maandag 25 mei 2009
Let me entertain you met ritmes!
Case
Ik wilde de ritmeopdracht zoals omschreven is, uitvoeren met de klas. Ik vroeg om stilte en wachtte ook net zo lang tot het stil was. Tot zover werkte het, maar:
Wat deed de docent?
Ik deelde de kaartjes uit, terwijl ik in het kort uitleg gaf.
Wat deden de leerlingen?
Zij waren in het begin even stil, maar gingen al gauw praten.
Wat dacht de docent?
De rust is al snel verstoord. Hebben de leerlingen mijn instructies wel gehoord?
Wat dachten de leerlingen?
Zo, we hebben de instructie gehoord. Terwijl de docent de ritmekaartjes uitdeelt, kunnen wij wel even praten. We beginnen zo.
Wat voelde de docent?
Onzekerheid.
Wat voelden de leerlingen?
Een deel van de leerlingen voelde ook onzekerheid. Zij wisten niet of zij de opdracht zouden kunnen of niet. Het andere deel van de klas voelde zich gewoon op zijn gemak.
Toen ik eenmaal de kaartjes had uitgedeeld, wilde ik beginnen. Maar de leerlingen waren zo in gesprek dat ik mij onzeker voelde over het feit of zij nu de opdracht hadden gehoord of niet. Ik wilde het ook stil hebben. Ik kreeg de stilte voor elkaar. Eén iemand bleef praten en klappen. Ik bleef net zo lang staren en wachten naar hem tot hij ook stil was. Dat werkte prima! Tot mijn grote spijt heb ik direct de korte instructie weer herhaald.
Verbeterpunt: In het vervolg vraag ik eerst om stilte. Vervolgens vraag ik wie de opdracht niet heeft begrepen. Eventueel kan ik een andere leerling vragen om de opdracht te herhalen. Als het dan nog steeds stil is, wil ik gaan beginnen.
Tijdens het klappen, merkte ik nog steeds onrust. Ik vroeg nogmaals om stilte. Het werd even stil, maar al snel werd het weer rumoerig. Bijna de gehele klas is rumoerig. Er valt niemand specifiek aan te wijzen. Hoe krijg ik de klas goed stil en ook dat ze dat volhouden?
De volgende les wil ik weer als gewoonlijk beginnen: een overzicht van de les aangeven (wat gaan we doen?), maar ook wat ik verwacht van de leerlingen (stilte, wanneer ik praat/uitleg geef).
Deze les gaf ik kort instructie en praatte minder. Door een goede voorbereiding kon ik gemakkelijker mijn instructies kort houden. Vóór deze les had ik namelijk de hele instructie opgeschreven voor de les. Ik schreef enkel de dingen op die echt gezegd moesten worden in de les. Ik zou dan niet meer zoveel dingen herhalen. Dat is redelijk gelukt. Ik heb slechts één keer mijn instructie herhaald (zie case).
Mijn mentor gaf mij als ‘reflectie’ deze keer mee: ‘Je moet meer overwicht krijgen.’ Helaas is dat het enige wat ik heb meegekregen. Ik kreeg geen tips om mee te werken. Overwicht in de klas; dat had ik begrepen. Maar hoe? Ik ga dit nogmaals vragen via de mail, omdat ik hiermee zit. Hebben jullie bloggerz ook tips? Blog ze alsjeblieft!
woensdag 15 april 2009
Geklets ‘Like a prayer’? 15-04-2009
Wat een heerlijke les! Mijn les begon weer met (jawel) een ritmeonderdeel. Ik probeerde wat sneller en gevarieerder les te geven, maar probeerde tegelijkertijd wel langer door te gaan op dezelfde lesstof. Het bleef weliswaar wel rumoerig nog in de les, maar ik was tevreden met het feit dat de leerlingen deden wat ik wilde dat zij deden. Stom dat ik iets vergat dat ik in mijn lesopzet zo mooi had omschreven. Ik wilde een ritme voorklappen en dat de leerlingen luisterden en keken naar welk ritme ik klapte: ritme lezen en ritme herkennen. Waarom deed ik dat nou niet? Terwijl het nu juist een goede opzet was om wat meer gevarieerd te werken met het ritme onderdeel.
