woensdag 10 november 2010

Je lessen aanpassen; reflectie 10-11-2010

Een volle dag achter de rug. Mijn benen doen zeer.

Voor vandaag heb ik aanpassingen in mijn lessen gemaakt om ze te verbeteren. Het eerste uur gaf ik les aan een eersteklas. Ik ging zou het lied ‘Twee Motten’ met ze herhalen. Dit keer wilde ik dat de tekst op de juiste momenten werd gezongen door iedereen: gelijke inzet dus. Hiervoor (dat heb ik gisteren ook gedaan) was ik van plan om de klas zelf te laten uitzoeken waar de nadrukken liggen in de zinnen van het lied. De nadruk van de zin valt uiteindelijk altijd op de eerste tel van een maat. Zo zingen we uiteindelijk automatisch de opmaat juist. En dit was mijn doel: het juist zingen van de tekst op het juiste moment, ook met de opmaten. Tegelijkertijd zijn de leerlingen ook bezig met het analyseren van het muziekstuk. Ik heb deze eerste les de tip opgevolgd van mijn stagementor: Wat betreft de nadruk op sommige zinsdelen: je kunt er ook een paar uitlichten i.p.v. het hele refrein + couplet te behandelen. “Dan beseffen de leerlingen het ook”. Dit heb ik gedaan. Ik ging er ook sneller doorheen en de leerlingen zongen alsnog veel beter dan de vorige keer! De teksten vielen nu veel beter op hun plek! Dit is ook prettig voor de leerlingen. Zo konden ze al snel weer aan de slag gaan met de keyboards en…drummen! Voor het drummen heb ik kort voor de klas een introductie gegeven: oefenen van de basisgroove (1e tel: kick + hihat; 2e tel: hihat + snare; 3e tel: kick + hihat; 4e tel: hihat + snare) met de handen op de knieën. Vervolgens ging iedereen aan de slag met keyboard spelen en de eerste tien leerlingen konden met mij mee naar het drumstel. Lastig: op een gegeven moment moesten een aantal leerlingen een paraaf hebben en hun liedjes spelen op de piano voor mij. Probleem: ik kan mij niet in tweeën delen! En mijn stagementor was er op dat moment niet. Ik heb gevraagd aan een leerling die goed de basisgroove kon drummen, of hij de andere leerlingen even kon helpen. Zo kon ik weer aan het werk met de leerlingen die piano gingen spelen. Toch lastig: de leerlingen die drums spelen zijn zo enthousiast dat ze vaak even willen ‘rammen’ op alle onderdelen van het drumstel (wat natuurlijk een ongelooflijke overlast geeft). Hoe kan ik dit de volgende keer voorkomen? Heeft iemand tips?

Deze les was heel goed gegaan, echter was ik nog niet tevreden genoeg over het aanleren van ‘Twee Motten’. Tijdens het O-uur (zelfstandig werkuur) waarin de leerlingen die langskwamen braaf zaten te werken (keyboard spelen, leren of luisteroefeningen maken) bedacht ik nog iets anders. Iets dat ik al in gedachten had, maar nog niet visueel had gemaakt voor de leerlingen: maten tekenen op het bord en daar de woorden in plaatsen. Van tevoren heb ik bepaald welke woorden/woorddelen ik al kon weggeven. De lastige heb ik open gelaten: de leerlingen mochten die zelf uitzoeken. In de les van de volgende eersteklas heb ik dit uitgeprobeerd, echter duurde het voor het mooie te lang. Ik heb hier ook weer een tip opgevolgd van mijn stagementor: Duurt het te lang? Dan moet je het onderdeel gewoon afkappen en met iets anders doorgaan. Dat heb ik gedaan. De klas heeft het lied daarna nog 1 keer helemaal gezongen en vervolgens ben ik net zo verder gegaan als in de eerste les van vandaag.

Verder had ik nog twee tweedeklassen vandaag. Ook hier heb ik de tips van mijn stagementor meteen opgevolgd. En WAUW! Wat een goede les had ik met de eerste tweedeklas! Ik heb klassikaal eerst het werkblad besproken. Het is nieuw voor de leerlingen om zelf uit te zoeken uit welke akkoordtonen een akkoord bestaat. Dus begon ik met een eenvoudig verhaaltje: “Er bestaan twee soorten akkoorden: vrolijke (majeur) en droevige akkoorden (mineur).” Na klassikaal het eerste akkoord te hebben besproken heb ik de klas aan het werk gezet. Zodra ik merkte dat vrijwel iedereen de opdracht af had, besprak ik de opdracht en vertelde ik de bedoeling van opdracht 2 (zo dicht mogelijk de akkoordliggingen bij elkaar zoeken, bv. van het C-akkoord naar het F-akkoord; hoe pak je deze akkoorden het makkelijkst? Zijn er akkoordtonen die voorkomen in beide akkoorden? Deze kun je laten liggen, dat is het prettigst, etc.) Ik ben zeer tevreden over deze les! De leerlingen hebben hard gewerkt en zijn zelfs al bezig met het spelen van het akkoordschema!

