het lestempo verhogen als de sfeer in de klas daarom ‘vraagt’. Ik ben overigens wel tevreden over het feit dat ik al een vraag had voorzien. (wat is een ‘strop’?) Het is toch fijn om dat soort dingen door te nemen met de klas: begrijpen zij de tekst van de rap?

Al met al een beetje een rumoerige les in mijn ogen: in het vervolg zal ik beter letten op de sfeer in de klas, maar ook weer gebruik maken van ‘technieken’ die ik eerder heb geleerd tijdens deze stage, zoals ‘zachter praten’, verhaaltjes vertellen, etc. De ‘flow’ voortdurend laten doorgaan en ‘ruismomenten’ voorkomen.

Nu heb ik veel geleerd uit eigen ervaring, maar hebben jullie nog tips tegen (alle soorten) ‘ruismomenten’? Blog ze!;)

woensdag 3 december 2008

Les 3 en les 4: ritmes lezen en klappen en de ‘Hand jive round’

In les 3 ben ik met de kinderen verder ingegaan op het lezen en klappen van ritme. In de eerste les leerden zij kennis maken met ritme klappen en in les 2 leerden zij kennis maken met de notatie. Wat abstract? Misschien, maar het zorgt er niet voor dat ze ritme minder leuk gaan vinden: het ritme onderdeel van de les vinden zij juist leuk! Toch bleek maar weer dat zij het ritme lezen toch moeilijk vonden en niet helemaal begrepen. Hoe los ik dit op? Hoe krijg ik het voor elkaar dat een kwartnoot in een vierkwartsmaat één tel duurt? Hoe krijg ik het voor elkaar dat de kinderen de achtste noten en de halve noten begrijpen?

De oplossing kwam al tot uiting in les 4! Een oude methode die toch maar weer zijn vruchten afwerpt! Ta, titi, to. De kwartnoten noem ik ‘ta’, de achtste noten ‘ti’ en de halve noten noem ik ‘to’. Wat een vooruitgang binnen één les! Benamingen voor de noten blijken gewoon zeer prettig te werken. Kinderen hebben duidelijk behoefte aan houvast. Dat een klap een bepaald aantal tellen duurt is natuurlijk onlogisch: er klinkt toch maar een klap? Niets meer en niets minder! Natuurlijk zijn er een aantal kinderen die hier geen moeite mee hebben, maar de meerderheid heeft toch behoefte aan iets meer en dat is ‘spraak’.
Oefening baart kunst. Ik schreef een tiental ritmes op het bord. Oeh, teveel? Dat bedacht ik mij ook even voor een paar tellen, maar al snel bleek dat het helemaal niet teveel is en ook niet te weinig! De kinderen kregen juist de zin erin verder te komen: ‘Juf, mag ik het volgende ritme al klappen?’, klonk er al door de klas. ‘Juf, mag ik ritme vijf al klappen?’
Helemaal had ik ze te pakken toen ik ritme tien een ‘bonus’ ritme heb genoemd. De lijn was nog leeg, maar ik zou er noten op gaan schrijven. Ik hoorde al geroezemoes door de klas: ‘Bonus?’ Iedereen was nieuwsgierig: wat zou er komen te staan? Ik zei de kinderen dat ze alvast konden bedenken hoe het ritme te klappen, terwijl ik het schreef. Wat er zo bijzonder was aan het ritme? Alle verschillende noten die zij hadden geleerd kwamen voor in dat ene ritmische stukje. Daarmee had ik ervoor gezorgd dat ik ongestoord mijn rug kon keren naar de klas, zonder dat de kinderen gingen praten. Want tja…iedereen was benieuwd naar de ‘bonus’ van de ritmes! En iedereen wilde het ritme ook klappen!
Ik ben in les 4 lang vooral bezig geweest met het ritme onderdeel, maar ik ben dan ook dik tevreden met de vooruitgang die er geboekt is tijdens die les. Wat een verschil met les 3!

Maar in les 4 wilde ik ook een nieuw lied leren: de ‘Hand jive round’. Deze wilde ik de kinderen al aanleren in les 3, maar ik kwam er niet aan toe tijdens die les.
In les 3 herhaalde ik het aangeleerde liedje van de eerste les: ‘Ik ben de blauwbilgorgel’. Ik wilde graag verbetering aanbrengen in het zingen van de melodie. Deze bleek in de eerste les toch soms lastig te zijn. Een goede oplossing leek mij: de melodie zingen op ‘dadada’. Voor- en nazingen, in stappen. In de eerste les ging het voor- en nazingen van twee zinnen achter elkaar niet goed: de eerste zin kreeg toen de melodie van de tweede zin. Maar wat gebeurde er in les 3? Ik zong de melodie op ‘dadada’ voor van de eerste zin en de kinderen zongen op ‘dadada’ de melodie van de volgende zin! Ze begrepen het dus toch wel en de melodie zat wel degelijk in hun hoofd! Ik moest wel even lachen toen, want ik was verbaasd dat de kinderen nu in één klap hadden aangetoond dat zij wel de melodie goed konden zingen. De ‘blauwbilgorgel’ is ook een leuk lied om de kinderen aan te leren: een liedje met meerdere coupletten, een liedje met fantasie en een liedje met een mooie melodie.

In les 4 kwam dus uiteindelijk toch de ‘Hand jive round’. Een Engels liedje en dat is ook goed te doen met kinderen van groep zes. Liedjes met vreemde talen vinden kinderen juist leuk. Een verhaaltje erbij maakt het natuurlijk helemaal leuk! Een leerdoel voor mijzelf was ook dat ik zogenoemde ‘ruismomenten’ wilde voorkomen: de ‘flow’ moet erin blijven! Een verhaaltje vertellen werkt kan ik je vertellen! Kinderen zijn geboeid en raken helemaal bij je verhaal betrokken en daarmee ook bij je les. En dan nog iets…een liedje met bewegingen is natuurlijk helemaal cool! Zeker als zij een handjive leren: een dans die is ontstaan in de jaren zestig! Superinteressant en het is echt een hit in de klas geworden. Na de les klonk het liedje nog door de gangen.

Tot slot wil ik graag nog een moment beschrijven van les 4.
Wat deed de docent? Op een gegeven moment ging ik zachter praten.
Wat deden de leerlingen? Zij luisterden heel aandachtig en stuk voor stuk was iedereen er met zijn/haar gedachten er helemaal bij.
Wat voelde de docent? Ik merkte het allemaal pas op het moment toen ik zachter ging praten. Het ‘zachter praten’ ging onbewust, maar ik werd mij er wel van bewust wat er bij de kinderen gebeurde: ik voelde mijzelf rustiger worden en het gevoel dat ik alle aandacht ECHT had van de kinderen, kreeg ik ook. Ik kreeg langzamerhand alle controle, met weinig moeite.
Wat voelden de kinderen? Zij voelde een bepaalde ‘spanning’, door middel van het ‘zacht praten’ van de docent, werd het allemaal ‘interessanter’. Zij werden ook rustiger.
Wat wilde de docent? Dat de kinderen luisteren naar mijn uitleg.
Wat wilden de kinderen? Door het ‘zacht praten’ van de docent, leek het spannender en interessanter om ernaar te luisteren.

Conclusie? Zacht praten helpt(!) de kinderen meer betrokken te raken bij hetgeen je wilt vertellen. Er ontstaat een bepaalde spanning: kinderen worden nieuwsgierig en gaan juist luisteren, maar worden ook rustiger omdat jij je stem rustiger gebruikt.