Dat is dus een punt waar ik de volgende keer aan wil werken. Ik ben dus bezig met het leren van blad lezen met de leerlingen. Op hoeveel manieren kun je eigenlijk daar op in gaan? Erzsi wees me erop: ‘Je kunt op zoveel manieren met dat ene stencil werken en enkel ingaan op die ritmes en daar een hele les mee vullen! Al maak je een kwartet van achtste noten en kwartnoten.’
En daar ga ik mij mee bezig houden de komende tijd. Op welke manieren kan ik ingaan op dezelfde stof? Hoe kan ik gevarieerd ingaan op het ritme lezen? Het lijkt me interessant om die ideeën eens op een rijtje te zetten.
Ter aansluiting op de les van de vorige keer ben ik met de klas verder gegaan met ‘Like a prayer’. Aan het begin van de les gaf ik duidelijk aan wat ik deze les ging doen en ook dat ik het lied wilde afronden. Dat is gelukt! En een mooi succesmoment was het ook! De hele klas stond te zingen, Maurice zat te drummen en ik begeleidde het stuk met de piano. Iedereen zong het nummer vrolijk mee!
Maar dat ging bij mijzelf vooral niet zonder haperingen. Hoe geef ik nou goed aan wanneer de leerlingen invallen met zingen? Dat ging de ene keer wel goed en de andere keer niet. Wat deed ik dan waarom het de ene keer wel goed ging? Eén ding is zeker: ik doe soms veel te moeilijk! Want wat is namelijk het geval: ik klets te veel. Erzsi: ‘Je moet veel meer werken vanuit het DOEN!’
Tip: schrijf voor jezelf uit wat je precies wilt overbrengen aan de klas. De reden dat de leerlingen niet meer stil zijn is omdat je teveel kletst. Je zegt zoveel dingen die je ook gewoon kunt DOEN. Als je wat zegt moet het ook BELANGRIJK zijn!
maandag 6 april 2009
Like a ‘teacher’, 01-04-2009
Bij mijn lessen wil ik zoveel mogelijk een vloeiende overgang maken van lesonderdeel naar lesonderdeel. Van ritme klappen, gingen we over naar het zangonderdeel. Ik wilde met de klas het intro doornemen van ‘Like a prayer’. Hierbij was het toepassen van de zojuist aangeleerde lesstof van belang. Een betere manier van toetsing ook of de leerlingen het begrepen. Ik nam eerst het ritme met de leerlingen door. Zij klapten het ritme vrijwel in een keer goed! Vervolgens gingen we de tekst op het ritme spreken. Dat was een stapje lastiger, maar ook dat ging goed. Wel gingen de leerlingen lachen bij het sprekend aanhouden van een noot van vier tellen. Daar moest ik ook wel om lachen, want het klonk natuurlijk heel raar. Dus we gingen vervolgens het intro zingen. Ik nam het intro maar een keer door, wat ik achteraf misschien beter niet kon doen. Ik ging namelijk direct verder met het eerste couplet en het refrein, terwijl ik eigenlijk beter eerst dieper in kon gaan op het oefenen van het intro. Het couplet en refrein heb ik door middel van voor- en nazingen met de klas doorgenomen. Ik had wat moeite met het aangeven van de inzet voor het nazingen. Dat was meer experimenteren, aanvoelen. Vervolgens liet ik de leerlingen meezingen, terwijl ik ze begeleidde met de piano. De leerlingen zongen de passage goed! Weliswaar wat zacht, maar wel goed! Dat gaf mij een goed gevoel, anders dan de les hiervoor. Een wereld van verschil. De tijd ging snel voorbij en met een trots gevoel vertelde ik wat ik van de les vond. Een goede afsluiting van een succesvolle les!
De volgende les wil ik verder gaan met het klappen van ritmes en met het nummer ‘Like a prayer’. Met het ritme lezen ga ik dan weer een stapje verder. Ook het nummer van Madonna wil ik helemaal doornemen. Wel ga ik van tevoren beter doornemen hoe ik het stuk in stukken wil hakken met het voor- en nazingen. Dat blijkt toch een lastig punt te zijn bij dit nummer.
zaterdag 21 maart 2009
Stageles 2. 18-03-2009
Je wilt bewijzen dat je 2 TL-klas wel degelijk een zangklas kan zijn, ook al krijgen ze niet of nauwelijks zang van hun docent. Sta je daar met 28 leerlingen voor je neus, denkend: ‘Heerlijk, we kunnen beginnen,’ blijkt dat de klas niet gaat zingen.