Echter, met de andere tweedeklas ging mijn les over The Beatles minder. De klas was druk en rumoerig EN brutaal! Dat kon ik niet accepteren! En ja hoor, ik heb een leerling eruit gestuurd en toen het daarna zelfs nog steeds rumoerig was, was ik het zat! Ik heb een preek gegeven en de leerlingen daarna aan het werk gezet met de opdrachten. Het ging moeizaam. Veel leerlingen ‘begrepen het niet’. Dit kwam omdat ze niet luisterden en de opdrachten niet lazen. Op de een of andere manier is deze klas minder gemotiveerd. Ik geef de les exact hetzelfde als bij de andere klas, waarom ging het hier dan mis? Helaas was mijn stagementor niet bij deze les en kan ik hem niet vragen wat het verschil is.

Verder heb ik vandaag gezien hoe mijn stagementor cijfers geeft wat betreft het spelen van keyboards en drums van klas 3. Hij doet het veelal intuïtief. Dat maakt het voor mij lastiger om leerlingen cijfers te geven (zo voel ik het althans). De leerlingen waren goed zelfstandig bezig. Ik heb een leerling geholpen met het spelen van een lied. Zij is nu klaar om voor een cijfer te spelen. Dit soort momenten vind ik altijd heel mooi. Hiervoor doe je het, voor de leerling die wat WIL leren! In mijn pauze heb ik zelfs een aantal leerlingen geholpen met het spelen van de piano. Het kost me mijn pauze, maar dat heb ik er graag voor over. Juist voor deze mooie momenten! Daar doe ik het voor!

Met klas 5HV ben ik weer verder gegaan met de Fuga. Ter plekke kreeg ik een fuga en een inventie van mijn stagementor met daarbij een handout. Aan mij de taak om dit met de klas door te nemen en te beginnen met het oefenen van het zoeken naar thema-inzetten. Dit vinden ze heel lastig en het mooie is: ik zelf ook! Juist daarom vind ik het leuk om deze klas les te geven. De vragen die zij stellen slaan de spijker precies keihard op zijn kop: ik weet ook niet alles. Ik vind het vaak ook nog flink puzzelen. En daarom puzzel ik met ze meeJ

Tot slot heb ik een start gemaakt met mijn brugklaskoortjes! Leuk! Na wat inzingoefeningen ben ik gestart met het nummer dat ze allemaal meezingen: ‘God gave rock and roll to you’ van Kiss. De leerlingen zingen mooi! Ik miste alleen nog even de pit bij dit lied. Dus leerde ik ze kennis maken met de ademsteun door middel van ‘ksst’-oefeningetjes en de handen in de zij te stoppen. Vervolgens zongen we het refrein van het lied nog een keer. BAM! Wat een power! Geweldig! Wauw! Hier werd ik helemaal blij van! Ik vind het superleuk dat ik met deze kleine groep van 13 leerlingen samenwerk voor de kerstviering!


Al met al vind ik vandaag een slopende, maar erg leerzame dag! Ik heb veel tips van mijn stagementor toegepast en ik heb mijn lessen verbeterd!

dinsdag 9 november 2010

Geen ordeprobleem, maar iets anders… 09-11-2010

Vandaag startte ik de dag met klas 5HV. Mijn stagementor stelde voor om de gemaakte eindexamens na te kijken. Echter, de ene helft van de klas had het al nagekeken met mij in het O-uur (zelfstandig werkuur), terwijl de andere helft het nog moest nakijken. Ai, wat moet ik doen? Wel of niet? Wat zou jij hebben gedaan als je in deze situatie zat?

Eerst dacht ik om enkel de lastige vragen klassikaal na te kijken, omdat ik met de andere leerlingen al had gemerkt dat sommige vragen ‘vaag’ waren. Wellicht had de rest wel het goede antwoord gevonden.

Mijn stagementor had een beter idee: de rest zou zelfstandig op een ander moment de examens nakijken. Deze les zijn we klassikaal gestart met het maken van het eindexamen van 2010. Ik maak zelf ook de opdrachten met de leerlingen. Na elke vraag stopte ik de cd en bespraken we de vraag. Welke antwoorden hadden we gevonden en waren ze goed? Het nakijkexemplaar had ik erbij op de computer, daar keek ik op als ik de vraag zelf had ingevuld. Op een gegeven moment moest ik lachen. De leerlingen keken op. Ik legde uit dat het antwoord zó voor de hand liggend was, dat we er niet op zouden komen (of juist wel, maar dat we zouden denken dat dat teveel voor de hand liggend zou zijn). De leerlingen waren het met me eens toen ik het antwoord vertelde. We konden er wel om lachen. Maar het probleem met de eindexamens is wel: wanneer mag je het eenvoudige opschrijven en wanneer moet je verder kijken dan je neus lang is? Het enige antwoord daarop is: oefenen.