Wat zou jij doen op zo’n moment?
Zelf kan ik in zo’n opzicht heel koppig zijn, haha, toegegeven. Ik besloot net zolang zelf door te gaan met zingen, totdat de leerlingen mij na gingen doen.
Ik was zo ontzettend blij dat ze nog een beetje gingen zingen. Heel zachtjes. Tja, hoe krijg je dan volume eruit? 28 ongeïnteresseerde houdingen zagen mijn ogen. Die met ontzettend veel moeite ook niet daaruit kwamen. Ik besloot rustig door te gaan, met een wat strenger optreden. Ik dacht: ‘Oh nee, mooi niet dat ik nu ga stoppen. Jullie gaan zingen!’
Natuurlijk vroeg ik mij tijdens het lesgeven af wat de leerlingen dachten. Het is moeilijk dat te achterhalen. Waarom zongen ze niet? En waarom, als ze gingen zingen, zo zacht? Is het de ervaring die er niet is? Gaat het om het lied? Is er iets voorgevallen vóór de les wat eigenlijk veroorzaakt dat ze geen zin hebben om te zingen? Schaamte?
Als docent heb je de taak erachter te komen wat de leerling denkt, wilt en voelt. Alleen wat de leerling doet valt nog te observeren. Het is moeilijk enkel daarmee te achterhalen wat de leerling denkt.
Hoe kom je erachter waarom leerlingen niet zingen?
- door te vragen
- door met de docent te praten
- door met de mentor te praten
In het vervolg wil ik ervoor zorgen dat ik van de minmomenten plusmomenten maak. De vraag is: hoe doe je dat?
In het vervolg wil ik meer letten op de kleine dingen die verbeteren. Hoe klein het verschil ook is aan verbetering, denk aan complimenten! Een compliment is ook de sleutel tot een goede relatie met de klas.
Tip: Maak geen aanname, ga geen interpretaties geven aan gedrag. Benoem enkel wat ze doen en wat je anders wilt zien aan het gedrag. Zeg niet ‘je bent…’, maar zeg enkel iets over het gedrag.
Alternatieven
De volgende keer als ik met deze klas bezig wil zijn met zang. Probeer ik eerst wat vertrouwen van ze te krijgen; beginnen vanuit iets bekends. Bijvoorbeeld een lied dat zij al kennen (uit de top 40). Ik kan ook beginnen met het begeleiden van akkoorden en daarna met ze hetzelfde nummer gaan zingen.
Achteraf ben ik overigens heel blij dat mij dit is overkomen. Ik heb hier veel van geleerd en ben hierdoor een ervaring rijker. In het vervolg bedenk ik goed wat het niveau is van de klas (hoewel die in dit geval moeilijk te bepalen was) en pas mij daarop ook aan. Ik ben benieuwd naar de volgende les met deze klas.
zondag 15 maart 2009
Is mijn leerdoel gelukt?
Woensdag 11-03-2009, gaf ik mijn eerste les op een middelbare school: het Erasmus College. Ik had het eerder niet gedacht, maar ik heb mij gelijk gestort in het vullen van een heel lesuur. Tijdens mijn kennismaking vorige week met klas 2 tl, merkte ik op dat de leerlingen nog niet voldoende de notennamen kennen van de zwarte toetsen van het keyboard (zowel in het geval van werken met kruisen als met mollen). Het leek alsof die stap was overgeslagen en de leerlingen moesten ook nog eens de akkoorden maken van het liedje ‘No air’ van ‘JordinSparks’. Dat ging bij de kennismaking moeizaam, mede door het feit dat zij de vragenstelling te ‘vaag’ vonden.
Als aansluiting op die les nam ik aan het begin van mijn gegeven les een stapje terug voor de leerlingen: de behandeling van de notennamen van de zwarte toetsen op het keyboard. Ik was best wel zenuwachtig voor deze eerste les, het voelde nog een beetje vreemd voor mij voor de klas te staan van de middelbare school waar ik net zelf van af ben! Ik had zoveel gedachten in mijn hoofd en wist voorheen ook precies wat ik wilde zeggen, maar door de zenuwen wist ik even niet meer waar ik moest beginnen.
Diep ademhalen Wivien, dacht ik en zo ging ik verder. Ik begon met het behandelen van kruisen. Dat ging snel! En sommige leerlingen beantwoordden ook opdracht 2, waarmee we de mollen behandelden. Ik vertelde dan hoe het zat met de mollen, want nog niet iedereen begreep dat goed. Wauw! Zo snel waren ze niet bij de les daarvoor en een groot deel was al klaar. Een aantal leerlingen schreven nog. O jee, dacht ik. Moet ik nou verder of even wachten op de laatste leerlingen? Ik besloot dat laatste liever te doen.
Achteraf had ik dat niet moeten doen. Voor degenen die sneller waren had ik al de opdracht kunnen geven om het blaadje om te draaien en alvast het blaadje door te lezen met de opdrachten over akkoorden maken/vormen en de akkoorden van het nummer ‘Let me entertain you’ van Robbie Williams. Afijn, gelukkig waren de laatste leerlingen klaar en gaf ik de opdracht achter de keyboards te kruipen (en o ja, vergeet de koptelefoons niet) om de opdrachten te maken.
Ik vond echt dat de leerlingen goed gewerkt hadden. Ik vroeg mijzelf af of ik wel duidelijk genoeg was. Ging ik door de zenuwen niet te snel met praten? Oh, en het tempo in de les lag niet goed, zag ik. Was dat erg?
Ik stond stil bij allerlei kleine dingetjes die misschien wel belangrijk zijn, maar ik vergat even naar een nog belangrijker punt te kijken. Dat liet de reflectie in Utrecht toch maar weer zien. Het blijkt toch maar weer dat zo’n reflectiecirkel extra overzicht biedt! Want hebben de leerlingen gedaan wat er gedaan moest worden? Hebben ze gemaakt wat gemaakt moest worden en ook op de juiste manier? Ik keek even op…Ja! Er is gemaakt wat gemaakt moest worden! Mijn leerdoel is gelukt!
Ook heb ik geleerd dat het superbelangrijk is een les goed af te sluiten. Als je niets zegt over het lesverloop, kunnen de leerlingen op den duur nonchalant worden (ach, wat maakt het uit wat we doen? Er wordt daar toch niet naar omgekeken, er wordt toch niets daarover gezegd). Het is goed eventjes een praatje houden tegen de klas over hoe de les ging. Al zeg je alleen maar dat de les goed verliep, het is belangrijk!
Tip van de week: Grenzen stellen voor het tempo van de les.
- tijd in de gaten houden (klok, horloge)
- tijd in de gaten houden (hoeveel hangende leerlingen kun je tellen?)
- tijd afspreken ‘jullie krijgen vijf minuten om…’
maandag 2 maart 2009
Mijn Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP)
Hoofdvak Docent Muziek
Stap 1.
Waar sta je op dit moment?/Wat kan ik al? (sterkte/zwakte-analyse)
- Waar ben je goed in?
Ik merk dat ik geen enkele moeite heb met ‘het voor de klas staan’. Ik ben niet zenuwachtig om voor een groep te staan, of dat nu 5 of 24 kinderen zijn. Ik vind het erg leuk om lessen te maken en om het vervolgens ook te geven aan de kinderen. Mijn enthousiasme is mijn kracht, die ik over aan de kinderen geef. Mijn lessen variëren en dat houdt denk ik de kinderen ook veelal bezig.
Ik ben goed in het (zelf)reflecteren. Mijn ‘zwakke punten’ zie ik niet als zwakke punten, maar als ‘punten waar ik aan ga werken om te verbeteren’. Ik ben in staat een duidelijke en overzichtelijke blik te werpen op mijn gegeven lessen.
- Wat kun je nog verbeteren?
Ruismomenten. Deze moet ik zien te voorkomen. Dit komt onder andere door mijn manier van vragen stellen, maar ook doordat mijn instructies niet duidelijk genoeg zijn.
Ik wil graag mijn instructies zo duidelijk maken, dat de kinderen het begrijpen en gemotiveerd blijven in de les om door te gaan. De vraag die ik mij continu moet stellen: kom ik duidelijk over op de kinderen? Is mijn opdracht duidelijk geformuleerd?