Ik vind het een ontzettend fijne klas om mee te werken. Het is een kleine, maar zeer gemotiveerde klas. Ik zit met deze leerlingen erg op één lijn. Ik snap dat melodisch dictee moeilijk is. Ik snap dat al die termen die bij de uitleg van een fuga komen kijken erg ingewikkeld en verwarrend zijn. Daarom wil ik ze helpen. Ik voel met ze mee. Dat vind ik zo leuk aan de bovenbouwklas.

Verder heb ik BK2 de eerste les gegeven van de Beatles lessenserie. Ik begon met een kort geschiedenisverhaal over The Beatles. De leerlingen luisterden aandachtig. Helaas moest ik het zonder YouTube filmpjes doen, omdat Internet het niet deed. Ondanks dit hebben de leerlingen naar mijn volledige verhaal geluisterd. Verder heb ik ze aan het werk gezet met een nieuw lied voor het keyboard: ‘Can’t buy me love’ van The Beatles. Dit ging enigszins wat moeizaam. De leerlingen begrepen mijn uitleg niet. Toen ik dat merkte, liet ik ze aan de slag gaan. ‘Kijk naar je blad en open je keyboardtafels’, zei ik. Dan konden ze zelf zien, wat ik bedoelde. Enkel vertellen had geen zin. Terwijl de leerlingen bezig waren liep ik overal langs. Veel leerlingen begrepen het verhaal niet, ondanks de uitleg op hun werkblad. Heb ik het onduidelijk omschreven?

Ik heb de les nabesproken met mijn stagementor. Hij vertelde mij dat de leerlingen niet lezen. Ik moest even nadenken. (Ze kunnen toch wel lezen dacht ik?) Maar dat doen ze dus niet. Alles is wel goed omschreven, alleen lezen de leerlingen het allemaal maar half.

Tip: Lees klassikaal het blad door. Dan weet je zeker dat de leerlingen het lezen.

Enkel één onderdeel is lastig omschreven op het werkblad. De termen groot/klein en majeur/mineur kennen ze niet. Ook hebben ze nog nooit van intervallen gehoord. Dat begreep ik tijdens het lesgeven (gezien de vraagtekenhoofden). Dat wist ik niet.

Tip: Leg uit: je hebt vrolijke akkoorden en droevige akkoorden. De vrolijke akkoorden noemen we majeur en de droevige akkoorden noemen we mineur. Leg het meer uit in hun taal.

Eigenlijk mist er een theorievel. De uitleg van majeur/mineur mist. Want aan het begin van mijn werkblad kun je zien dat ik ervan uit ga dat ze dat wel weten. Dat klopt ook. Ik dacht dat ze dat wisten. Ik heb hier de beginsituatie niet helemaal goed ingeschat. Wel heb ik goed in hun taal omschreven hoe ze de noten kunnen vinden (bv. ga op de begintoets staan en ga 4 toetsen naar rechts). Dat is heel duidelijk!

De uitleg van majeur/mineur en onderdelen van het werkblad kan ik verwerken in een kort verhaal voordat ik de leerlingen aan het werk zet. Bv. ‘Stel ik heb een liedje dat begint met het akkoord Dm, wat is dat dan?’ à Tip: Betrek de leerlingen meer bij je verhaal. Laat hen zelf de opdrachten zoeken. Als je het voorzegt, denken de leerlingen ‘Ach, de juf vertelt het toch wel in een verhaal’.

Top: het verhaal en de omschrijvingen op het werkblad zijn heel duidelijk!

Tip: Zet op het werkblad dat een kleine ‘m’ mineur aangeeft in plaats van ‘M’.

Tip: Het feit dat je een ander akkoord weggeeft dan ze zelf moeten opzoeken is begrijpelijk, maar doe liever een simpeler akkoord dan D-Fis-A. Geef in dit geval toch maar een C-akkoord weg. Dat is makkelijker te begrijpen.

Verder vertelde mijn stagementor dat ik prima overwicht heb en dat ik helemaal geen ordeprobleem heb! Dat vond ik heel fijn te horen! Het enige wat ik soms niet door heb is dat er in een hoekje leerlingen praten. Daar moet ik direct op inhaken. Het klopt inderdaad dat dit soort dingen mij net wat later opvallen. Heel vreemd, maar ik heb het gewoon nog niet altijd door!