Ook moet ik leren kijken naar de leerlingen die het wat moeilijker hebben. Dit is lastig, want welke leerlingen vinden het nu moeilijk en welke niet? Dit ligt per onderdeel anders. Ik hoop hier in mijn komende stage meer aandacht aan te kunnen schenken.
Stap 2.
Wat wil je bereiken?/Wat wil ik nog meer/beter kunnen? (persoonlijke leerdoelen)
- Wat zijn je ambities?
Ik wil een geschikte muziekdocente worden, passend in het competentieprofiel.
Mijn lessen wil ik zo gevarieerd mogelijk maken, waarbij de leerlingen volcontinu bezig zijn met muziek en ook de intentie hebben muziek te maken. Ik zou graag zien dat de leerlingen uitkijken naar mijn muzieklessen: muziek maken! Ik wil een muziekdocent zijn die de motivatie en het enthousiasme bij de kinderen erin kan blijven houden en toch de leerdoelen voor de leerlingen kan waarborgen.
- Waar wil je beter in worden?
Ik heb geleerd dat de sfeer van een klas bepalend kan zijn of je iets uit je lesvoorbereiding kan voltooien of niet. De kinderen werden steeds drukker naarmate Sinterklaas en vooral de kerstvakantie naderden. Ook namen zij minder snel iets tot hun op, maar wilden wel een hoger lestempo. Ze moesten met iets bezig zijn. Hierdoor heb ik veel geleerd om mijn ‘flow’ in mijn lessen te houden. Ik wil beter worden in de sfeer bepalen. Dit is lastig omdat je dit van tevoren niet weet, maar hoe moet je handelen? Wanneer weet je wanneer het lestempo omhoog moet en wanneer omlaag? Dit verschilt vaak per kind en daarom maakt dat het lastig.
Ik wil dat mijn lessen zo vloeiend mogelijk verlopen. De ‘flow’ moet erin zitten: geen ‘ruismomenten’. Ik wil zonder al te veel energie lekker door kunnen gaan met mijn les en de door mij opgestelde leerdoelen waarborgen. Daarbij moet ik natuurlijk ook letten op het stellen van mijn leerdoelen: is het realistisch deze leerdoelen te waarborgen?
- Wat wil je leren/kunnen/kennen?
Bij het vorige onderdeel heb ik omschreven waarin ik beter wil worden. Dat wil ik dan ook zoveel mogelijk nastreven om dit te leren/kunnen/kennen. Ik wil technieken leren om zonder al te veel moeite/energie toch het uiterste eruit te halen! Ik wil duidelijk zijn tegenover de leerlingen. Ik wil weten hoe ik in bepaalde situaties het beste kan optreden in een klas. De sfeer is erg bepalend voor de les. Bovendien wil ik dingen leren als het opstellen van een groep leerlingen bij een bepaalde opdracht. Dit soort dingen kunnen echter gewoonweg bereikt worden door gewoonweg uit te proberen. Ervaring opdoen!
Stap 3.
Hoe kom je daar?/Wat heb ik daarvoor nodig? (aanpak en middelen)
Mijn motto blijft: ervaring is de sleutel!
- Ik maak op tijd vóór mijn lessen mijn lesvoorbereidingen. Ik zal daarbij moeten kijken naar het niveau van de kinderen, maar ook naar de duur van de les, variatie, leerdoelen, leermiddelen, etc.
- Na iedere les maak ik een reflectie met mijn stagebegeleider. Door middel van die reflectie en tips, zie ik wat ik kan verbeteren en probeer ik de kwaliteit te verhogen van de lessen die ik geef.
- Tijdens mijn volgende stage hoop ik een kijkje te kunnen nemen bij een andere leerling. Zo hoop ik wat mee te kunnen pikken van de ervaring van de ander. Je raakt nooit uitgeleerd zeg ik maar.
- Doen, denken en doen!
Het is weer tijd voor stage numero 2
De stage voor het voortgezet onderwijs komt nu wel heel dichtbij! Persoonlijk vind ik het allemaal nogal spannend. Zo ben ik net van de middelbare school af, kom ik als broekie op het conservatorium, ga ik lesgeven op een middelbare school in Zoetermeer!
Stagetijd betekent natuurlijk ook weer: bloggerztijd! Mijn stagelessen zijn straks gewoon weer te volgen op mijn blog, te beginnen met mijn vernieuwde Persoonlijk OntwikkelingsPlan.
Gegroet!
Wivineke