Verder ga ik toch in mijn lessenserie verwerken dat we ook ‘Can’t buy me love’ gaan zingen. Mijn stagementor gaf me de tip om dit toch te doen, omdat leerlingen dan een beter beeld krijgen van het lied. Ze voelen dan ook met het spelen van de keyboards beter waar de rust komt.

Tot slot heb ik klas B1L lesgegeven. De bedoeling was om verder te gaan met het lied ‘Twee Motten’, keyboards spelen en drummen. Echter: de helft van de lesvoorbereiding heb ik niet gedaan, vanwege de leerlingen die telkens kletsten door mijn verhaal heen. Voor het eerst in mijn leven heb ik een leerling eruit gestuurd! En dat vond ik echt niet leuk om te doen. Ik had bijna meerdere leerlingen eruit gestuurd. Dat had gekund, maar heb ik niet gedaan. Ik vond het naar om te doen, maar het hielp wel. Ik heb letterlijk tegen de klas gezegd dat ik het HAAT om een leerling eruit te sturen, maar dat hier gewoon de grens ligt voor mij. Toen was de klas doodstil…doodstil. Ik werd er bang van!

Ik heb de les nabesproken met mijn stagementor. Hij legde mij ook hier uit dat ik geen ordeprobleem heb, daar ligt het niet aan (wat ik wel dacht). Ik straal volgens hem een natuurlijk overwicht uit. Echter om de een of andere reden heb ik soms niet door dat een leerling in een hoekje praat of dat er iets gebeurt. Ik moet daar juist snel op inhaken! Als ik dat niet doe ‘ontspoort de les meer dan normaal’. Als ik leer sneller en directer daarop te reageren, dan zal het mij ook minder energie kosten en ‘blijft de les leuk’.

Wat betreft mijn opdracht voor het zingen: het hielp! Ik heb deze les namelijk een andere manier van aanleren gebruikt. Ik gaf de leerlingen de opdracht te kijken naar de woorden die de grootste nadruk hadden in de zin. Deze woorden vielen namelijk op de eerste tel van een maat. Door dit te ‘analyseren’ zongen de leerlingen de tekst op het juiste moment (ook al viel het gebrabbel allemaal in een lange opmaat).

Mijn stagementor vind mijn manier van werken heel ‘consciëntieus’. Zowel in mijn manier van lesgeven, als mijn voorbereidingen. Ik mag gerust wat ‘minder’ doen. Vorige week heb ik onvoorbereid ook lesgegeven. Toen heb ik het ook overleefd en ging het goed. Als ik misschien minder gedetailleerd voorbereid, zal ik wellicht wat minder gestrest voor de klas gaan staan. Ik heb deze les mijn eerste opdracht afgemaakt, wat betreft zingen. Ik kreeg de tip van hem om in het vervolg toch ervoor te kiezen na een bepaalde tijd (wat in de planning staat), gewoon te zeggen: ‘Ok, genoeg voor deze les, we gaan wat anders doen.’ Dat is ook leuk voor de leerlingen. Ik vind dit een hele goede tip, alhoewel ik wel vind dat deze klas het ernaar gemaakt had: drummen komt de volgende keer. Dat begreep mijn stagementor ook.

Tip: Wat betreft de nadruk op sommige zinsdelen: je kunt er ook een paar uitlichten i.p.v. het hele refrein + couplet te behandelen. Dan beseffen de leerlingen het ook.

Top: Iemand eruit sturen was nodig. Het had eigenlijk eerder gemoeten. “Als je het eerder had gedaan, dan had je les minder ontspoord geweest dan normaal.”

Wat ik jammer vind, zo realiseerde ik mij vandaag, is dat de leerlingen op dag 1 in de week altijd ‘de lul’ zijn wat betreft het uitproberen van nieuwe lessen. Zonde dat zij altijd de eerste proefkonijnen zijn. Ze zullen nooit de verbeterde les meemaken.

donderdag 28 oktober 2010

Fuga’s en motten; Let it be. 28-10-2010

Vandaag begon ik met 5HV de les over Fuga’s. Wat is een Fuga? Hoe zit dat met al die regeltjes en structuur? Ik probeerde het uit te leggen aan een hand van een verhaaltje: er speelt zich een soap af. Je hebt een rol die aankomt met de dux. Vervolgens komt er een tegenstander die de dux herhaalt, maar dan in de dominant. De stem die eerst de dux zong, gaat er gelijk tegenin met een contrasubject. In de klas rijzen die vingers alweer omhoog, is de comes ook een thema? Sommige termen hebben ze voorbij zien komen, maar een groot deel blijkt nog vrij nieuw. Na een lang verhaal met uitleg aan de hand van een voorbeeld uit ons bekende Atlas-boekje, begrepen de leerlingen het ongeveer. Er worden veel vragen gesteld over de tussenspelen en divertimento’s. Wanneer heet het nou een tussenspel en wanneer een divertimento? Dit soort vragen had ik niet zien aankomen. Ik heb lang gedaan over deze uitleg; bijna een hele les (een volle les duurt hier 50 minuten). De volgende keer wil ik dat dit max. 20 minuten kost. Maar hoe doe ik dat? Heeft er iemand tips voor mij? Deze vraag hebben we al meerdere malen gesteld bij de Contrapunt/Harmonielessen, maar ik stel de vraag toch nog een keer.

Ik denk dat mijn verhaal wel helpt, maar ze missen eigenlijk nog een opstap. Eigenlijk is het de bedoeling dat mijn eerste lessen bedoeld zijn voor observatie. Mijn stagementor zet mij gelijk voor de klas! (voorbereid of niet; dat kon je in mijn artikel gisteren ook lezen) En dat vind ik niet erg, ik leer er veel van! Hij vertelde mij van de week dat de leerlingen al bezig waren met de Fuga, maar als ik terugkijk op de blikken en de reacties in mijn les van vanochtend, betwijfel ik het of het ECHT een herhaling was. Het meeste was nog allemaal nieuw, terwijl ik dacht dat termen als thema, dux en comes al bekend zouden zijn.

Wellicht zou mijn verhaal beter helpen als ze deze termen al beter kennen. Over twee weken (volgende week is alweer testweek) geef ik ze een handout mee over de Fuga, zodat ze het thuis nog een keer door kunnen lezen. Daarnaast ga ik een fuga met ze analyseren, om het echt helemaal te begrijpen.

Het laatste deel van de les ging klas 5HV een koorstuk zingen: ‘Je ne lose dire’; een Renaissancestuk van Pierre Certon. De klas leert uit elke stijlperiode 1 koorstuk. Zoals ik het heb begrepen gaan ze deze koorstukken uitvoeren voor publiek dit schooljaar. Bij dit lesonderdeel vroeg ik toch aan mijn stagementor hoe zij te werk gingen. Ik vond het belangrijk te weten hoe de leerlingen gewend waren te staan en te zingen. ‘Gewoon, net als bij ieder koor. Bij elkaar.’ Het leek me een beetje lastig (de tafels vallen niet te verschuiven, er zitten keyboards in de tafels) Maar er ontstonden groepjes dichtbij de piano, sommigen stonden een beetje tussen de tafels door. Ik had het lied wel ingestudeerd, zodat ik als ik voor de groep zou staan (wat ik ook moest doen), de les kon overnemen. Het voelde best wel vreemd, koorles in een klaslokaal midden in een muziekles. Ik was het niet gewend! We konden het lied maar een paar keer doorzingen, want de les was alweer bijna voorbij.

Ik stond wat onzeker voor dit koortje, omdat ik het niet gewend was denk ik. Ik had er nooit over nagedacht om een vierstemmig koor te begeleiden in een muziekles en er als een dirigent te staan. Wel heel leuk! Het verbreed weer mijn beeld wat ik heb over een muziekles. (weer wat geleerd)

Verder heb ik vandaag een leuke ‘Twee Motten’-les gegeven aan een eersteklas. Dit is een beetje een rommelige, drukke klas. Het mooie is dat er een map is die ik er steeds bij pak, waarin alle namen staan op een plattegrond. Ik kan mooi een leerling bij de naam noemen en ergens op aanspreken, waarop de hele klas verbaasd was. ‘Wooooow, hoe weet u mijn naam?’ Haha, daar had ik hem even tuk! Na het zingen (de leerlingen vonden het een zeer leuk nummer en dat kon je aan ze horen) zijn we verder gegaan met spelen (keyboards), zoals de andere eersteklassers deze week. Ik ben hierbij nog nooit zo strict, duidelijk en consequent geweest! De leerlingen moeten verschillende liedjes spelen en laten horen bij de docent op de piano. Doen ze dit goed, dan krijgen ze een paraaf bij het lied op de lijst. Eerder in de week bij mijn stagementor zag ik dat er een hele rij van leerlingen ontstond bij de piano. Dat vond ik zo chaotisch! Dan kan ik me echt niet concentreren. Daarom zei ik, voordat de leerlingen aan de slag gingen, dat ik maximaal drie leerlingen in een rij bij de piano wil hebben staan.

Het werden het er meer (had ik verwacht). Ik sprak de leerlingen hier op aan en ze liepen terug. Vervolgens gebeurde het weer en het werd rumoerig. Toen zei ik: ‘Ik vind dat het hier veel te rumoerig wordt. Ik was toch duidelijk wat betreft het aantal leerlingen bij de piano? Ik vind het goed dat jullie er nu zo staan (aantal was 5/6 leerlingen), maar ik wil er echt niet meer. Dit mag ALLEEN…’ Een leerling maakte de zin al af: ‘Als wij stil zijn’. ‘Precies,’ zei ik: ‘Als jullie rustig en stil zijn mogen jullie hier blijven staan, maar als het weer te rumoerig wordt, moet ik jullie toch echt terugsturen naar jullie plek. Het ligt dus geheel aan jullie.’ Na dit verhaal heb ik helemaal geen last meer gehad!!! Ik ben trots op mezelf! Bij de voorgaande stages durfde ik echt niet zo te praten tegen leerlingen, want ik was ‘maar een stagiaire’. Met dit verhaal maak ik duidelijk dat ik mij nu echt een docent voel!

Over duidelijkheid en consequent zijn gesproken; bij mijn laatste les heb ik hier veel over geleerd. Deze laatste tweedeklas is echt een drukke klas. Ik ben veel ingegaan op het gedrag van leerlingen; houding, praten, etc. Mijn stagementor zei op een gegeven moment: ‘Dit is niet de eerste keer. Ik heb vaker een preek gehouden in deze klas.’ Hij heeft ook dit keer een preek gehouden, met als bedoeling dat dit de laatste preek zou zijn. Terwijl hij dit deed bleven een paar leerlingen lachen en hij stuurde hen er ook uit. ‘Dat heeft een klas soms nodig,’ zei hij na de les. Ik begin aan te voelen waar de grenzen liggen voor mij, wanneer ik iemand er uit stuur. Tot nu toe heb ik dat nooit gedaan. Dit, omdat ik eigenlijk de grenzen niet echt wist te leggen EN omdat ik mij nog niet echt ‘docent’ voelde. Ik heb nu het gevoel dat ik, als er in het gevolg iemand te ver gaat, dat ik hem/haar eruit kan sturen. Nu klinkt het bijna dat ik er graag iemand wil uit sturen, gewoon om ‘iemand er uit te sturen’. Maar dat is niet zo. Ik doe het niet graag. Maar als ik het ga doen voor de eerste keer op een moment dat dat ook gewoon moet; dan heb ik mijn doel bereikt. Dan kan ik eindelijk echt grenzen leggen en de orde houden in de muziekles!

woensdag 27 oktober 2010

Het is weer blogtijd! Tijd voor reflectie 27-10-2010

Allereerst begin ik met een vraag waar ik deze blog mee eindig (voor de mensen die geen zin hebben om dit hele artikel te lezen): Heb je tips om leerlingen te helpen met melodisch dictee? Graag reacties! Ik wil deze leerlingen graag helpen!

Vandaag ging het veel beter in vergelijking met de kennismakingslessen gisteren. Ik reageerde veel directer op wat ik hoorde en dat hielp: de grenzen worden duidelijk voor de leerlingen. Ik ben bij het aanleren van het lied Twee Motten meer achter de kwaliteit aangegaan wat zang betreft. Dit met behulp van voor- en nazingen. Ik heb de coupletten en refreinen daarvoor in kleinere stukken gedeeld. Soms ging het goed, af en toe ging het lastig: het voor- en nazingen liep niet vloeiend in elkaar over. Dit probleem had ik gister ook; ik probeer het te verhelpen door de pianopartij mee te spelen. Dit gaat op sommige plekken wel goed. In het vervolg moet ik hier beter rekening mee houden en thuis eerst uitproberen: is het mogelijk met voor- en nazingen in een vloeiende lijn de puls door te blijven voelen, zodat de leerlingen goed invallen?

Al met al merkte ik duidelijk verschil in het resultaat van de klas gisteren (andere eersteklassers) en het resultaat dat ik bereik met de leerlingen vandaag. De melodische lijnen worden veel duidelijker en juist gezongen.

Ik merk dat ik beter wordt in het starten van een les. Voorheen stond ik altijd voor de klas met de gedachte: hoe begin ik? Met welke woorden start ik mijn zin? Nu geef ik een korte introductie (in dit geval stelde ik mezelf voor) en beginnen we direct met het maken van muziek. Dat voelt prettig!

Wat ik merkte bij klas B1K was dat een leerling hoog wil zingen (voor de grap). Dit overkwam mij gisteren ook. Het klinkt dan even ‘tuttig’, vanwege de hoogte en dat doet deze leerling na. Ik reageerde hier gelijk op, net als gisteren. Gisteren bleef de leerling ‘stiekem’ doorgaan. Nu ook even, maar minder: ik haakte er iedere keer consequent op in. Leerlingen bleven beter ‘bij de les’, omdat ik meer de klas in keek over de piano heen. Ik liet mijn ogen op iedereen vallen, waardoor iedereen zich ‘gezien’ voelde. Het contact is er, dat werkt prettig.

Bij klas G2G startte ik, net als bij de eersteklassers vandaag, de les. Ik stelde mezelf voor en begon direct met het maken van muziek. In tegenstelling tot bij de eersteklassers met het lied ‘Twee Motten’, heb ik niet veel aandacht besteed aan het voor- en nazingen. Ik liet alles een keer passeren, dat wel. Ik wilde graag toe naar een succesmoment. De leerlingen zouden het genoeg herhalen. Ondanks dit, klonk het als ‘een engelenkoor’, zoals ik het noemde. Het klonk heel lief en braaf. En daar ben ik heel blij mee. Voor een begin, is dit een goed begin: de leerlingen kennen het lied en kunnen het lied heel mooi zingen. De volgende les wil ik meer aandacht besteden aan de exacte melodie: niet iedereen zingt exact hetzelfde. Dit lied vraag ook eigenlijk om variaties en omspelingen wat zang betreft.

Maar dit lied wordt door een hele klas gezongen: dus is het taak om volgende week meer aandacht te besteden en een afspraak te maken over 1 melodie.

Klas B2P was wat rumoeriger. Hoe kan dat? Ik gaf precies op dezelfde manier les. Wel bleef ik consequent inhaken op deze rumoerigheid en geklets. Waar ligt de grens met het waarschuwen? Dit moet ik duidelijk nog opzoeken. Wel ben ik blij dat ik nu direct durf in te gaan op wat ik hoor (teveel geklets, gepraat door het zingen, etc.) en zie. Dat is voor mij al een hele grote stap vooruit. Deze stap heb ik kunnen maken (denk ik), vanwege het feit dat ik mij meer zie als docent en niet als stagiaire. Heel fijn!

Ik heb mijn stagementor gevraagd om tips, maar hij had, zoals hij zei, ‘er niet veel over te zeggen’. Hij vond het leuk wat ik deed. En zijn tips van gisteren wat het aanleren van liedjes betreft heb ik in de praktijk meteen toegepast. Een groot compliment!

In het laatste uur werd ik voor de klas ‘gegooid’. 5HV. Mijn stagementor verraste mij door te vragen of ik melodisch dictee kon oefenen met 5HV. Hij had een lied in 6/8 maat in toonsoort F. De maatsoort mocht ik niet geven. Zelf koos ik ervoor om de eerste noot niet te geven, ondanks dat zij dat wel gewend waren.

De maatsoort was moeilijk te bepalen. Wel had iedereen de eerste toon gevonden.

Ik ontdekte dat het lastig is om de leerlingen te helpen bij melodisch dictee. Het gaat er nu om dat ze de theorie toepassen in de praktijk en dit onderdeel is eigenlijk een kwestie van veel oefenen. Na een aantal tips en trucs was het op: dan komt het op hun aan. Dat vind ik vervelend. Ik wil ze helpen zekerder te worden met dit soort oefeningen. Iedereen kan de melodie nazingen, ze hebben de eerste toon, ze weten de maatsoort (dat besprak ik eerst met de klas)…maar dan klappen ze dicht. Ik wil ze helpen om beter te worden in het maken van een melodisch dictee. Heeft iemand daar nog goede tips voor? Graag reacties, want ik wil hier dolgraag met deze leerlingen aan werken.

dinsdag 26 oktober 2010

Kennismakingslessen: een nieuwe ervaring; een stap naar echt docentschap in plaats van stage lopen? 26-10-2010

Vandaag heb ik kennis gemaakt met de klassen: 5H, B2K en B1L: 2 brugklassen en een bovenbouwklas. Met klas 5H besloot ik met de les mee te doen. Zij hadden namelijk examentraining. Ik bedacht me dat ik op deze manier het beste kon ontdekken welke kennis er van deze leerlingen verlangd wordt. Er zaten lastige vragen tussen. Sommige vragen begreep ik niet eens: waar vragen ze nou naar? Ik trok een groot vraagtekengezicht waarop een leerling een opgeluchte opmerking plaatste: ‘Oh, zij begrijpt het ook niet! Dan ligt het in ieder geval niet aan ons!’. Waarop ik lachte. In deze kleine klas is het duidelijk dat zij voor dit vak hebben gekozen: de motivatie is groot!

Vervolgens maakte ik kennis met een tweede klas: B2K. Ik werd door mijn stagementor voorgesteld en kon direct beginnen met het aanleren van een lied van de Beatles: ‘Let it be’. Het was weer wennen zo voor de klas! Ik had het gevoel dat ik in geen maanden meer voor de klas heb gestaan! (wat ook zo is) Na een eerste keer voorzingen kreeg ik applaus. Altijd fijn en het laat je zenuwen een beetje zakken, maar niet voor lang. Hoe leer ik nu op een zo effectief mogelijke manier een lied aan een klas van 30 leerlingen?

Ik bedacht me wel dat ik het lied in kleinere stappen kon aanleren; voorzingen, nazingen, etc. Waarom deed ik het dan niet?

Zo’n eerste dag is voor mij altijd weer een flink potje zenuwen. Een eerste indruk is belangrijk! Misschien dat ik daarom niet meer zo ‘helder’ nadacht. Het is weer even ‘inkomen’. Ook ben ik weer tegen mijn eigen leerdoelen aangelopen: wat duidelijker zijn in regels; orde houden. Getver, daar heb je die enge woorden weer. Kan het niet anders?

Ik moet wel eerlijk bekennen, het voelde anders dit keer dan alle andere stagemomenten hiervoor! Voor het eerst voelde ik me een docent, en geen stagiaire. (Dit laatste bedenk ik me nu, op het moment dat ik dit schrijf.)

Er werd inderdaad een beetje gekletst door het zingen heen; de volgende keer ga ik daar beter en consequenter op inhaken. ‘Want weet je, die kinderen bedoelen het niet zo,’ legde mijn stagementor uit. Hij heeft zo ontzettend gelijk! Wie weet ben ik nu klaar om eindelijk die grote stap te nemen in deze stage: de stap naar orde met muziek!

Tips:

1. Ga meteen in op wat je hoort bij het zingen: bij het zingen moet alleen maar zang klinken en geen gepraat!

2. Wees consequent in tip 1.

3. Hou de tijd in de gaten. Stop 3 minuten eerder voor het eind van de les zodat de leerlingen hun zangmappen netjes in de kast leggen. Anders moet jij het opruimen!

zondag 12 september 2010

Opdracht HDM5 Mijn speech:D

Drama-opdracht: een korte kennismaking 10-09-2010

Met het vak drama heb ik kennis gemaakt met een leuke opdracht die ik zelf wel eens wil proberen met mijn eigen lessen. Iedere leerling/student heeft papier en een pen/potlood nodig. De docent stelt ongeveer 4 vragen waarbij de leerlingen zo veel mogelijk steekwoorden moeten opschrijven die bij hen passen. Voorbeelden van vragen:

1. Waar kom je vandaan?

2. Wat zijn de grote liefdes in je leven?

3. Noem je karakteristieke eigenschappen.

4. Wat is je gewenste toekomst?

Na het noteren van de steekwoorden van de vragen, omcirkel je per vraag de 5 meest belangrijke woorden die het meest bij jou passen.

Met deze woorden schrijf je een gedicht. Het liefst in de volgorde van de omcirkelde woorden die zijn opgeschreven, zodat men later de antwoorden van de vragen goed kan volgen als je je eigen gedicht gaat voordragen aan de klas. Het gedicht wordt in een bepaalde vorm geschreven, namelijk: Ik ben [vul naam in]. Ik ben van [vul omcirkeld woord in]. Zelf ben ik strak bij die vorm en volgorde gebleven. Dit is mijn versie geworden:


Ik ben Wivineke Elisabeth Catharina Plugge,

Ik ben van de polder, en van mijn ouders.

Ik ben van een musicalfamilie, mijn vrienden.


Ik ben van dansen,

Ik ben van m’n eerste relatie met mijn danspartner,

Een liefde op de dansvloer.

Ik ben van muziekles geven, en van verhalen schrijven.


Ik ben vrolijk,

Creatief en ik ben van het fantaseren.

Ik ben van twijfelen en van stressen,…toch?


Ja.


Ik ben van een man en twee kinderen,

In een eengezinswoning en van een baan in het basisonderwijs.

Ik ben van muziekles geven, musical en een kinderkoor.


Dit alles ben ik, en nog veel meer…


Het wordt nog leuker als je zelf iets vrijer van deze vorm af stapt. In mijn geval rijmt er niets (en ik ben eigenlijk liever van het rijmen haha). Als er woorden bij elkaar passen kun je die ook bij elkaar neerzetten. In mijn geval ben ik (naar mijn mening iets te) strak bij de volgorde en de vorm van het gedicht gebleven. Hierdoor wordt het een veilige opdracht om uit te voeren voor leerlingen en leren ze elkaar beter kennen. Creativiteit is niet nodig. Het gaat ook om de voordracht en doordat het zo eerlijk vanuit je zelf is gebleven, is het ook interessant om naar te luisteren. Een leuke opdracht voor in de klas. Wees jezelf en het wordt een prachtgedicht!